
Sinds mensenheugenis is er in elke cultuur altijd een groep vrouwen (en soms ook mannen) geweest die zich sterk aangetrokken voelt tot het begeleiden van vrouwen tijdens de zwangerschap en de bevalling. Deze aantrekkingskracht voel je bijna aan den lijve, als bij een roeping. De jonge vrouwen die erdoor worden geraakt, zijn vaak heel vastberaden. Ze willen maar één ding en niets anders: vroedvrouw worden! Sinds 1978 mogen ook mannen vroedvrouw worden en is de officiële naam veranderd in ‘verloskundige’. Daarom zal ik in dit boek voornamelijk het woord ‘verloskundige’ gebruiken.
Als je voor dit vak kiest, dan weet je dat je kiest voor een zware opleiding en een fysiek zwaar beroep. Je weet dat je nachtrust gedurende je gehele beroepsleven vaak verstoord zal worden. Je trotseert dat omdat je het ondanks alles wil, omdat je daarnaast de magie wilt meemaken. Je voelt je aangetrokken tot de mysterieuze oerkracht van de vrouwelijke natuur en de voortplanting. Het is dezelfde kracht als die van een storm die plotseling opsteekt, de oerkracht van een aardverschuiving, een vulkaanuitbarsting of die van een fikse vrijpartij. Een bevalling is adembenemend. De ouders zijn tijdens de bevalling volledig zichzelf, want alle façades vallen weg. Tijdens het bevallingsproces ontstaat er een onderlinge intimiteit die woordeloos en veelzeggend is. Meer dan in welk beroep dan ook kom je als verloskundige in aanraking met zowel de praktische en triviale kanten van het leven, alsook met het onzegbare, met de onuitsprekelijk mooie kant, met het grote raadsel
van ons bestaan. De importantie van ons voortbestaan maakt elke bevalling voornaam, tot iets heiligs. En tegelijkertijd is het oerspannend. Het móet goed gaan, deze mens móet er komen, alles telt! Daarom verkeert de verloskundige bij iedere bevalling op de toppen van haar alertheid en zenuwen. Juist omdat het altijd zo'n intense gebeurtenis is, een hoogtepunt in het leven van twee mensen, neemt een bevalling ook de verloskundige totaal in beslag. Je leeft helemaal in het moment, je kunt even helemaal nergens anders mee bezig zijn, nergens anders aan denken. En dan is er uiteindelijk, na de geboorte van het kind, de diepe ontspanning en voldoening. Het zijn de momenten die het vak haar schoonheid geven. Je bent er even helemaal ‘bij’ geweest, opgetild, ver verwijderd van de dagelijkse beslommeringen. Ondanks de grote vermoeidheid - een verloskundige werkt nu eenmaal vaak 's nachts - geven alle gevoelens van liefde, euforie en opluchting waarmee een bevalling nu eenmaal gepaard gaat, je nieuwe energie. Dat is de reden waarom verloskundigen dit fysiek zware vak toch jaren kunnen volhouden. Het is de kracht, kennis en wijsheid die verloskundigen ontlenen aan hun eigen natuur. Je bent zelf een vrouw (althans, in de meeste gevallen) en je weet diep van binnen precies dat wat tijdens een bevalling gebeurt ook zo móet gebeuren. Daarom weet je dat de beste en veiligste manier om een vrouw te helpen is om het haar zoveel mogelijk zélf te laten doen.