[p. 186]
Schrik
Verschrikt gezicht.
Verdraaide ingewanden in me.
Meisje bij de deur
van een winkel:
Gaat het zo slecht, zo slecht?
De kale straat.
Reeds verlaten.
Allemaal gevlucht,
denk ik.
Nog nooit zo eenzaam
heb ik mij gevoeld.
Ach neen,
praat ik in mezelf.
Je ziet het verkeerd.
Waar ik weet
dat er geen redding meer is.