Medea


auteur: Jan Six


bron: Jan Six, Medea. Jacob Lescailje, Amsterdam 1679  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 99]

Vyfde bedryf

[eerste toneel]

Medea. Eriope.
Medea
 
Waar of nu Jason blijft? men zal hem niet onvluchten.
 
Wat doet zich ginder op? wat willen die geruchten? 1093
 
Zie daar, zie daar, mijn kind; daar stort mijn vyandin; 1094
1095
Zy heeft den loon al wech van ongerechte min. 1095
 
Zo, zo, dat gaat na wensch; zy zal 't haar niet beroemen 1096
 
Hoe dat zy schenden dorst de schoonheid van mijn bloemen. 1097
 
Komt Jason gins? ô, goet! ja nader, nader al.
 
Nu laat ons luisteren hoe of hy klagen zal.
1100
Wat, of dat donderen mijn aanslag wil beletten? 1100
 
Neen, neen, het zijn veel eer moedgevende trompetten;
 
Schrik niet; noch vreez mijn kind, dat moeder u verlaat:
 
Ik zal u volgen voort alwaar gy henen gaat. 1103

[tweede toneel]

Jason. Medea. Philippus. Eriope. Aglaura.
Jason
 
Vaar ewig wel. hier zal geen lijkzang beter voegen 1104
1105
Als die Medea schreit; ik zal uw geest vernoegen, 1105
 
Indien ik haar bekom; zo niet, al vlied zy verd, 1106
 
Zy zal haar eige straf meêvoeren in haar hert. 1107
Medea
 
Gy zult ook zuchten, zo noch by u is gebleven 1108
 
Iet van een vaders hert; het kind en zal niet leven. 1109
1110
Verheug u, broeders geest! uw droevig eind eischt zoen; 1110
 
Heb wat geduld, men zal u haast vernoeging doen. 1111
Jason
 
Indien ik niet en mis, 'k hoor daar Medea spreken. 1112
Medea
 
Zy is 't.
Jason
 
Creüsa! nu zal u geen wraak ontbreken.
[p. 100]
Medea
 
Sta, Jason, sta; noch tracht hier niet te komen in; 1114
1115
Maar luister, en aanschow de vrucht van valsche min; 1115
 
Lafhertige; bezie, hoe die gelijk uw eden 1116
 
Verdwijnt, gelijk de glimp van uw lichtvaardigheden. 1117
 
Zo als 't mijn broeder ging, zo zal 't uw kind nu gaan;
 
En staat de min my dier, zy zal u dierder staan. 1119
1120
'k Zal dat meinedig hert, op 't allerwreetst, bedroeven; 1120
 
Het bitter dat ik proef dat zult gy ook eens proeven;
 
't Word eens in 't eind uw beurt: het kind zal 't niet ontvliên; 1122
 
En of ik 't durf bestaan? dat zult gy daadlijk zien: 1123
 
Hoe? zowd ik dat gebroed met recht niet mogen haten, 1124
1125
Het welk gy d'oorzaak noemt waarom ik word verlaten? 1125
 
Die van mijn liefde walgt, die proev' in 't eind mijn haat.
 
'k Weet dat de dood u min zow smerten dan die daad. 1127
Jason
 
Medea, hoor.
Medea
 
Neen, neen; Medea heeft geen oren, 1128
 
Die heeft zy met haar man gelijkelijk verloren. 1129
Jason
1130
Medea...
Medea
 
'k Weet uw wil, dat van dit snode wijf, 1130
 
Dat van uw valsche trow geen teken overblijf; 1131
 
Dat wil mijn Vader ook, ik heb 't ook voorgenomen:
 
Al is het schoon mijn kind, z'is meê van u gekomen; 1133
 
Die 'k veel meer haat, dan ik my zelf beminnen kan;
1135
En of ik moeder ben, gy zijt 'er vader van.
Jason
 
