terug  begin  verderprepost
[p. 606]

Register B (zaken)

Aantal personen Zie onder personen.
actueel-politieke strekking 104-105; 109; 235; 276-278; 334-337; 343.
aemulatio 43; 46; 56; 57; 149-150; 223; 355; 501; 581.
aemulerend(e) .... Zie onder aemulatio.
agnitio 22; 42-43; 45; 52; 57; 88-89; 145-146; 350; 413; 414; 432-433; 439; 444; 446; 448; 552; 561; 562; 578; 585.
allegorische interpretatie 340-342; 426-429.
antithese 43-44; 45; 50; 56; 57; 84-89; 92-94; 95; 98-99; 103; 108; 110-111; 143-145; 154; 205; 222; 233-234; 239; 266; 268; 272-273; 292; 362; 366-367; 370-371; 372; 381 (sub I-b); 389 (sub III-a); 390 (sub III-b); 418; 419; 422; 428; 430; 493; 497; 545; 547; 550; 557; 562; 579; 585.
antithetische elementen, details Zie onder antithese.
 
Bijbel (vrijheid tegenover de ....) 97-98; 146-147; 217-218; 367-368; 518; 563-565.
 
Contrasterende elementen Zie onder antithese.
contrasterend-uitbeeldende structuur 47; 89; 142; 493.
contrastwerking Zie onder antithese.
 
Deus ex machina 153; 440; 444; 447; 448; 500; 501; 563.
drama van staetveranderinge 46-47; 57; 89; 96; 99; 110; 111; 142; 154; 156; 159; 160; 167-168; 205; 220-221; 230; 265; 279; 281; 307; 320; 347; 362; 366; 368; 418-419; 431; 450; 493; 498; 505; 515; 544-554 (passim); 567-568; 578.
dualiteitsdrama 148; 156; 474 noot 3; 493; 547; 550; 552; 554; 556-557; 567-568.
dualiteitsgroepen 557.
dualiteitsmotief Zie onder dualiteit van goed en kwaad.
dualiteit van goed en kwaad (geloof en ongeloof; gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid aan God) 46; 156-157; 462; 474 noot 3; 492-495; 496; 498; 505; 547-551 (passim); 553-554; 567.
 
Emblematisch(e) ... Zie onder exemplarisch-emblematisch(e) structuur, detail, drama.
epiloog 150; 152-154; 156; 545; 547; 549-550.
[p. 607]
exemplarisch-emblematisch(e) structuur, detail, drama 15; 39-41; 47; 57; 95-96; 157-160; 168; 221-222; 276; 307-312; 429; 464; 493-495; 505-506; 514; 550-551; 554; 567-568.
 
Flash-back 141-142; 144; 158.
 
Geestverschijning 37-39; 40; 151-152; 154; 163 noot 2.
godsbestuur Zie onder zinvolheid van het godsbestuur.
‘goude regel’ van vossius Zie onder bijbel.
 
Handeling (eenheid van...) 46; 320.
hartstochten 14-15; 90-91; 95; 279; 310 noot 1; 311; 313; 443.
herkennis(se)’ Zie onder agnitio.
 
Imitatio 41; 56; 57; 79 noot 2; 99; 107; 149-150; 223; 353-379 (passim); 419; 422; 430; 442-443; 446; 500; 501.
 
Karaktertekening 219-220; 274-276; 281; 294 noot 1; 321-325; 345; 499-500; 552; 553-554; 567; 582; 585.
klassieke tragedie 591.
konst en vlieghwercken’ 325-329.
 
Luciferisme 27 noot 1; 29 noot 1; 141; 317.
 
Medogen en schrick’ 450.
 
Noodlots-motief 9; 41; 57; 585.
 
Onbestendigheid van al het aardse 46-47; 94-95; 229-230; 463-465; 492; 505; 549.
overgangkZie onder peripeteia.
 
Parallellie 9-11; 40-42; 46; 48-52; 55; 57; 79 noot 2; 85; 89; 103; 104-105; 108; 111; 141-142; 145; 169-170; 185; 194 noot 1; 218; 234; 235; 238; 240; 241; 258 noot 2; 261 noot 3; 268; 277; 297 noot 2; 338; 340; 359 (sub II, 2); 375; 377; 378; 472 noot 1; 475 noot 1; 482; 498; 501-502; 507-509; 517; 518; 520 (sub I-a); 521 (sub I-b); 522-523 (sub I-c); 527-528 (sub II-c); 533-534 (sub III-d); 537 (sub III-f); 544 (sub V-b); 546-547; 551; 557; 563.
peripeteia 14-15; 42-47; 48; 50-51; 57; 84-88; 95; 99; 108 noot 1; 110-111; 142-146; 156; 162-163; 165; 168; 169; 199; 205-207; 208; 210; 218; 220-221; 230-231; 265-267; 270; 277; 280; 290; 307; 310 noot 1; 311; 316; 319; 347; 350; 367; 368; 413; 418-420; 430; 432-433; 440; 444; 446; 448; 450; 462; 463-465; 491-498 (passim); 500; 503-505; 510-511; 514; 535; 545-554 (passim); 558; 561; 567; 579; 585.
peripeteïsch drama Zie onder drama van staetveranderinge.
peripeteïsch(e) structuur, detail 160; 272-273; 419; 496; 506; 514; 545; 568; 579.
personen (aantal) 445; 447.
persoonlijke motieven 54-55; 106-109; 164-167; 225-227; 337-340; 343; 345.
petrarkisme 176 noot 1; 398 noot 3; 519 noot 5; 531 noot 1.
plaats (eenheid van....) 53-54; 85; 101-102; 164; 223-225; 288-289; 379-380; 445; 446-447; 465; 515-516; 573.
[p. 608]
politieke strekking Zie onder actueel-politieke strekking.
proloog 150-152; 154; 156; 266; 267-268.
prototypie 23 noot 1; 138 noot 3; 154; 159; 204; 209; 395 noot 2; 428.
 
Reien, reizangen 99-100; 156-157; 168; 222-223; 226-227; 266; 271-273; 277; 278; 280; 343; 344.
 
Scaligeriaanse toneelopvatting Zie onder senecaans-scaligeriaanse toneelopvatting.
schrickZie ondermedogen en schrick’.
senecaans(e) drama, elementen 362; 372; 430; 474 noot 3; 582; 591-594.
Zie ook onder senecaans-scaligeriaanse toneelopvatting.
senecaans-scaligeriaanse toneelopvatting, traditie 592-594.
sententie 24 noot 1; 31 (sub V-a); 221; 290; 470 (sub II-b).
staetveranderingeZie onder peripeteia.
 
Tijd (eenheid van....) 38; 39; 141; 208; 225; 241-242; 288-289; 445; 446; 450; 465-466; 498; 515.
tragische (het ....) 160-162; 399 (sub IV-a); 474 noot 3.
tragische ironie 123; 474 noot 3; 557.
trilogie 319; 344-345; 509-511.
 
Universeel aspect Zie onder universaliteit.
universaliteit 46-47; 95-96; 99; 148; 156; 157; 159; 221; 463-465; 492-493; 505; 548-549.
 
Waarschijnlijkheid (eis van de....) 224; 498-499.
 
Zinvolheid van het godsbestuur 25; 46.
prepostterug  begin  verder