
Plaat I
Sir William Herschel
Aan mijn Vrouw
De Lowell-lezingen, gehouden op uitnoodiging van het Lowell-instituut te Boston in de herfst van 1931, hadden tot onderwerp de evolutie in de opvattingen over den bouw van het heelal. Zij gaven niet, en konden dat ook onmogelijk doen, een volledig historisch overzicht van het onderwerp. Eenige belangrijke punten werden uitgekozen en min of meer volledig behandeld, terwijl lange perioden geheel en al werden overgeslagen. Mijn doel was niet zoozeer nauwkeurigheid in de historische details te bereiken - alhoewel ik er natuurlijk naar gestreefd heb nauwkeurig te zijn - als wel de leidende principes en de evolutie in de algemeene kijk op het onderwerp weer te geven. En in het bijzonder hoop ik duidelijk gewezen te hebben op de fundamenteele beginselen, die aan de zienswijzen in verschillende tijdperken, in schijn dikwijls zoo verschillend, gemeenschappelijk zijn, en aangetoond te hebben hoe
in alle tijden de krachten van groote menschen gericht waren op de ontdekking van het groote beginsel der eenheid, dat ik niet beter kan uitdrukken dan door het Grieksche woord, dat ik als titel van dit boek gekozen heb.
Oorspronkelijk zou de cursus uit acht lezingen hebben bestaan, die door omstandigheden tot zes moesten worden teruggebracht. Enkele sporen van de gevolgen van deze bekorting zal men wellicht nog opmerken aan het einde van de tweede en aan het begin van de vierde lezing. Het is niet onmogelijk, dat de neergeschreven lezingen in hun bewoordingen zeer verschillen van de oorspronkelijke tekst, daar ik mij niet aan een geschreven tekst had vastgelegd, toen ik ze hield. Maar in wezen is de inhoud dezelfde gebleven. Het boek is tot op heden bijgewerkt, vooral de beide laatste hoofdstukken hebben belangrijke toevoegingen en veranderingen ondergaan. De gevolgtrekkingen, waartoe deze laatste twee hoofdstukken leiden, mag men beschouwen als een weergave van de tegenwoordige stand van de wetenschap, of liever van mijn persoonlijke waardeering van deze stand in April 1934.
Voor de voorbereiding van deze lezingen
heb ik veel te danken gehad aan mijn medewerkers aan de Leidsche sterrewacht, in het bijzonder aan dr. Oort, en bij de omwerking van de laatste twee hoofdstukken heb ik zeer geprofiteerd van de gesprekken met vele astronomen en physici gedurende mijn aangenaam verblijf in de Vereenigde Staten en Canada, speciaal in Cambridge en Pasadena.
Het is mij een aangename plicht, de Mount Wilson sterrewacht te danken voor haar toestemming, verscheidene van haar photographieën te reproduceeren.
Leiden, April 1934
de S.