Erbarmt u over 't kind.
Medea
 
Gelijk gy over moeder. 1136
Jason
 
Ha wrede tigeres!
Medea
 
Noch feller, noch verwoeder. 1137
[p. 101]
Jason
 
Wat moet ik doen tot boet?
Medea
 
Van 't geen hy niet misdeê! 1138
Jason
 
Mijn leven schenk ik u.
Medea
 
'k Voldoe my daar niet meê. 1139
Jason
1140
Helaas! wat wilt gy meer?
Medea
 
Gy zult al stervend leven.
Jason
 
Vergeef 't 't onschuldig kind.
Medea
 
U kan ik 't niet vergeven.
Jason
 
Ik sterf, ay my! ik sterf.
Medea
 
't Is tijt dan dat ik spoe. 1142
Jason
 
Zie voor u wat gy doet.
Medea
 
Zie gy maar wat ik doe. 1143
Jason
 
Medea denk, hoe zy steets in uw armen speelde,
1145
En u haar moederlief met halve woorden streelde; 1145
 
Helaas! beweegt dit niet u hert tot medely?
 
Ik zal zo wreed niet zijn; Medea, geef het my.
Medea
 
How daar, daar is u kind, als 't my niet mach verzellen: 1148
 
Gy zult my om het kind niet meer na dezen kwellen. 1149
[p. 102]

[derde toneel]

Jason. Philippus. Eriope. Aglaura.
Jason
1150
Vervloekte dolheid! voort, mijn dienaars, brengt haar hier; 1150
 
Ontsluit de poort met kracht van mokers, of met vier; 1151
 
Howd over al bezet de vensters van de zalen; 1152
 
Indien zy u ontkomt men zal 't op u verhalen. 1153
 
Helaas! onschuldig kind, wat kwaat had gy gedaan?
1155
Mocht zulk' onnozelheid haar wreedheid niet ontgaan? 1155
 
Mijn zoete hoop, om wien ik 't leven zocht, ga henen 1156
 
Daar gy niet hoeft de ramp des werrelds te bewenen. 1157
 
Ik kan 't niet langer zien: hoe bang word my te moê! 1158
 
Zy sluit van pijnlijkheid het kleine mondje toe. 1159
1160
Och waardste! lijd gy zo? och leven van mijn leven!
 
Hoe werd gy zo gelijk een schaduw wechgedreven! 1161
 
O wreden hemel! van hoe veelderlei elend
 
Zal Jason oorzaak zijn de werreld door bekent?
 
Ik zie afkerigheid met overzijdsche blikken 1164
1165
Waarwaarts ik my begeef; en, 't geen my meer doet schrikken, 1165
 
Van buiten dreigt Acast, en hier Bellerophon 1166
 
Als erfgenaam van 't Rijk; men lijd geen twede zon. 1167
 
Gewis, 'k zow door de dood deez' hartzeer van my wenden, 1168
 
Indien ik zeker waar dat dan d'elenden enden. 1169.
Philippus
1170
Wie heeft zijn dagen oit van wreder zaak verstaan? 1170
 
O! gruwelijke daad! zy heeft haar zelf verdaan. 1171
Jason
 
Heeft zy haar zelf verdaan? zy is my dan ontvloden,
 
Die haar gezworen had verscheide bitt're doden. 1173
Philippus
 
De bleke lip en wang, het naar en stuurs gezicht 1174
1175
Schijnt dat op eenen tijt en schrik, en meêly sticht: 1175
 
Zy leit gelijk een bloem ter neêr gevelt, als beken 1176
 
Heb ik gezien het bloed ten blanken borst af leken. 1177
Jason
 
Vervloekt zy d'eerste tijt dat ik om Colchis dacht,
 
De nacht die d'eerste reis my by Medea bracht, 1179
1180
Die optocht is my leet, en staat my doodlijk tegen. 1180
 
Elendige! die zelf ben met my zelf verlegen, 1181
 
Waar of ik blyven zal? die, zonder zonneschijn,
 
Zow wenschen noit te zien, en noit gezien te zijn.
EIND