terug  begin  verder
[p. 164]

Bauxiet

 
Dynamiet,
 
en de wolk krimpt
 
over
 
de opengesperde muil
 
van het mineraal,
 
o erts en mijn bittere wonde.
 
 
 
Opengericht
 
naar de snikhete middag
 
waar de arbeiders zuchten.
 
 
 
Ik voel me schuldig
 
voor dit bedrog.
 
 
 
Alle erts dat heenging keert
 
immers niet meer terug?
 
 
 
Misschien als er bloed vloeit?
 
 
 
De vrees en de onzekerheid staren,
 
staren.
terug  begin  verder