begin  verderprepost
[p. 2]


illustratie
Prof. Dr. Piet De Somer

[p. 5]

Woord vooraf

Met deze publikatie brengt de Universitaire Pers Leuven niet een boek over Rector P. De Somer, maar laat zij hemzelf nog eenmaal aan het woord met wat hij ons te zeggen had over de Universiteit en haar problemen. De universitaire uitgeverij, die onder zijn rectoraat weer werd opgericht, was hem dit posthuum eerbetoon verschuldigd. De universitaire overheid heeft het initiatief gesteund.

Zeventien maal opende Prof. Dr. P. De Somer het academiejaar met een rede waarvan Vice-rector Prof. K. Tavernier zei dat ‘zij telkens een zorgvuldig voorbereid evenement vormde om zijn boodschap door te geven, over de Leuvense gemeenschap heen, naar gezagsdragers en opiniemakers toe. Vrijmoedig-open, soms stekelig sprekend tegen prins, kerk en eigen geledingen, gaf hij aan het universitair spreekgestoelte een gezagvolle en vérreikende invloed’. De ideeën en het beleid uitgestippeld in deze redes, hebben aan de jongste vorm van de aloude Alma Mater Lovaniensis een nieuwe gestalte gegeven en kunnen nog verder inspirerend werken; zij maken dan ook het centraal gedeelte uit van deze bundel, met als sluitstuk de rectorale rede bij het recente pausbezoek. Het is merkwaardig hoe de Rector in deze laatste rede, die door zijn jarenlange naaste medewerker Guido Declercq het testament van een gelovig wetenschapsmens genoemd werd, de traditioneel-Leuvense opvatting over intellectuele vrijheid meesterlijk tot uitdrukking bracht, een opvatting die ook door de stichter van het Leuvens Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, kardinaal Mercier, werd vertolkt toen hij zei dat ‘dwaalwegen voor de wetenschapsmens vaak de meest bruikbare toegangswegen naar de waarheid zijn ..., een waarheid die veelal slechts aan het eind van een reeks dwalingen wordt bereikt’.

Velen zullen in de De Maand-artikelen van de jongere professor De Somer wellicht iets terugvinden van het Universitas-gedachtengoed dat hem uit zijn studententijd was bijgebleven en dat hij op zeer persoonlijke wijze had verwerkt. Dat die studententijd ook in de latere Rector nog niet was uitgedoofd, moge uit vele andere teksten blijken.

Onder diegenen die meegewerkt hebben aan het totstandkomen van deze publikatie vermelden wij Mevrouw Hilde Lens, Mevrouw Jane Putzeys, de Heren Jan Grootaers, Guy Verniers en Gilbert Verbinnen. Professor Herman Servotte heeft niet geaarzeld, op ons verzoek en in onderling overleg met de Universitaire Pers Leuven, de samenstelling van

[p. 6]

de bundel op zich te nemen. De richtlijnen die hij daarbij gevolgd heeft zet hijzelf uiteen.

Het is onze hoop dat wie later over Rector De Somer en zijn kijk op de universiteit schrijft, in deze bundel enkele documenten moge vinden die toelaten de krachtlijnen van zijn beleid te profileren. Men begrijpt echter dat, op dit ogenblik, de publikatie van deze ‘documenten’ tevens een poging wil zijn om iets van het kostbaarste dat Piet De Somer aan zijn Universiteit heeft gegeven - zijn ideeën erover en zijn inzet om ze te realiseren - onder ons ‘levend’ te houden. Zo wordt dit boek een piëteitsvol aandenken voor de velen voor wie ‘het een persoonlijke verrijking is geweest hem te ontmoeten en met hem te werken en te leven’.

 

Prof. em. J. Nuttin,

Voorzitter, Universitaire Pers Leuven.

[p. 7]

Ter verantwoording

Dit boek brengt een keuze uit artikels en toespraken die Prof. Dr. Piet De Somer aan universitaire vraagstukken heeft gewijd. Omdat hij niet de gewoonte had zijn teksten zorgvuldig te bewaren, is het bronnenmateriaal eerder beperkt. Naast de jaarlijkse openingsredes, die vanaf 1971 door de Dienst Pers en Voorlichting in officiële brochures werden uitgegeven, en enkele artikels uit De Maand, bevat het een reeks gelegenheidstoespraken, zoals ze zorgvuldig werden bijgehouden door Mevrouw Jane Putzeys, de secretaresse op het Rega-instituut.

Uit dit ver van volledige materiaal werden teksten geselecteerd, hetzij omdat ze een beeld geven van een visie en een beleid, hetzij omdat ze een licht werpen op universitaire problemen die ook nu nog actueel zijn. Daarom werden uit de meeste openingsredes de stukken die verband houden met het jaarverslag, geweerd. In enkele gevallen echter leek het wenselijk de integrale tekst weer te geven, met name voor de eerste inaugurale rede in 1968, en voor de redes van 1976 en 1981, die respectievelijk zijn tweede en derde ambtstermijn als verkozen rector inluidden. Dat ook de rede van 1975, naar aanleiding van het jubileum van de universiteit werd opgenomen, zal wel geen verklaring behoeven. Voor de andere inaugurale redes gaat de volle aandacht naar het probleem dat erin wordt aangesneden: de zin van de katholieke universiteit, de academische vrijheid, de democratisering, enz. Over deze problemen sprak hij ook in gelegenheidstoespraken in binnen- en buitenland; ook uit deze reeks werden een aantal teksten geselecteerd, omdat de Vlaming en de Europeeër er zo welsprekend aan het woord komen. Tenslotte leek het een leuk idee ook een paar speeches van de informele rector op te nemen.

Het aldus geselecteerde wordt in drie grote secties ondergebracht. De eerste, ‘Denken over de universiteit’, geeft de mening van De Somer weer vooraleer hij met de leiding van de universiteit werd belast. Het uitvoerige tweede deel, dat inaugurale redes en gelegenheidstoespraken afzonderlijk maar telkens in chronologische volgorde bundelt, kreeg als titel mee ‘De universiteit denken en leiden’, omdat het de visie van de beleidsman vertolkt. Het derde deel, ‘Leven in de universiteit’, biedt een glimp van de ‘on-academische’ stijl van de rector, zoals de universiteit die met plezier heeft kunnen beluisteren op recepties en promoties allerhande.

[p. 8]

Moge dit boek ertoe bijdragen om het beeld levend te houden van een man die door zijn visie en beleid zulk een krachtige impuls heeft gegeven aan de ontwikkeling van de K.U. Leuven.

 

Herman Servotte

prepost  begin  verder