Twe-spraack. Ruygh-bewerp. Kort begrip. Rederijck-kunst

H.L. Spiegel

editie W.J.H. Caron

titelpagina

* Bij deze tekst wordt ook de mogelijkheid geboden om de originele pagina's te bekijken via de knop ‘origineel’ naast het paginanummer.

DBNL vignet


Voorbericht. Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst/ ófte Vant spellen ende eyghenscap des Nederduitschen taals; Toe-eyghenbrief. Voorreden. Twe-spraack van t'spellen ende eyghenschap des 1 Nederduytschen taals. Dat eerste capittel. Van d'eyghen grondwóórden end' uytheemsche termen . Roemer ende Gedeon. Het twede capittel. Nópende de klinckletteren . Het darde capittel. Vande tweklancken . Het vierde capittel. Vande me-klinkers en talschrift . Het vyfde capittel. Vande maatklanck ende uytspraack . Het zeste capittel. Vande oorsproncklyckheid/ deling ende buighing der namen ende wóórden . Het zevende capittel. Vande t'samenvoeghing ende ryckheyd des taals . Ruygh-bewerp vande Redenkaveling/ ófte Nederduytsche Dialectike: Het eerste Boeck vande Redenkaveling/ ófte Nederduytsche Dialectike. Inleyding. Het twede Boeck. Het darde Boeck. Het vierde Boeck. Het vyfde Boeck. Kort Begrip Des Redenkavelings: in slechten Rym vervat/ om des zelfs voorneemste hóófdpuncten te beter inde ghedachten te hechten. Toe-eyghen-brief. Kort begrip Des Redenkavelings in Rym. Kunstwóórden des Redenkavelings/ zó wy die verduytscht hebben. Rederijck-kunst/ in Rijm opt kortst vervat. Allen Redenryck-kamers. Rederyck-kunst. Rederijxe Kunst-woorden verduytscht. [Drie tafels]