Bovenste gedeelte van een blad van een schrijfblok van kwartoformaat; aan één zijde beschreven. Tekst in machineschrift (doorslag), de kop in potlood.
Rechts boven het cijfer 18, aanvankelijk door een der editeurs met potlood aangebracht en later abusievelijk niet uitgewist alvorens het document werd gefotografeerd (zie facsimile op blz. 286).
Niet vast te stellen.
1Alg.
2China is het innigste mengsel van hemel en hel dat op aarde bestaat
□ Lang ik weet niet hoelang leef ik in het nauwe donker van een steeg een van de tallooze vertakkingen van het riolenstelsel waarin de chineezen leven In de vuilste stank die een verrotte afstervende wereld uit kan ademen
En dan door dat labyrinth omsloten de verboden tuin die achter sneeuwwitte muren leeft De enkele toegelatenen weten nooit hoe zij er in kwamen bijna stervend door de zaligheid van het suaaf aroom dat zij nu moeten inademen omstuwd door bloemen die een eeuwenoude kultuur veredelt [lees: veredeld] heeft tot bovenaardsche schepselen welker geuren glimlachen over de rampzalige stervelingen en ze vergiftigen
Wel draagt ook het menschelijk geslacht soms een schoone bloesem maar die ontaard te3 en kan zich nooit bestendigen De bloemen bestuiven zich en planten zich al zuiverder voort generatie na generatie
Waarom kan een mensch niet in deze wellust leven te neg [lees: eng] omsloten4
Een gure morgen trokken wij weer door de verre steppen waar de oude huid der aarde in harde rimpels is getrokken en de graven dichter bijeen liggen5

De kop van dit fragment, Alg., is kennelijk naderhand, met potlood, door Slauerhoff toegevoegd. Waarschijnlijk bedoelde hij hiermee aan te geven, dat het een commentaar-gedeelte van de verteller betreft. Vergelijk de opschriften boven de documenten B-II, blad [3] en [4], en D-III, en de letter A rechts boven document D-IV, blad [1] en [3].
Het is onduidelijk waar dit fragment tussen de overige papieren ingelast moet worden.