terug  begin  verder
[p. 129]

[God tegen de morgen]

 
God tegen de morgen
 
werpt gij ons als woorden
 
in uw charkhā;+
 
uit ons hart
 
wint gij uw vlas
 
over de hekel vallen wij
 
binnen dit leven;
 
toen hebt gij ons
 
naar elkaar gesponnen
 
waarom legde gij ons vast
 
in een vers?
 
als een enjambement loop ik
 
over in haar leven
 
rijp staan wij in
 
een donker vers
 
ons leven rijmt
 
door uw hand
 
dan dromen wij elkaar
 
evenwijdig
 
in één punt dat gij kent
 
kruisen al onze wegen.
+charkhā: spinnewiel
terug  begin  verder