Op het voetspoor van de dichter


auteur: A.L. Sötemann


bron: A.L. Sötemann, Op het voetspoor van de dichter. De ontstaansgeschiedenis van J.H. Leopolds ‘Naast ons, naast ons, achter het riet’. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1980  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 161]

Woordindex

Uit de hiernavolgende woordindex op alle genummerde documenten van ‘Naast ons, naast ons’ zijn alleen de woorden weggelaten die door hun aard niet noemenswaard kunnen bijdragen tot het verkrijgen van een inzicht in de onderlinge relaties. Het zijn in het algemeen gesproken de lidwoorden, voegwoorden en voornaamwoorden, tenzij ze in de context van dit gedicht van bijzonder belang zijn: gij - u - uw, en wij - ons zijn daarom wèl vermeld, evenals over, achter en zonder; hij - hem echter niet, evenmin als met en in.

De nummers van de documenten zijn alleen dàn van een indicatie voorzien als er verwarring zou kunnen ontstaan: dus d1, d3, 2, 1, 2, 2, 2, 3; de rest is genummerd van 4-38. De papieren zijn vermeld in chronologische orde, d.w.z. naar gelang ze in de tekst behandeld zijn; er is evenwel geen onderscheid gemaakt bij de tegenover elkaar liggende bladzijden in de katerntjes: 2,2 komt dus vóór 2,3; 4 vóór 5 etc., en dus ook 10 vóór 12.

De volgorde van de woorden is strikt alfabetisch op de zelfstandig geschreven woordvormen: stil geworden is dus te vinden onder stil en onder geworden, maar niet onder stilgeworden; tussen ver en verre staat een hele reeks woorden, van veranderd tot vernieuwde.

Wanneer er misverstanden konden ontstaan, heb ik homografen gescheiden (: stond als imperfectum van ‘staan’ en het substantief stond, ‘tijdstip’). Het was evenwel niet altijd mogelijk de woordsoorten te scheiden, omdat er vele gevallen zijn waarin die (nog) niet vaststaan.

Het bleek uit ruimte-overwegingen niet uitvoerbaar om een systeem van onderlinge verwijzingen tussen synoniemen, verwante verbaalvormen, enkelvoudige en samengestelde woorden, en antoniemen aan te brengen, hoewel dat de bruikbaarheid van de index zeer ten goede zou zijn gekomen. Het lijkt me echter dat het dank zij deze index toch veel gemakkelijker is geworden mijn beweringen te controleren.

[p. 162]
aan (af en -) 26
aandacht 25, 7
aangevoerd 6
aangezocht 10 (2 ×)
aanhoudt 4
aanvankelijk 23
aanvankelijke 24
aanverwante 5
aanwezig 9
aard 22r
aardbewoners 5
aarde 36
aardsch 5
aarzelend 25
ach d3
achter 26, 18v, 2,1, 14, 24, d1, 12 (2 ×)
achterdocht 23, 12
adem 38, 18r, 2,1, 22r
ademen 25, 21r
ademend 18v, d1
ademende 2,1
ademloos 5
af (en aan) 26
af (te dalen) 19
af (zich wenden) d3
af (zich wendend) 12
afbreekt [?] 18v
afgelegd 5
afgeluisterd 23
