[p. 32]
Vene
Er is één grote verrader
de tijd
een dolle wals
die de grootste misdaden
begraaft
in het stof van het verleden
de grote misdadigers
terugplaatst
in de rij van de kleine
die onschuldigen zijn geworden
achttiendrieenzestig
iedereen was er nog
de slavenhalers de handelaars
de slavenhouders de drijvers
koningen ministers
dominees priesters
nu zijn ze allen weg
vertrokken naar hun vaderland
waar ze schuilen
achter ieder gezicht
of gestorven
alleen de slavenkinderen
zij zijn er nog
want in het hart van de tiran
mag de tijd de druk verlichten
de slachtoffers blijven
voorzover verminkt verminkt
voorzover verwond getekend