terug  begin  verder
[p. 120]

[De duisternis]

 
De duisternis
 
moet ik licht maken
 
ik kijk
 
door de dode ramen
 
en zie de bomen
 
als lijken
 
de huizen
 
in rouwgewaad
 
het gelaat
 
voor mij verborgen.
 
De duisternis
 
moet ik
 
licht maken
 
tegen mijn ruit staat
 
een donkere vogel
 
zonder eigenbaat
 
bedelend
 
om een kruimelken leven.
terug  begin  verder