afgemoeide 10
afgepijnd 12
afgerond 24
afgeschild 13
afgesproken 2,2
afgevallen 5
afgewend 12
afgewezen d3
afgezocht 22v, 23, 33, 12
afgezongen 24
afscheiding 20
afzonderen 19
al (telw.) 17, 18v, 18r, 16, 2,1, 2,3, d1, 5 (2 ×), 10, 12
al (subst.) 18r
al (dat is -) 21r
aldaar 4
aldus 24
algemeen 20
alle 25 (2 ×), 2,3 (2 ×), 23
alleen 20, 23
allen 38[?], 19
allengs 5
allerwegen 10
alles 38 [?], 2,3, 23
alsdan 24
alsem(kruid) 9
ander 2,3
andere 2,3, 22r
anderen 19, 20 (2 ×), 22r
anders 19
argeloos 9
avond 18v
avondland 18v, 23
avondlucht 2,1, d1
avondstond 23
avondvelden 18v
avondweeke 18v (3 ×), 2,1, d1
babbelend 6
babbelt 18v
balanceeren 6
banen (zich) 7
beâmen 21 v, 15, 14
bedeesd 25
bedolven 34
bedreven 5
bedroefd 14
bedroeven (zich) 10
bedwongen 23 (2 ×)
beeft (na -) 4
beeken 10
begonnen 7
[p. 163]
behagelijke 5
behendig 6
behoeven 10
behoort 22r, 5
beklag d3
beklagen 21 v, 15, 14
bekoort 23
beleefd 4
beleeft r8r, 16, 2,3
belofte 2,2
beloven 2,2
belijdenis 33, d3
benam 22r
bereikt [?] 18v
bereikte 37
bergen (subst.) 18v, 2,1, d1
b[ergen] (verb.) 2,2
bergvalleien 9
beschouwelijke 5
beschouwen 4
beschreit [?] 14
beter 7 (2 ×)
beurtelings 24
bevallig 6
bevallige 6
bevraagd 10
bewassen 23
bewogen 24
bewoners 5 (2 ×)
bewoog 18v, 2,1, d1
bezien 10
bezocht 10
biezen 9
bilzen (kruid) 9
binnen 26, 5
bizondere 20
bizonderen 19
blaast 16, 2,3
blank 4
bleef 12
bleeke 18v, 10, d3
bleeken 33, 12
blind 32
blinkende 9
bloed 24
bloemen 6
bloesem 6
blozen 24
blijven 6, 7
bochten 2,3
boeiende 5
boet 14
bonzend 32
bood 25 (2 ×), 2,3
boven 36, 17 (2 ×)
bovenaardsche 4
bovenste 4, 5
brak 38, 22r (2 ×)
breed 17, 5
breekt 7
brengen (aant.) 38
- brenging 38, 5
brokkelstand 8
broze 2,1, d1, 9
bruine 18v, 23
buigen 18r
buitelende 26, 18r
buitelingen 33
bijeengezochte 2,3 (3 ×)
campagna 18v
chance (aant.) 21r
chose 14
cirkelend 37, 5
coloratuur 26, 14, 33
crûe 2,3
daar (aanwezig) 22r, 9
dag 2,3
dalen (af te -) 19
dalend 34
dartelhêen 6
deel 14
denken 7
dergelijk 16
deun 25
dezelfde 4
diep (subst.) 18v
diep (adj., adv.) 20, 2,1, 14
diepe 38
diepste 33, d3 (2 ×)
diepte 14
diepten 18v
dierbaar 2,2
dingen 16, 2,3
discant 33, 6
dissonant 38
distels 9
doel 24, 9
doem 19
doen (subst.) 24, 9[?]
doet 16, 14
[p. 164]
dolen 14
dolk 20
donkere 2,2, 7
donkeren 19
donkerende 2,1, d1
donkerheid 23
donkerte 7
donkre 5
doordrong 33
doorgedrongen 10, 12
doorleefd 4
dor 23 (aant.)
dorst (subst.) 2,3
dragen 14
dragend 18v (2 ×)
dralend 25
drie 16
dringend 4
droesem 5
droeve 10, 13
droevig 25
droevige d3
droog 2,3
drooge 4
droomend 18r
druk (subst.) 20
drijven 7
drijvende 17
duchten 6
duren 7 (2 ×)
duur 33
duwend 24
echtste d3
eender 7
eenigst 23 (2 ×)
eenzaam 23 (aant.)
