terug  begin  verder
[p. 185]

Revolutie

 
Toen ik nog van je droomde
 
als van een vrouw...
 
 
 
Maar nu
 
spotlacht zelfs
 
de ten dode opgeschrevene
 
waar ik jouw naam noem.
 
 
 
Is er dan zoveel veranderd?
 
Zoveel ontgoocheling?
 
 
 
De vluchtige blikken
 
raad ik.
 
Schuw ontwijken ze me.
 
 
 
Toch weet ik
 
dat men weer gelogen heeft.
 
Dat ik niets zal krijgen
 
van jouw paradijs.
 
 
 
En nu de droom over is,
 
als een vliegtocht voorbij:
 
ik sta met beide benen op de grond
 
maar anders.
terug  begin  verder