begin  verder
[p. 1]

[Woord vooraf]

Het Bureau Volkslektuur is bijzonder verheugd Suriname en vooral de Surinaamse jeugd Wortoe d'e tan abra (een citaat van Trefossa) te kunnen aanbieden.

Voor de keuze van deze gedichten, verschenen vanaf 1957 is alleen de bloemlezer, Shrinivâsi, verantwoordelijk. Bij de volgorde van de gedichten hebben wij het jaar tot richtlijn genomen waarin de eerste bundel van de dichter verschenen is. De gedichten van Kappel, Bhäi en Vene zijn (nog) niet gebundeld. Wij hebben hen geplaatst volgens het jaar waarin wij voor het eerst hun werk in een tijdschrift zijn tegengekomen. Voor een moeilijk probleem stelde ons Marcel de Bruin, die reeds voor 1957 onder verschillende namen in Antilliaans verband heeft gepubliceerd. Voor hem hebben wij het jaar 1958 gekozen, waarin wij hem ontmoeten in het Surinaamse tijdschrift Tongoni.

Om de uniformiteit te bevorderen en het lezen te vergemakkelijken hebben wij de gedichten in het Sranan in de spelling gebracht van de Woordenlijst van het Sranan-Tongo 1961, die door de meeste auteurs thans ook gebezigd wordt. Alleen wanneer de klank van het gedicht door spellingverandering gewijzigd zou worden, hebben wij de oorspronkelijke schrijfwijze gehandhaafd. Zo komt verschillende malen de letter h voor, hoewel deze in de Woordenlijst niet gebruikt wordt. Bij Trefossa en mevrouw Schouten-Elsenhout vinden we ‘poewema’, bij Slagveer ‘powema’. De pseudoniemen en de namen van bundels zijn evenmin gewijzigd. De spelling van de titels van Bhäi en die van het Hindustaanse gedicht van Shrinivâsi zijn van de dichters.

 

Daar er niet alleen voor het gedicht maar ook voor de dichter steeds grotere belangstelling bestaat, hebben wij gemeend een alfabetische lijst met bio- en bibliografische gegevens van de vertegenwoordigde dichters aan deze bundel te moeten toevoegen. De meeste van deze gegevens hebben de auteurs zelf ons welwillend verschaft. Een enkele

[p. 2]

maal waren deze gegevens zo talrijk, dat wij door de opzet van dit werk helaas gedwongen waren een keuze te doen. De gegevens van Ashetu zijn ontleend aan de inleiding van Cola Debrot op zijn bundel Yanacuna. Het geboortejaar van Rudi Kappel werd ons verschaft door zijn neef Paul Kappel. Over Bhäi konden wij onvoldoende gegevens vinden en zijn adres in India is ons onbekend.

Wij weten dat verschillende nieuwe bundels op stapel staan en veel dichters, waaronder nog onbekende, gedichten in portefeuille hebben. Misschien zullen enkele gegevens reeds achterhaald zijn bij de verschijning van deze bundel. Dit is voor ons slechts een verheugend bewijs van de vitaliteit van de Surinaamse literatuur, die reeds nu voldoende inhoud heeft voor het maken van deze momentopname.

 

Bureau Volkslektuur

 

Paramaribo, 30 maart 1970.

 begin  verder