[p. 183]
Nachtregen (I)
En in de koude regen
het harteleed
dat klaagt.
Straatstenen, schaduwen
luisteren niet
waar de nacht woedt,
verloren.
Nachtregen (II)
In de koude wind
vleermuizenscherts
na regen.
De sapotille
is reeds aangevreten
en valt daarna.
Nachtregen (III)
(kikkers)
De koperen blazers
wachten op het orkest.
Maar
het valt niet in.
[p. 184]
Zelfs de sterren
hebben hun stemmenrecht
verloren.
Nachtregen (IV)
(hond)
Waf!
Alleen
een diep geblaf.
Van bijten
komt er niets.
De regen
houdt hem
ervan af.
Waf!