terug  begin  verderprepost
[p. 14]

De A-groep

De zeemanskist waarin Slauerhoffs paperassen werden overgedragen, bevatte twee documenten die op het eerste gezicht niets met de ‘Chinese’ romans van doen hebben. Bij nadere beschouwing echter kan men ze zien als teksten die aanvankelijk voor een ander doel waren geschreven, maar later door Slauerhoff om diverse redenen als voorbereiding op Het verboden rijk en Het leven op aarde moeten zijn gewaardeerd. Zij vormen beide de A-groep.

Het eerste document, document A-I, sluit qua stijl en onderwerp aan bij de dagbladpublikaties uit de jaren 1926 en '27, door Herman Vernout opnieuw uitgegeven in: J. Slauerhoff, Reisbeschrijvingen (blz. 26-59). Het handelt over Macao. Bij de oversteek van Hongkong naar Macao bevinden zich, volgens een voetnoot bij het fragment, onder de passagiers van de Sui Yan een bisschop en een gevolg van stompzinnig uitziende monniken. Dit gezelschap wordt ook in een van Slauerhoffs dagboeken genoemd (Dagboek, ed. K. Lekkerkerker, blz. 17); daar ontmoet Slauerhoff hen bij zijn bezoek aan de Boroboedoer. Deze passage in het dagboek is niet gedateerd, maar zij staat tussen wel-gedateerde passages in: ‘30 Nov. [1926]’ en ‘2 Februari '27’. Deze gegevens plaatsen het document in het jaar 1926 of 1927.

Vanaf blad 7 vertelt het document over een bezoek aan de grot van Camões in Macao. Het verhaal is dan vrijwel geheel geschreven op postpapier van de Java-China-Japan Lijn. Op het laatste blad staat een schetstekening van Macao, van zee uit gezien. In dit document worden bovendien dezelfde vertel-elementen gebruikt als in de reisbeschrijving ‘Van verre havens. Amoy, Macao, Shanghai’ (Reisbeschrijvingen, blz. 43), tot de medeaanwezigheid van een paar goedgeklede Chinezen toe. Ook in Dagboek wordt dit bezoek aan de grot vermeld (blz. 21), maar zonder datum; het staat tussen vermeldingen met de data ‘Februari [1927]’ en ‘14 Juni [1927]’ in. Op grond van deze gegevens kunnen we dit document dus waarschijnlijk op 1927 dateren.

Andere gegevens bevestigen deze veronderstelling. Het slotdeel handelt over de geschiedenis van Macao. Kennelijk heeft Slauerhoff hiervoor geput uit C.A. Montalto de Jesus, Historic Macao. International traits in China old and new, second edition, (Macao, 1926). In het exemplaar uit Slauerhoffs bibliotheek, nu aanwezig in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, staat op de titelpagina: J. Slauerhoff | Macao. H[ong]. K[ong] | Januari '27. Maar ook een ander boek, eveneens in zijn bibliotheek aanwezig, heeft hij geraadpleegd: Francisco Monteiro, The renascence of Macao, (Macao, [1924]).

Op oudejaarsdag 1926 was Slauerhoff in Macao gearriveerd. Dit blijkt uit een brief aan Helen Hille Ris Lambers, gedateerd: 4-1-1927, maar afgestempeld: 4-1-1928. Het jaartal is dus een voor de hand liggende vergissing. Slauerhoff schrijft: ‘Verleden jaar zat ik in Macao - alleen. ik was er 31 Dec aangekomen.’ (Afschrift in het bezit van K. Lekkerkerker.) Ongetwijfeld bedoelde Slauerhoff hiermee te zeggen, dat hij op 31 december van het jaar 1926 in Macao aankwam. Hij had toen meer dan een jaar op de Oost gevaren (cf. J. Slauerhoff, Reisbeschrijvingen, blz. 175). Van deze feiten vinden we de weerslag terug in document A-I: Het is oudejaar. Achter mij ligt een jaar

[p. 15]

onafgebroken varen van Indië op China (...). (...) de laatste dag van een jaar (...). (blad 8) (...) deze laatste avond van het jaar (...). (blad 12) Mochten deze zinsneden er op het eerste gezicht op wijzen dat het document, althans tot en met blad 12, gedurende die oudejaarsdag zou zijn ontstaan, op blad [9] schrijft Slauerhoff: Dien eersten middag (...), wat aangeeft dat hij zijn indrukken toch later op papier heeft gezet. We kunnen document A-I daarom plaatsen in januari 1927 of iets later.

Document A-II is geen reisbeschrijving, maar een gedeelte van een verhaal. De hoofdpersoon heet Osteria, een niet nader aangeduide schepeling, die in Japan heimelijk zijn schip verlaat. Voor zover ons bekend is, heeft Slauerhoff dit verhaal niet afgemaakt. Waarschijnlijk is het geschreven voordat hij aan zijn ‘Chinese’ romans begon (zie hiervoor de commentaar bij dit document). De eerste plannen voor de romans dateren van vóór 20 maart 1929, de datum van vertrek voor zijn laatste reis met de Gelria naar Buenos Aires: ‘Ik ben aan een werkelijk groot (en omvangrijk) ding bezig (...).’ (Arthur Lehning, Brieven van Slauerhoff, blz. 61; brief van 4 april 1929. Zie ook de inleiding op de B-groep.) Het verhaalfragment moet dus waarschijnlijk nog eerder gesitueerd worden; op zijn vroegst: eind 1925, toen hij zijn eerste reis met de Java-China-Japan Lijn maakte. Op die reis bezocht hij in Japan een chrysantententoonstelling. (Cf. J. Slauerhoff, Brieven aan Hans Feriz, ed. Herman Vernout, blz. 41; de brief is waarschijnlijk eind november 1925 geschreven.) Op de bladen 51 en 52 van A-II is eveneens van zo'n tentoonstelling sprake.

prepostterug  begin  verder