terug  begin  verderprepost
[p. 62]

28 Het verhaal van mijn vriendin



illustratie

Na acht jaar ongewenst kinderloos te zijn geweest was een van mijn beste vriendinnen, zelf een ervaren vroedvrouw, eindelijk in verwachting door middel van ivf. Eindelijk zou zij dus een kind krijgen. Ze vroeg of ik haar bevalling wilde begeleiden. Wat een verantwoordelijkheid! Maar uiteraard wilde ik het heel graag doen.

Op de dag van haar bevalling kwam ik 's ochtends rond tien uur bij haar huis aan. Ze had nog maar twee à drie centimeter ontsluiting en kon de weeën op dat moment niet goed aan. Ze steunde: ‘Sorry, misschien ben ik voor een vroedvrouw heel kinderachtig, maar ik trek het niet. Ik wil een ruggenprik.’ Ik antwoordde: ‘Oké, je hoeft noch voor mij, noch als vroedvrouw iets op te houden of te presteren. Als het niet gaat, regel ik echt die ruggenprik, maar... laten we nog even wachten. Het is nog vroeg, dit is die nare beginpijn. Straks ga je meer aan de pijn wennen.’ Ze ging in bad en plotseling zette de ontsluiting ongelofelijk snel door. Dat hielp enorm om de pijn te verdragen. Maar vervolgens werd ze door zulke heftige persweeën overvallen dat ze bijna gek werd van angst. Ik denk dat ze ontzettend bang was dat het kind er tijdens die weeën alsnog tussenuit zou knijpen. Ze kon gewoon niet geloven dat er ook voor haar een gezond kind en een thuisbevalling in het verschiet

[p. 63]

lagen. Een radeloze paniek overviel haar. Haar man en ik zijn toen naast haar op bed gaan liggen, ieder aan een kant, als een sandwich, zodat ze zich veiliger voelde. Tijdens elke wee keek ik haar aan en zei dat ze niet gek werd, dat het inderdaad vreselijk was, maar dat ze sterk genoeg was. Ik herinner me dat ik zei: ‘Kom op, je bent een vroedvrouw en nu ga je het een keer zelf doen.’ Tijdens de ontsluiting had ik alles goed in de hand en voelde me als vriendin/vroedvrouw tamelijk onverschrokken. Maar toen ze tussen het persen door herhaaldelijk riep: ‘Whoahhh, nééééé, de baby gaat dood, de baby gaat dood!’, dacht ik: Mijn god, laat dit voor haar alstublieft een goede bevalling worden! Ik kan het niet verdragen als er nu iets niet goed gaat! Ik kreeg echt de zenuwen, maar dat kon ik natuurlijk niet laten merken.

Dit was zo'n typisch moment van ultieme, kwetsbare angst van de vroedvrouw. Je vertrouwt op de natuur, op het natuurgeweld dat normaal is bij een bevalling, maar tegelijkertijd weet je ook dat de natuur niet altijd perfect is. Soms laat-ie namelijk wel eens een steekje vallen. Op een zeker moment hoorde ik de harttonen van de baby minder snel gaan. Het vervelende van babyharttonen is dat ze tijdens het persen plotseling kunnen gaan dalen, om vervolgens gewoon weer te stijgen. Dan is er niks aan de hand, maar toch... Dus ik dacht: Is dit nu de normale dip, of gaat het nu fout? Toen ik nóg een keer luisterde, was het gelukkig weer goed. Op dat moment moest ik gewoon éven weg. Ik ben op de wc gaan zitten en het enige wat hielp was diep ademen en even niet meer denken. Veel verloskundigen bidden op zulke momenten. Ik bid niet, maar het lijkt er wel op. Je roept krachten over jezelf af. Op dat moment, zittend op die wc, heb ik al mijn dode vroedvrouwvriendinnen opgeroepen. ‘Jongens, als jullie daar ergens zijn, laat dit dan nu goed gaan! Help me nu alsjeblieft even een handje!’ Want ik wist dat wanneer dít goed zou gaan, mijn vriendin de wereld aan haar voeten zou hebben. Kort daarna werd ik weer rustig, ben teruggegaan en heb niets laten merken. Cool als altijd moedigde ik haar weer aan. ‘Goed zo, het gaat geweldig, ik zie het kopje al’, toe maar... En toen

[p. 64]

kwam daar eindelijk het hoofdje, daarna het lijfje en het had een prachtige roze kleur. Het jongetje krijste het meteen uit! Ik barstte pardoes in tranen uit, van pure blijdschap, maar vooral ook om de spanning af te reageren. En mijn vriendin was zó ongelofelijk gelukkig! Ze was ook nauwelijks ingescheurd. Deze bevalling was zó belangrijk voor het vertrouwen in haarzelf als vrouw én als verloskundige.

prepostterug  begin  verder