terug  begin  verderprepost
[p. 15]

4 Heksenvervolging



illustratie

Vroedvrouwen hielden zich immers bezig met zaken als conceptie, seksualiteit en geboorte, zaken die op de grens liggen tussen leven en dood, waar de kerk het liefst zelf het monopolie op wilde behouden. Alleen God en zijn aardse vertegenwoordigers mochten zich bezighouden met de mysteriën van het leven, zo was de opvatting van de kerk. Daarom werden er bij tijd en wijle hetzes tegen vroedvrouwen gevoerd. Dit leidde ten tijde van de Inquisitie, in de zeventiende eeuw, tot een ware vervolging. Volgens de annalen hebben in Europa duizenden vroedvrouwen de dood op de brandstapel gevonden. Als er in een dorp een zondebok aangewezen moest worden omdat er weer een ramp had plaatsgevonden of de zoveelste epidemie was losgebarsten, dan was het gemakkelijk om de vroedvrouw van hekserij te beschuldigen. En als ze vervolgens met een zware steen in de plomp werd gegooid en ze kwam niet meer boven, nou, dan was ze zonder twijfel een bewezen heks! Nederland was echter een van de eerste landen in Europa waar vrijheid van meningsuiting werd verworven en waar je niet zomaar vanwege een afwijkende mening werd vervolgd of verbrand. Veel andersdenkenden, zoals bijvoorbeeld de Hugenoten, zijn om die reden rond het einde van de zeventiende eeuw naar Nederland gevlucht. Ook ten opzichte

[p. 16]

van vroedvrouwen heerste er in Nederland een meer tolerant klimaat. Waar overal in Europa vroedvrouwen werden overvleugeld door heren medici en vroedmeesters - of letterlijk werden uitgeroeid - bleven vroedvrouwen in Nederland overeind. Om hen beter te kunnen opleiden, nam een aantal vroedmeesters en ‘doctores medicinae’ in ons land zelfs het initiatief tot het schrijven van leerboeken voor vroedvrouwen.

Een leerboek over verloskunde uit 1701

Zo schreef Hendrik van Deventer, een doctor medicinae, in 1701 een dik leerboek over verloskunde, waarin hij onder meer een aantal eigenschappen beschrijft die noodzakelijk zijn om een goede vroedvrouw te zijn. Zijn beschrijvingen zijn overigens tot op heden nog altijd actueel: ‘Vrouwen die verloskundige willen worden, moeten evenwichtig, voornaam en beheerst zijn, want losse en driftige mensen kunnen een beroep van zo hoog belang veel schade toebrengen. (...)

Een vrouw die echter voornaam, bezadigd en innerlijk beheerst is, die bij vreemde voorvallen niet licht van streek of in verlegenheid raakt en die alles rijp overweegt en tevens gaarne advies vraagt, is een zodanige vrouw die geschikt is voor het ambt. (...)

Kraamvrouwen die zich pijnlijk en ongemakkelijk voelen en dikwijls kleinmoedig zijn, hebben een vroedvrouw nodig die haar een hart in het lijf spreekt en haar hoop op een goede afloop versterkt, zover de werkelijkheid en de toestand van haar en haar kind zulks toelaten. (...)

Een vroedvrouw moet verdraagzaam zijn, hoewel barende vrouwen zichzelf door woorden of daden wel eens vergeten. Zij moet haar dan goedmoedig onderrichten en niet hard optreden, vooral niet in de eerste kraam, omdat het voor jonge vrouwen een geheel nieuwe ervaring is en zij nog ongeoefend zijn. Het moet evenwel de vroedvrouw niet beletten om op belangrijke ogenblikken als het erop aankomt, en als de kraamvrouw haar goede raad niet in acht neemt, haar met ernst op haar plicht te wijzen. Hiertoe heeft een vroedvrouw echter wijsheid nodig om tussen de vrouwen haar aard te onderscheiden.’

[p. 17]

Sommige Nederlandse medici onderkenden, zelfs in die voor vroedvrouwen zware tijden, kennelijk wél het belang, de wijsheid en de kunde van vroedvrouwen. In 1865 richtten zij dan ook de eerste Kweekschool voor Vroedvrouwen op. Het tolerante Nederlandse klimaat heeft er mede toe bijgedragen dat hier in de loop van de vorige eeuw een sterke beroepsgroep van verloskundigen kon ontstaan, die zich verder heeft weten te ontwikkelen tot waar we nu staan.

prepostterug  begin  verder