terug  begin  verderprepost
[p. 315]

Bij het eeuwfeest
van de Faculteit Landbouwwetenschappen*

Beste Collega's, Studenten, Dames en Heren,

In naam van de Universiteit wens ik U van harte geluk bij deze viering van uw honderdjarig bestaan. Professor Uytterhoeven schetste uw geschiedenis - het was een langdurige strijd voor erkenning als volwaardige universitaire instelling, met al haar prerogatieven van universitaire diploma's en autonomie binnen de universiteit. Het is ook een stuk geschiedenis van de universiteit zelf, een instelling die bloeit op gevestigde waarden, zich isoleert van het nieuwe rondom haar, die het heilige der heiligen van het onbaatzuchtig kennen en denken verdedigt tegen de heidenen van de praktijk, de handelaars buiten de tempels. De technologische revolutie is buiten de universiteit gegroeid uit de universitaire wetenschap als een natuurlijk kind dat slechts na tientallen jaren erkend werd en opgenomen, vooreerst als een pleegkind van de Faculteit der Wetenschappen, en slechts vanaf 1965 als een autonome faculteit.

De fout ligt echter niet alleen bij de universiteit. Alhoewel de landbouw even oud is als de mensheid zelf, is de landbouwwetenschap nog jong. Dit ervaren wij op herdenkingsplechtigheden als deze. De technologische revolutie met haar verhoogde produktiviteit is slechts een realisatie van de laatste tientallen jaren en er is waarschijnlijk geen beroep in de wereld dat nog op een dergelijke archaïsche manier wordt uitgeoefend, en geen bevolkingsgroep die zoveel weerstand biedt aan innovatie. Professor Boon heeft er ons op gewezen in welke mate de ontwikkeling in de derde wereld zal bepaald worden door de landbouw-ontwikkeling en hoe geleidelijk en voorzichtig men zal moeten tewerk gaan om sociale en economische catastrofen te voorkomen.

Voorspellingen in wetenschap zijn gevaarlijk, toch heb ik als buitenstaander de indruk dat de landbouw uit de technologische vooruitgang ongeveer gehaald heeft wat er uit te halen was. Men kan nog grotere machines bouwen, de produktiviteit nog verder opdrijven - de kans op werkelijk grensverleggende ontdekkingen gebaseerd op technologie schijnt me gering. Zoals in alle wetenschapsdomeinen zullen ook in de

[p. 316]

landbouw ‘grote ontdekkingen’ nog slechts mogelijk zijn mits grondige studie van de diepe mechanismen optredend in dier, plant en milieu. Werkelijke vooruitgang in de landbouwwetenschappen vereist een grondig speuren naar de wetmatigheden in de complexe wisselwerkingen waaruit biologische processen zijn samengesteld. De toekomst van de Faculteit Landbouw ligt daarom in de kwaliteit van haar wetenschapsbeoefening, alhoewel deze hoofdopdracht haar niet ontslaat van realistisch contact met de professionele sectoren die ze ondersteunt. Zoals de geneeskunde zich geleidelijk ontwikkelde van kunst en techniek naar wetenschap, maakt de landbouw eenzelfde evolutie door. Laboratoria voor fundamenteel onderzoek in de scheikunde, fysica en biologie, zullen meer en meer de plaats innemen van proefvelden en centra voor toegepast onderzoek. Men moet geen profeet zijn om te voorspellen dat by. ‘genetic engineering’ in een niet te verre toekomst belangrijker zal worden dan het selectioneren volgens de wetten van Mendel. Nu reeds is de evolutie volop aan de gang van landbouwbedrijven gesteund op empirisme, naar producenten van biologische produkten. In de eerste eeuw van haar bestaan, die de faculteit landbouwwetenschappen thans afsluit, is de faculteit wellicht door het gemakkelijkste deel van haar bestaan gegaan. Wij staan reeds ver verwijderd van de edele bedoelingen van de stichters om de sociale en economische situatie te verbeteren van de toenmalige meest belangrijke bevolkingsgroep. Deze faculteit heeft hiertoe ruim bijgedragen. Ondertussen is de bevolkingsgroep zelf in aantal afgenomen - heden ten dage zijn er meer universitair afgestudeerden dan landbouwers. Voor de volgende eeuw wacht U een nieuwe challenge. De oorspronkelijke taak van uw faculteit werd overgenomen door andere scholen en instituten van niet-universitair hoger onderwijs. U zult alsmaar meer het land en de landbouwers verlaten voor uw laboratoria en onderzoeksinstituten, om daar oplossingen te vinden om aan een wereld, die nog altijd honger heeft, een voldoende en evenwichtige voeding te bezorgen.

Om deze viering te besluiten biedt de Academische Overheid de Faculteit Landbouwwetenschappen een geschenk aan, bedoeld als een historisch denkmaal aan hen, die over honderd jaar de tweehonderd jaar zullen vieren en waarschijnlijk het onderwerp niet eens meer zullen herkennen of begrijpen. Het zijn twee schilderijen van de kunstschilder Gust Dierickx - een ‘Aspergeboer’ en ‘Witloof uithalen’. Het is wel niet duidelijk dat de aspergeboer werkelijk aspergen oogst, maar in zijn gebaar en zijn houding ligt wel de gebondenheid van de landbouwers met de bodem. ‘Witloof uithalen’ - mooi in kleur en compositie en

[p. 317]

origineel als tafereel. Immers ‘witloof uithalen’, zoals het hier is uitgebeeld, is een typisch Vlaams beroep uit onze streek.

De twee taferelen stellen aspecten voor van de landbouw, zoals deze niet meer is of niet lang meer zal zijn. Toevallig of gewild, gaan de twee schilderijen over de teelten, waar de faculteit alternatieve teeltwijzen voorstelt.

De twee schilderijen hebben een symbolische waarde, het afsluiten van een episode in haar geschiedenis. Voor de tweede eeuw van uw faculteit wens ik U toe, dat uw rol anders zou zijn, maar even aangepast en vruchtbaar als deze gedurende de eerste eeuw; en voor het onmiddellijke een opgefrist en gemoderniseerd instituut, voldoende succes bij de studenten, meer geld voor uw onderzoek en een betere omkadering. De universiteit zal zich hiervoor inspannen, aan U vragen we mee de universiteit te verdedigen - haar eigen karakter als Vlaamse katholieke instelling en haar autonomie...

*Deze toespraak werd gehouden op 15 december 1978.
prepostterug  begin  verder