
In de jaren zeventig kregen in Nederland ook verloskundigen officieel toegang tot de ziekenhuizen. De reden hiervoor was dat artsen en verpleegkundigen tijdens hun opleiding niet genoeg bevallingen konden bijwonen. Vanaf dat moment werden verloskundigen aangemoedigd om vrouwen voor een poliklinische bevalling naar het ziekenhuis te sturen. Verloskundigen ervoeren dit destijds als een privilege en een verhoging van hun status. Zo konden zij meer bevallingen tegelijkertijd bestieren en daarnaast ook nog eens meer verdienen. Het gevolg was dat eind jaren zeventig nog maar 35 procent van alle vrouwen thuis beviel, terwijl het percentage thuisbevallingen aan het begin van dat decennium nog zeventig procent bedroeg.
In de jaren tachtig ontstond een consumentenbeweging voor het behoud van de thuisbevalling. Deze beweging bestond uit een groep zwangere vrouwen en jonge moeders. Jonge verloskundigen haakten daarop in en voerden hand in hand campagne met zwangere vrouwen en moeders om te voorkomen dat ook in Nederland de thuisbevalling zou verdwijnen.
In het begin van de jaren negentig werd het onomstotelijke wetenschappelijke bewijs geleverd dat het Nederlandse systeem van verlos-
kunde, waarin de thuisbevalling zo'n prominente en belangrijke rol speelt, een zeer veilig systeem is. In vergelijking met het buitenland zijn onze resultaten zonder meer uitstekend. Onze benadering heeft als uniek bijverschijnsel dat het landelijke percentage medische ingrepen tijdens de bevalling relatief laag is.
Daarom is het verbazingwekkend bijzonder dat, ondanks de internationale trend van verregaande medicalisering, in Nederland sinds eind jaren zeventig het percentage thuisbevallingen niet meer noemenswaardig is gezakt. Het varieert nu al twee decennia tussen de 31 en 35 procent.
Nederland heeft als enige land in heel West-Europa een bijzondere en eigen verloskundige cultuur. Een cultuur waarin vrouwen tijdens de bevalling zo soeverein mogelijk zijn en ook zo behandeld worden en wíllen worden. Baren en alles wat daarmee te maken heeft, is bij ons voornamelijk het terrein van vrouwen zelf. De aanwezigheid van een grote groep vrouwen die thuis wil bevallen heeft een gunstig effect op de gehele verloskunde, met name op de Nederlandse gynaecoloog en op het verloskundig beleid van Nederlandse ziekenhuizen. Nergens in de wereld vind je zulke vrouwvriendelijke en ontspannen gynaecologen als in Nederland. In geen ander land wordt zo weinig ingegrepen tijdens een bevalling. En nergens wordt zo weinig geprocedeerd door jonge ouders als in Nederland. Het gegeven dat het krijgen van een kind een gewone gebeurtenis is, die gewoon thuis en midden in de maatschappij kan plaatsvinden, beïnvloedt de hele sfeer binnen die maatschappij. Het bevordert de autonomie van mensen die er onderdeel van uitmaken. De soevereiniteit van vrouwen tijdens de bevalling is nauw verbonden met de sterke en onafhankelijke positie van de Nederlandse verloskundige. In de landen waar verloskundigen hun beroep hebben ‘verloren’, zijn ze niet meer dan een veredelde assistent van de gynaecoloog. In landen als België, Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten hebben ver-
loskundigen heel weinig in te brengen. Het resultaat is dat tijdens bevallingen veel meer dan nodig wordt ingegrepen. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten ligt het gemiddelde percentage keizersneden tussen de 25 en 30 procent, in Nederland ligt dat rond de twaalf procent. In Frankrijk bevalt 74 procent van alle vrouwen met een ruggenprik. In Nederland daarentegen is het percentage ruggenprikken rond de acht procent.