
Op een dinsdagochtend neem ik de dienst over van mijn collega Ilona. Er zijn veel kraamvisites, dus ik begin snel aan mijn tour de ville. Terwijl ik op de Amsterdamse Overtoom rijd, vlak na mijn tweede visite, word ik met spoed opgeroepen door Catharina, die 35 weken zwanger is. Door de telefoon hoor ik haar kreunen en hijgen en met horten en stoten vertelt ze haar probleem. Ze was vanochtend gewoon naar het werk gegaan, maar vrij plotseling kreeg ze een keiharde buik en daarna heftige pijn en bloedverlies. Ze voelt zich misselijk en zweterig. Dit klinkt ernstig en ik sta meteen ‘op scherp’. Ze moet nu rustig gaan liggen en ik zeg dat ik onmiddellijk een ambulance naar haar toestuur. Pijlsnel leg ik haar uit dat een gedeelte van de placenta vermoedelijk heeft losgelaten en dat ze naar alle waarschijnlijkheid met spoed een keizersnede moet ondergaan. Ik vraag haar naar het adres van haar werk en bel direct daarna de ambulance. Als die alvast maar onderweg is! Dan laat ik met spoed de gynaecoloog van het Lucasziekenhuis oppiepen en leg hem de situatie voor. Samen komen we snel tot dezelfde conclusie: Catharina moet zo snel mogelijk naar de operatiekamer. De gynaecoloog zorgt ervoor dat alles en iedereen daar klaarstaat voor de operatie. Als ter plekke blijkt dat de placenta inderdaad gedeeltelijk los ligt, moet het land razendsnel door middel van een keizersnede worden geboren. Alles is binnen tien minuten vanuit de auto geregeld, snellere hulp dan dit is niet mogelijk. En nu maar duimen dat de baby nog leeft. Terwijl ik mijn auto start, voel ik dat mijn rechtervoet trilt van de
spanning. Ik rijd onmiddellijk naar het Lucasziekenhuis. Onderweg probeer ik de echtgenoot van Catharina te bereiken. Hij neemt zijn telefoon niet op en ik spreek een boodschap in. Even later hoor ik vlakbij het ziekenhuis het geluid van sirenes van een ambulance vanuit de verte naderbij komen. Zou dat de ambulance van Catharina zijn? Als ik naar binnenloop arriveert de ambulance en wordt Catharina op een brancard naarbinnen gereden. Omdat ik haar man niet kan bereiken, besluit ik om met haar mee te gaan naar de operatiekamer, waar de gynaecoloog onder totale verdoving een spoedkeizersnede doet. Eerst komt er veel bloed, maar daarna verschijnt een bleek, slap meisje. Ze leeft! De placenta zit nog gedeeltelijk vast en dat is haar redding geweest! Even later knapt het kleine meisje gelukkig al snel op. Onze dag is goed. Later op de dag bel ik haar huisarts om ook hem op de hoogte te brengen van de afloop van deze zwangerschap.
Dankzij het technotijdperk met mobiele telefoons, een snelle ambulance en een rap bijeengeroepen operatieteam is dit gelukkig goed afgelopen! Wat daarbij helpt is op het juiste moment het hoofd koel houden en het vermogen om snel te kunnen handelen.
Voor verloskundigen is een leuke samenwerking met een team gynaecologen essentieel. Niets is fijner dan na een lange nacht van proberen de gynaecoloog te kunnen bellen om zijn of haar advies te vragen. Altijd is er het vangnet van de gynaecoloog in het ziekenhuis waar je als verloskundige een beroep op kunt doen. Midden in de nacht verkassen naar het ziekenhuis is dan een welkom changement de decors. De gynaecoloog moet ook uit bed komen; gedeelde smart is halve smart. Je deelt vanaf dat moment niet meer alleen de verantwoordelijkheid. Je kunt het overgeven aan iemand die er weer met een frisse blik naar kijkt. Dat moment is bij moeilijke bevallingen een verademing. Het heeft ook iets gezelligs. Collega's onder elkaar die met vereende krachten het laatste zetje geven om de baby eindelijk geboren te laten worden. Daarna samen napraten over de bevalling en samen even koffie drinken.