eenzaamheid 21r (aant.), 21v, 22v (2 ×), 14, 10, 13
eenzame 10
eerste 6
eeuwig 18r
effen 32, 24
effenheid 9
eigen 21 v, 18r (2 ×), 14, 10, 12, 13, 11
eind 12
einde 18v
eindeloos 33
eindelooze 6, 7
eindelijk 22v, 23, 14 (2 ×), 13
einder 18v, 12 (2 ×)
einsam 21r
elegie 30
elegisch 30
elkanderen 26
elke 22r, 6
elken 12
elleboog 18v, 2,1, d1
ende 10, d3
endende 6
enge d3
enkel 36, 17
enkele 35, 6
enz[ovoorts] 10 (aant.)
erg 21 v, 14
ergens 2,2
essentieel 21r (aant.)
even 34, 9
evenwijdig 38
fel 2,3
fiorituren 33, 7 (3 ×)
firmament 32
fluit 18v (2 ×), 2,1 (2 ×), d1
franje 35
gaan 18v, 7 (2 ×), d3
gaan (... open) 2,1, d1
gaand (ver -) 8
gaanderijen d3
gaandeweg 5
gaat 33
gaat (... om) 18r
gaat (... open) 18v, 2,1, 22v
gaat (... verder) 20, 2,3
galmen 23, 14, 9
galmt 18v (2 ×)
gang 18r, 2,3
gangen d3
gansch 23, 33
gaten 13
gebergten 8
gebleven 34
gebogen 21 v, 19, 2,2, 22v, 14, 13
geboomt' 23
geboomte 8, 9
gebroken 19
gebronsde 2,1
gebruinde 2,1
gecoloreerd 33
gedachtegang 18r
gedoedel 33
[p. 165]
gedragen 26, 14
gedronken 23
geduldig 27
gedwee 5
gedweee 2,3
gegolfde 2,1
gehoord 18r
gekluisterd 23
gelaten (adj.) 5, 9
geleidelijk 22r, 5 (2 ×)
gelouterd 5
geluid 18v (2 ×), 2,1, 33
geluk 20, 19
gelukt 2,2
gemakkelijk 5
gemakkelijker 5
gemeden 10
gemis 23 (aant.)
genade 5
geput 18v
gereede 2,3
gereinigd 5
gerezen 4
gerucht 25, 2,1, d1
geschal 2,2
gesloten 32
gesponnen 31
gestage 24
gestegen 37
gestreken 25
geval 7
gevangen 5
gevlucht 2,3
gevoel 24, 9
gevoerd 18v
gevolg 6
gewassen 9
gewekt 26
gewentel 35
gewette 9
gewone 18r (2 ×)
geworden 5
gezangen 2,2, 5
gezevend 25
gezongen 2,2
ging 12
glans 36, 17
glansvol 5
glooiing 4, 5 (2 ×)
glooiingen 34
glijden 26
golven 34, 2,1, 22v
golvende 32
grassen 23
grievend 15
groote 7
guirlanden 24
gulden 37
gij 18r (2 ×), 11
haasten 18v
halen (subst.) 19
handen 14, 24 (2 ×)
handengreep 24
hard 2,3
harmonie 38
hart 18r (2 ×), 16, 22r (2 ×), 11
harte 38
hartezeer d3
heet 2,3, 4
heide 10
heimelijk 22r, 5
hel 26
helaas d3
helder 4
helderheid 36, 17
hellingen 8
hem (zelf) 20
hemel 34, 17
hemelstreken 18v (3 ×), 2,1, d1
hemelval 5
henengaan 38
herder 25 (2 ×), 2,3 (2 ×), d3 [?]
