terug  begin  verder
[p. 112]

[Ik heb dit land]

 
Ik heb dit land
 
omhelsd
 
zijn stenen mettertijd
 
tot gruis geslagen;
 
en op het graniet
 
van zijn standvastigheid
 
een laag gebouwd
 
van regens woorden
 
voor zijn schoonste Liefste.
 
 
 
Ik heb een dam gelegd
 
voor de toestroom
 
van haar hart;
 
credieten
 
op mijn woord van eer
 
verkregen;
 
toen elk woord van haar
 
uit de diepste oergrond
 
- met de wind als
 
vaste hand
 
in molens -
 
het getij
 
zo diep verborgen
 
omhoog geheven.
 
 
 
Op vaste tijden
 
heb ik alles betaald
 
ruimtelijk en
 
de winst met haar
 
werd beter leven.
 
 
 
De tijd werd met haar
 
tijdelozer zijn totdat
[p. 113]
 
in het betwist gebied
 
haar naam verviel
 
tot wat door ons
 
goddelijk werd neergeschreven
 
op een onbevlekte dag
 
als een nieuw geboorterecht.
terug  begin  verder