[p. 130]
[Ik heb het koren gewogen]
Ik heb het koren gewogen
het kaf erfde de wind
hij wierp het op de heuvels
en het dartelde als een kind
afgewend van de passaat
hadden wij niets te vrezen
vrij kijkend keken wij aan
dit ontbolsterde leven
wij durfden nu verder gaan
elke weg leidde naar huis
elke boom zette in
het lied, niet het lied voor doven
want voor ons had alles nu zin.
Ik heb het koren gewogen
het kaf ving de naarstige wind
ik bond los al de schoven
en zie wat ik overal vind
de korrels, de voorbije jaren
gerijpt door ons beider leed
vreugde dieper beleefd
sterker wij aan de grond
verbonden met in ons
gelouterde wonden.