herderlijke 22v
herders (genit.) 33, 9
herdersjongen 2,2, 24
herkrijgen 24
heuvelland 34, 8
heuvelreien 18v
hier 25 (2 ×), 16, 2,3 (2 ×), 5,7 (2 ×)
hitte 2,3
hoe 22v, 14
hol d3
honderd 18v
hoog 18v, 8
hoogen (in den -) 34, 17
hoogste 20
hoogten 5
hoor 22v (2 ×)
hooren 7, 11
hoort 30
hopeloos 14
[p. 166]
hopeloosheid 14
horizont 23, 14, 33 (2 ×), 12 (2 ×)
houdt 5
huis 10, d3
huwend 24
hijgen 24
iemand 18v
iets 34, 7 (2 ×)
iets (zoo -) 16, 2,3
in (adv.) 17
ineengeslagen 24
ingehangen 25
ingehouden 14
ingekeerd 7
ingenomen 23
ingevangen 5
ingevaren 18r
inhoud 6
innerlijk [?] 4
innerlijke 22v
instrument 33, 13
interval 33
intervallen 19, 2,2
inval 29
ja 21 v, 14 (2 ×)
jammer 14
jong 9
jonge 25, 18v, 2,2
jongleeren 6
jubileeren 35
kale 18v
kalme 25, 2,3, 23, 14, 9
keeleklank 4
keer (ging te -) 12
keeren 37, 33
kent 33, 13
kiest 37
kille d3
kind 18r, 11
kinderjaren 21r (aant.)
klacht 14
klagen 21 v, 15, 14
klagend 18v
klank 2,3, 4 (2 ×)
klanken 25, 15, 19, 18v, 2,1, 23, 24, d1
klankrijke 13
klei [?] 23
klein 37
kleine 18v
klimmen 22r
klinkt 4, 7
klonken 23
kloven 2,3
kluis d3 (2 ×)
kluisterend 5
knop 22r, 5
koel 24, 10
koel (gelaten) 9
koepel 23
komt 10
kond 16
korrelend d1
korstig 18v, 2,1, d1
koud (gelaten) 9
kracht 24
kranke 15
krom 23
kruid 9
kuil 2,3 (2 ×)
kweelen 28
kweelensklank 4
kwijnend 2,1
kwijnt 18r, 16
laatste 20, 35, 2,3 (aant.)
land 18v, 14
landen 2,1, 22v (2 ×), d1
landschap 25, 23 (aant.), 23 (2 ×), 14, 9
lange 19
langer 7
langs 22r (2 ×), 33, 4, 5
l[ee]d 7 (aant.)
leeft 18r
leege 14, 10 (2 ×)
leegen 33, 12
leeger 22v
leegte 12 (2 ×)
leekt 7
leeren 6
legt 2,2
leniging 2,3, 4, 5
leste (ten -) d3
leunend 2,1
leven 2,3
licht (subst.) 2,3, 4
licht (adj., adv.) 34 (2 ×), 6
lichten 2,3
lichtkrans 4
lied 38, 33, 9
[p. 167]
liefgeworden 25
liggen 18v (2 ×), 2,1, d1
ligt 18r, 11
lippen 18r, 11
lokken 6
loop 5
loopen 18v
loopend 22r
loover 10 (2 ×)
lot 11
loten 6
lucht 25
luchtverschiet 18v, 2,1, d1
luistert 18r, 11
lust 25
luwend 24
lijdelijke 22r
lijding d3
lijn 32
macht 9
mag 2,3, 7
majesteit 9
maken 18v (aant.)
maken (... open) 18v, 2,2
makkelijk 18v (aant.)
