
Een ogenschijnlijk normale bevalling. Marijke had ontsluiting, alles ging goed, in de intimiteit van haar eigen huis, met haar man erbij. Maar bij negen centimeter bleek dat de baby had gepoept in het vruchtwater. Dit hoeft niet, maar kan een aanwijzing zijn voor een dreigende benauwdheid bij de baby, dus gingen we naar het ziekenhuis om dit te laten checken. De rit in mijn auto naar het ziekenhuis verliep rustig; we zaten zelfs tussen de weeën door nog grapjes te maken. In het ziekenhuis was het druk, er kwam een aardige assistent-gynaecoloog binnen die het op dat moment heel druk had. Hij zei: ‘We gaan u even toucheren om een elektrode op het hoofdje van de baby te zetten, zodat we het hartje van de baby beter in de gaten kunnen houden. Dan kunt u daarna gewoon doorgaan met persen.’ Toen de arts-assistent vervolgens wilde toucheren, voelde Marijke een wee opkomen en riep: ‘Wacht even!’ Maar daar kon de arts-assistent op dat moment geen geduld voor opbrengen en ging pardoes met twee vingers vaginaal bij haar naar binnen. Prompt gaf zij een langdurige, ijselijke gil. Een gil die mij door merg en been ging. En voordat ik het in de gaten had was het gebeurd en haakte Marijke volledig af. Ze ‘ontkoppelde’ als het ware en was van het ene op het andere moment niet meer benaderbaar. Wat
ik ook probeerde, ik kon werkelijk geen enkel contact meer met haar krijgen. Het leek alsof zij een totaal andere vrouw was geworden. Ze kon niet meer persen, werkte niet meer mee, was helemaal slap en afwezig. Uiteindelijk werd het een vacuümbevalling.
Na zes weken belde ze zelfs de afspraak voor de nacontrole af, maar ik drong eropaan dat ze een week later alsnog zou komen. Ze vertelde dat ze lusteloos was, dat haar gevoel weg was, dat ze moeite had om blij te zijn met haar baby. Kortom, ze was in een postnatale depressie beland. Na het derde gesprek kwam eruit dat ze incestervaringen had. Haar lichamelijke integriteit was in haar jeugd keer op keer geschonden. Té lang was er over haar grenzen heen gegaan. En tijdens haar bevalling was er wéér over haar grenzen heen gegaan, net zoals vroeger, toen ze keer op keer had aangegeven dat ze niet wilde, maar dat had nooit geholpen. Het was allemaal te erg geweest. Onbewust was ze tijdens haar bevalling weer in de sfeer van haar traumatische jeugd terechtgekomen, toen haar vader voor de zoveelste keer aan haar kamerdeur klopte. En even was ze weer die depressieve puber die ze toen ooit was. Ik heb haar doorverwezen naar een psychotherapeut. Toen ik haar twee jaar later toevallig op straat tegenkwam, was ze nog altijd in therapie en had nog regelmatig last van die traumatische bevallingservaring. Nooit durfde ze óóit nog zwanger te worden, zei ze.