terug  begin  verder
[p. 167]

Suriname

 
Soms
 
is het een rijstveld.
 
Mijn paarse adem ertussen.
 
Diamantlicht!
 
 
 
Soms het Pad van Wanica.
 
Bananenvelden
 
snellen toe, snellen weg.
 
 
 
Om jou hebben we
 
onze ingewanden verschroeid,
 
omwille van je warmte!
 
 
 
Soms
 
is het een hart
 
dat ik omarm en streel
 
ergens
 
diep in de bossen
 
aan de Litaní
 
aan de Koesewijne.
 
 
 
We hebben je beploegd.
 
We hebben je bemest
 
met de as van ons sterven.
terug  begin  verder