mede 6
meegaan 11
meegebracht 6
meeleven 5
meer d3
meesleepen 5
melding 18r, 16
melodie 2,2
melodieus 24
menschelijk 16
menschen (genit.) d3
middaglichten 2,3, 4
middagzengen 2,3
middelerwijl 4
mismoedig d3
mist 31
moduleeren 33
moede 12
moedeloos 14
moedelooze 14, 33
moeite 36, 17, 25 (3 ×), 2,3
moerassen 9
moet 14 (2 ×), 6
mogelijkheen 6
mogen 14, 13 (2 ×)
mond 20, 18r, 16, 2,3, d3
monden 4
monodie 24
muur 20
mijmerend 4
na (= nabij) 23
na (... beeft) 4
naast 26 (2 ×), 18v (2 ×), 2,1 (2 ×), d1 (2 ×)
nabij 26
nader 22v, 23
nedertocht 5
neergebogen 19
neergebroken 19
neergedoken 19
neergelegd 33, d3
neergeleid 33, d3
neergezegen 18v
neertocht 5
neigen 11
nergens 2,2
nesten d3
niet 18v, 18v (aant.), 23, 14, 33, 24, 7 (2 ×), 12 (2 ×), 13
niets 18v, 2,1, d1
nieuwe 6
nog 22v, 4
nomade 33, 9
nomaden 14
nood 25 (3 ×), 2,3
noodelooze 33
noodlottig 9
norsch 23
noten 35
nu 2,3, 22v, 23 (aant.), 33, 4, 5 (2 ×)
o 25, 20, 18v (2 ×), 18r, 16, 2,1 (3 ×), 2,3, 22r, d1, 5, 6, 12
omdrijft 5
omgebogen 2,3, 22r, 5
omgelegen 2,2, 2,3, 22r, 4, 5
omhoog 32
omlaag 18r
ommekeer 12 (2 ×)
omliggend 2,2
omschrijven 6
omstrengelen 38
omvangen 38
omzichtige 22r
onbedoeld 6
onbelemmerd 36
[p. 168]
onbevolkte 33, 9
onder 16
onderworpen 18r, 24
onderwijl 4
onderzocht 10
ongeluk 20
ongemerkte 22r, 5
ongeneeselijk 14 (2 ×)
ongenezen d3
ongerept 9
ongesloten 4
ongestild 13
ongestoord 23
ongevonden 10
ongezegd 14
onomgebogen 34, 17
onontroerde 14, 9
onontvangen d3
onrust 38 (aant.) 25, 2,3 (2 ×)
ons 26 (2 ×), 18v (2 ×), 2,1 (2×), d1 (2 ×)
ontluiken 6 (2 ×)
ontplooiing 22r, 4, 5 (2 ×)
ontroerd 24, 9
ontroerende 22r
ontsluit (zich -) 22r, 5
ontspannend 38
ontspringen 6
ontvluchten 6
ontvoerende 38
ontvouwen 4
ontwikkelend 6
ontzonken 5
onveranderlijk 14
onverbiddelijk 9
onverlet 8
onverstoord 18r
onvervreemdbaar 14
onvervuld 16
onverwacht 38 [?], 19
onverzet [?] 38
onvoldaan 38
onvree 2,3
oogen 18r, 13
oogenblik 21r
ook 23, 33 (2 ×), 9
oord 10 (2 ×)
oorsprong 22r, 5
opdragend 18v (2 ×)
opeens 34, 17
open 18v (2 ×), 2,1, 2,2, 22v, d1, 9
open gaan (subst.) 18v
open vleien 9
opengaande 4
openlegt 21v, 15, 2,2, 14, 13
openleit 9
openmaken 2,2
opgaan 2,2, 4
opgaand 5, 8
opgebeurde 2,2
opgegaan 26, 5
opgegeven 25
opgehangen 16
opgelicht 33
opgelichte 2,2
opgericht 2,1
opgestaan 2,1
opgetild 13
opgetogen 34
opgeworpen 24
opgezegd 2,2
opgezien 2,1
opgezocht 22r, 5
opkomst 22r, 4
oplossing 38 (aant.)
