[p. 127]
[Gij zijt niet gekomen]
Gij zijt niet gekomen
juli heeft zich opgemaakt
om het feest der kleuren te vieren
in de duurste zijde zijn de bloemen gestoken
maar gij zijt niet gekomen.
Langer geworden zijn de dagen
de flamboyant is het vuur al ontsprongen
lachend hebben de vreugden de bloemen gekust
maar gij zijt niet gekomen.
Geladen met wolken is de hemel
de aarde met opengevouwen handen
heeft zijn mededogen gedronken
maar gij zijt niet gekomen
Gewassen blinkt het groen van de bomen
wijdopen staan de gouden anglo's
vol blauwe blijdschap is de zee opgestormd
bloemen strooiend langs de kusten
maar gij zijt niet gekomen.
Gij zijt niet gekomen
de wolken zijn weer afgedreven
verlegen fluistert de wind in de bomen
nu op de heuvels de datu's verstard staan
in wanhoop de handen gestrekt
maar gij, gij zijt niet gekomen.