[p. 153]
Wageningen '74
[Door het raam zie ik tussen de gaffels]
Door het raam zie ik tussen de gaffels
der bomen diafaan het gedempte licht
roerloos in de nog prille morgen
even onderbroken door de wiekslag van een vogel
verdwenen achter het bezonde lover
tot plots midden in mijn verbazing
voor zoveel schoons de tinteling van een lied
‘Kortjakje’ over de eenzame straten geleidt.
Door het raam zie ik tussen de gaffels
der bomen diafaan het gedempte licht
en jaren terug het ernstige gezicht
van mijn dochter, zingend
ook in dit gedicht.