opstaand 2,1, d1
opvolgingen 38
opzeggen 2,2
opzegt 15
opziend 18v
opzingend 18v
opzoekt 22v
orgeltoon 19
oudbekend 10
over 34, 21v, 18v (2 ×), 2,1, 2,3 (3 ×), 22v (2 ×), 14, 33 (2 ×), d1, 5 (2 ×), 7 (2 ×), 8, 9 (3 ×), 10, 13
overal 22v, 23, 33, 12
overbrenging 2,3, 22r, 5
overdenken 4
overdenkt 18v
overgaan 26
overgalmen 25, 2,3
overgangen 38, 2,2, 22r, 5
overleg 4, 5
overtogen 24
overwinnen 26, 36, 17
paden 33, 9
parelend 18v, 2,1, d1
pastorale 33
pauze 7
peinzend 4
[p. 169]
peinzensoogen 18r
penetrant 20
plechtig 5
plek 25 (2 ×), 2,3 (2 ×), 5
plooien 8
plooiing 22r
pr[acht] 9
pralend [?] 18v
prevelt 2,1, d1
pijn 20, 12
pijnen 12
pijpen 33 (2 ×)
quelque chose 14
rand 18v, 8
randen 2,1, 23, d1
ravijnen 2,3
rechtuit 17
reeks 2,2
reeksen 6
refrein 37, 4, 5
regelmatig 34
regels 6 (aant.)
reien 6
reiken 14
reikend 24
rein 4, 5
rekt (zich uit -) 14
riet 26, 18v, 2,1, d1
rietschalmei 18v, 18r
ringelt 4
roepen 33
rond (in het -) 16, 2,3, 23 [?], d3[?]
rond (adj., adv.) 18r, 2,1
ronde (subst.?) 4 (2 ×)
ronde (adj.) 34, 38, 22r, 5, 13
rude 14
ruig 23
ruigte 9
ruime 19
ruīnes 8, 9
rusteloos 33, 9
rusten 24
rustende 18v, 2,1, d1
ruw 23 (2 ×), 8
rijzende 5
sabelgrassen 9
samenbrenging 2,3, 22r
samensmelt 18v, 2,1, d1
sauvage 14
schaduw 2,2
schaduwtoon 19
schakels 6
schenken 7
scherp 9
scherpe 23
schittering 38
schoon d3 (2 ×)
schoonheid 18r
schrijnen 12
schrijnt 38, 16
schuifelende 24
schuifel(voet) 24
schuil 2,3 (2 ×)
schijnen 22v
schijnt 18r, 16
see 21r (aant.)
seele 21r
sereniteit 9
siergezang 33
simpele 33, 5
simplen 24
singt 21r
slank 4, 5
slinkt 7
slot 35 (aant.)
sluit 9
sluiten 2,3 (aant.)
slijpen 33
smachten 2,3 (2 ×), 4
smachtend 25, 4
smart 2,3
smartelijk 25 (2 ×), 2,2
smarten 2,3, 14, 4
snak 38
-sneld 2,1
snikken 14
snoeren 26
soberder 7
somber 18v
sombere 18v, 8 (2 ×)
soort 2,3, 22r, 5
spannend 38
speelsche 6
speelt 25, 18v, 2,1 (2 ×), d1 (2 ×)
spel 18v, 6 (aant.), 7
spelen (subst.) 18v, 24
spelen (verb.) 6
spiegelen 14, 13
spiegelende 14
[p. 170]
spoed 18v
spreien 8
stand 8 (2 ×), 9
staren 18r
statig 34 (2 ×)
stekelgrassen 23, 9
stil 2,1, 23, 4, 5, 7 (2 ×)
stilgeworden 25 (2 ×), 2,3 (2 ×)
stille 18r
stillen 24
stippellijn 32, 2,3 (2 ×)
stippellijnen 2,3
stoeiend 6
stoet 24
stof 37
stond (verb.) 10
stond (subst.) 12 (2 ×)
stoort 30
storen 7
storten d3
strak 2,3, 4
streelgenade 5
streeling 5
streelt 25
struik 23
struiken 23, 6
struweelen 23
strijken 25
stuk 2,3 (aant.)
