[p. 142]
Retrato de mujer
I
De nuevo su retrato,
sus ojos.
¿Pueden ser tan engañosos?
El tiempo ha pasado.
Me ha quedado el dolor.
II
Hueco de la noche.
El relincho
de los caballos,
con énfasis.
El miedo, el frío.
La luna fogosa.
Tarde comprendí
que la quería.
[p. 143]
Portret van een vrouw
I
Opnieuw haar portret,
haar ogen.
Kunnen die zo bedrieglijk zijn?
De tijd is voorbijgegaan.
De pijn is mij gebleven.
II
Hol van de nacht.
Het gehinnik
van de paarden,
met nadruk.
De angst, de kou.
De vurige maan.
Te laat begreep ik
dat ik van haar hield.