[p. 67]
Solidariteit met een Vietnamese
Vierkant
sloeg het gezicht naar de hemel.
Geen enkel volk
verdraagt knechtschap, o dood.
En ik denk niet eens aan orkanen
op drift - de volkswil.
Dit meisje weet al
dat ze moet vechten,
koel, berekenend,
met een geweer dat niet mist.
Ook niet als je gewond
neerzinkt op je knieën.
Ook niet als je beseft
dat het wapenarsenaal van Johnson
onuitputtelijk is.
Niet het oorlogsrumoer maar de mens.
Niet de talloze oorlogsschepen
in de mist,
want die zullen verdwijnen
zodra de zon opklimt.
Onze stellingen zijn onneembaar.