stuwend 24
stijgen 2,2, 2,3, 22r, 4, 5 (2 ×)
syllaben 35
tak[ken?] 6
takken 11
takkendroog 18v, 2,1, d1
talmen 25, 2,3
talmt 18v (2 ×)
tartend 6
tastend 32
te binnen brenging 5
tegelijk 14
tegen 10
tegenover 10 (2 ×)
tegenstrijdig 38
teloor 22v
ten slotte 2,3
tent 32
t[ergen] 2,2
terug 5
terugvalt 23, 14
terugverlangen 22r
terwijl 18r
teug 38, 2,3
thuis (behoort) 22r, 5
thuisgebracht 14
tikkend 32
tinkelt 4
toch 5
tocht 22r, 33, 5, 10
toebestemd 11
toedracht 23, 14
toegehoord 23
toegerust 24
toegeslopen 18v, 2,1, d1
toegesloten 32 (2 ×)
toegesneld 2,1
toehooren 22v
toen [?] 25
toon 38, 19, 2,2, 22r, 5, 6 (3 ×)
toon (ten -) 2,2
toonen 26, 38, 18v, 18r, 2,1, 2,2
toonopvolgingen 25
traan 7 (3 ×)
trage 19
transcendent 32
trant 34
trek 5
trilde 7
triomfeeren 17
trippelen 26
troosteloos 14, 10
troosteloosheid 14
trots 20
turen 14 [?], 13
tusschen [?] 14
tusschenpoozen 6
2 [twee] 6 (aant.)
tweede (een -) 18r
tweedracht [?] 14
twijgen 18r, 6
tijd 13
tijding d3 (2 ×)
u 18r (2 ×)
uit (adv.) 25, 18v, 2,1, 2,3 (2 ×), 14
uit (prep.) 34, 25, 18v (2 ×), 2,2, 2,3, 22r, 14, 4, 5, 6 (2 ×)
uitgebreid 38
uitgedrukt 2,3, 24
uitgelezen 6
uitgesponnen 7
[p. 171]
uitgesteld 25, 2,3
uitgezochte 6
uitgezonden 10
uiting 16
uitspraak (heeft) 18r (2 ×)
uitverkoren 11
uit (vloeien) 25, 2,1, 2,3
uitzang 7
uitzicht 10
uit (zwevend) 34
uren 6, 13
uw 18r (2 ×), 11
v[agend] 18v
val 22r
valleien 18v, 8 (2 ×), 9
var. 27 (aant.)
variaties 6, 29 (aant.)
veld 2,3, 12
velden 18v
veldschalmei 18r
velerlei 18v
ver (gaand) 8
veranderd [?] 14
veranderend 6 (2 ×)
verbergens 2,2
verbeven 20
verblijding d3
verblijf 10
verborgen 11
verborgenst 11
verbrämt 35
verder 24, d3[?]
verder (gaat) 20, 2,3
verduren 6
vergeefschheid 12
vergeten 14
vergroot 2,2
verheffing 18r
verholen 2,2
verklärtheit 4
verkonden 4
verkoos 14
verkorting 2,3, 22r, 5
verkortingen 38
verkregen 37
verkwijnend d1
verlangen 18r, 16, 22r, 5
verlangst 7
verlaten 23 (aant.), 23, 8
verlenging 38, 2,3, 22r, 5
verliest 37 (2 ×)
verloop 5
verloopen 5
verloren 33, 7 (2 ×), 13
vermeeren 35, 6
vermeit (zich -) 14, 13
verminderd 2,2
vermoeid 14
vermogen (naar -) 6
vernieuwde 7
verre 18v
verschenen 9
verschiet 18v, 14 [?]
