
Behalve humor is een aantal (karakter)eigenschappen voor verloskundigen onontbeerlijk. Gnoti Zeauton! Ken u zelf! Zij moet niet alleen een positief zelfbeeld hebben, maar ook zelfkennis en zelfreflectie. Dit geeft de verloskundige als professional namelijk inzicht in psychische processen van anderen, zonder te oordelen of te veroordelen en zonder dingen te persoonlijk op zichzelf te betrekken. Dit draagt ertoe bij dat zij zich niet identificeert met de problemen, de pijn en het verdriet van anderen, terwijl zij tegelijkertijd toch haar empathie niet verliest. Een positief zelfbeeld is natuurlijk bij ieder beroep zinvol, maar bij verloskundigen is het onontbeerlijk. Het positieve zelfbeeld van de verloskundige voorkomt misbruik van tijdelijke, grenzeloze macht en het onnodig op de strepen gaan staan. Tijdens een bevalling is een vrouw namelijk zo kwetsbaar, dat een verloskundige onvoorwaardelijk op haar zelfliefde moet kunnen terugvallen om geen misstappen te begaan die de barende vrouw emotioneel kunnen beschadigen. Als zij bovendien zelf in positief contact staat met haar eigen lichaam, met haar eigen seksualiteit, bezit ze ook de innerlijke overtuigingskracht die nodig is
om een bevalling van iemand anders tot een succes te maken.
Verder moet een verloskundige flexibel zijn, onverschrokken en flink, een open houding hebben, improvisatietalent, compassie en bescheidenheid op zijn tijd. Zij moet niet alleen aandachtig opletten, maar ook goed kunnen inschatten en observeren.
Het lijkt alsof je bijna een heilige moet zijn om een goede verloskundige te zijn en in zekere zin is dat ook zo. Natuurlijk zijn verloskundigen, net als andere mensen, verre van heilig, maar zodra zij in contact zijn met zwangere en barende vrouwen komt er iets buitengewoons in hen los. Verloskundigen kunnen dan eindeloos veel meer compassie, solidariteit en geduld opbrengen, vaak zelfs meer dan voor hun man en eigen kinderen. Daarom hebben ze dit vak gekozen.
Peter, echtgenoot van een verloskundige: ‘Het is ongelofelijk hoe geduldig en lief ze midden in de nacht een barende vrouw te woord staat. Ik ben soms jaloers! Ik zou willen dat ze net zo lief en geduldig was voor mij!’
Gea, verloskundige: ‘Ik kan heel slecht in mijn vel zitten en me diep ellendig voelen. Dan heb ik geen ruimte voor mijn man en kinderen en kan de hele wereld het heen en weer krijgen. Maar als vervolgens de pieper gaat en er ligt ergens een vrouw met barensweeën, dan springt mijn hart toch weer open en voel ik het weer stromen! Niets is me dan te veel. Ik zou willen dat ik altijd kon zijn zoals ik ben tijdens een bevalling. Terwijl ik in mijn eigen leven vaak heetgebakerd ben en goed kan snauwen, zal ik dat nóóit doen tegen een barende vrouw. Met eindeloos geduld en humor ben ik er voor haar en doe instinctief alles wat nodig en goed voor haar is.’
Petra, verloskundige: ‘Vaak heb ik het gevoel dat ik tijdens een bevalling eindelijk tot mezelf kom. Het lijkt wel alsof een bevalling me diep ontspant. Ik kan nergens heen en dat creëert rust. Daardoor ben ik tot veel meer in staat en is mijn tolerantie oneindig. Die mate van toewijding en geduld kan ik bijna voor niemand opbrengen, behalve voor een barende vrouw.’
Annet, verloskundige: ‘Mijn vriend maakte het die dag uit. Ik was totaal uit het veld geslagen en lag de hele nacht in mijn bed te huilen. Tot overmaat van ramp had ik ook nog dienst. Toen de pieper afging met een spoedcode dacht ik dat ik het niet zou overleven. Maar niets was minder waar! Ik vergat mijn eilende en het werd een prachtige bevalling. Pas toen ik 's ochtends thuiskwam, stak mijn eigen melodrama weer de kop op.’