terug  begin  verder
[p. 155]

[Schaam je niet Biswāspersad]

 
Schaam je niet Biswāspersad
 
schaam je niet Kamaldei
 
nimak-martjā-bhāt+ zullen wij eten
 
in de donkere dagen van de toekomst
 
delen zullen wij het bittere brood van de armoede
 
zongebrand en tenger van de arbeid
 
ernstig in onze gesprekken
 
met een lach nog, vol intense hoop
 
 
 
schaam je niet Ponikum
 
schaam je niet Bok Ramin
 
rijst met kangkong zal ons smaken
 
geoogst uit de plantagesloot
 
je stilte en zachtmoedigheid
 
je identiteit
 
wie zal die doden
 
 
 
schaam je niet helden
 
die in eenvoud dit land
 
van aanschijn doen veranderen
 
met het heilige teken van de arbeid
 
in je vereelte handen
 
ja, aan de christenen zullen wij vragen
 
en de eigenzinnige stedelingen
 
het Onze Vader
 
niet als de tafel van twee op te zeggen
 
bevracht met kennis en aangeleerdheden
 
altijd zeker van hun maandsalaris
 
hun hoofd te buigen en te bidden:
 
En leid ons niet in verzoeking
 
de anderen alles voor ons te laten regelen
 
vergeef ons onze schuld
 
zoals wij wellicht anderen schulden vergeven
[p. 156]
 
die zich ophopen op de ruggen der arbeiders
 
leid ons af van de weg die leidt naar
 
slavernij en cocacolacultuur
 
 
 
Schaam je niet Biswāspersad
 
schaam je niet Bok Ramin
 
want aan jullie en je kroost
 
aan jullie en je beminnelijke vrouwen
 
is de kracht en de macht en de heerlijkheid
 
in naam van Shri Krishna
 
Allah en de Heer van Nazareth
 
nu en in alle eeuwigheid
 
amen.
+nimak-martjā-bhāt: zout-peper-rijst (eten van de armen)
terug  begin  verder