verspreien 8
verstaan 7 (2 ×)
verstak (zich -) 2,3
verstoord 15 (2 ×), 18r
vertrek 25, 2,3, 5 (2 ×)
vertwijflen 12
vervoerenstrek 5
vervolgen 18r, 23
vervolgend 18r, 2,3
vervolgt 2,1
verwacht 38, 10
verwante 5
verwazende 7
verweerd 8
verwijtend 15
verzet 38
verzinnen 26
ver [zonken] 5
verzorgde 22r
vindt 23
vindt (erg -) 21v, 14
vingers 18v, 2,2
vingertoppen 2,2, 33, 13
vleien 9
vleug 38, 2,3
vleugelen 26
vloeien 25, 2,1
vloeiend 2,3
vlug 26
vlijmend 20
voelt 23 (aant.), 14
voet 24
vogel d3
voldoening 20
volgen 25, 6
volgt 2,1
volle 38 (2 ×)
vond 23, 14, 33, 12 (2 ×)
[p. 172]
voor 24
voorbestemd 9
voorgevoeld 6
voorhoofd 18r
voortgang 22r, 6
voortgedragen 24
voortgekomen 6
voortgezet 17
vragend 18v
vrede 38 (2 ×), 18v
vree 18v (3 ×), 2,1, d1
vreeselijke 15
vroeg 24, 9
v.s. 22v (aant.)
wacht 10
wachten 2,1
wachtend 2,1 (2 ×)
wagend 18v
wanden d3
wanhoop 14
wankelende [?] 5
waren (= ronddwalen) d3
waterplassen 9
wederkeeren 35
weedracht [?] 14
weeke 18v, 18r
w[eekt] 7
weening 35
weer (adv.) 18r (2 ×), 16, 2,3, 22r, 5, 12
weerklank 2,2
weeromkomt 10
weg (subst.) 4, 7
wegbleef 12
weidegrond 23
weinige 35
weinigen 35
wel 5
welbedacht 25
welbekende d3
welbewust 24
welindachtig 22r
welke 20, 16, 2,3
welluidend 24, 4
wenden d3
wendend (af zich -) 12
wenken 7
wenteling 32
werd 12
wereld 36
wereldgeest 18r
wezen (subst.) 14
wezen (inf.) 14, 4, d3
wil (verb.) 7
wind 18r, 11
wisschen 2,3
wolken 2,1
wonde 15, 14
wonderloop 22r
woon (subst.) d3
worden 23, 7
wordt 23, 23 (aant.)
wreed 2,3 (2 ×), 4
wij 18v (2 ×), 2,1, d1, 7
wijd 23
wijde 19
wijs 22r
wijzen (= melodieën) 16
ijdelen (= vergeefs) 10
zachter 24
zalig 34
zang 5
zangen 38, 25, 16, 22r, d1, 5
zangerig 4
zangerige 24
zanggenade 5
zangk 4
zangspel 30
zeer (= erg) 22v, 27
zege 18v
zegt 21v (2 ×), 15, 14
zelf 23, 33 (2 ×), 9
zelf (hem -) 20
zelf (zich -) 22v, 6
zelve 18r, 16, 2,3, 23, d3
zengen 2,3
zich 37 (2 ×), 2,3, 22r, 23 (aant.), 14 (2 ×), 5, 7, 8, 9, 10, 12, d3, 13
zich (zelf) 22v, 6
zich (zelve) 18r, 16, 2,3, d3
ziel 18v, 18r, 16, 14, 10 (2 ×), 13
zielen 18v
ziels 18v
zielsontsloten 18v
zielsontvoerende 38
zingend [?] 4
zinnen 36, 17
zoeken 23 (2 ×), 14 (3 ×), 33 (2 ×), 7 (2 ×), 12 (4 ×)
zoekend 6, 9 (2 ×)
[p. 173]
zoet 18v (2 ×), 2,1, 2,2, d1, d3
zoet-smartelijk 25 [zoet smartelijk 2,2]
zoetvloeiende 38, 22r, 5
zoetvloeiendheid 5
zonder 36 (2 ×), 25 (3 ×), 2,3 (2 ×), 23, 6, 12, 13
zoo (= aldus) 24, 12
zoo (iets) 16, 2,3
zoo'n 21r
zorgvuldig 27
zuivere 4
zulke 16 (2 ×), 2,3
zuur d3
zwaar 9
zwarte 9
zwellend 34, 24
z[wenken] 7
zwerft 33, 9
zwerven 23
zwervenstocht 10
zweven 37
zwevend 34
zwijgen 2,2, 22r, 4, 5
zijd' (= zijden) 23