[p. 165]
De verwoestingen
Ik houd vast aan je gebroken
gezicht in Algerije,
we zijn de dieven op het spoor
tussen de huizen in Guatemala,
want in Panama
drinkt men nog steeds
bloed van eigen kinderen.
In de loopgraven van Venezuela,
spreek mij niet van puinhopen
die hebben wij genoeg
in ons eigen hart.
Wij zijn de dieven op het spoor,
ademloos.