Liesbeth ten Houten (1948) is uitgever bij Leopold in Amsterdam. Erna Staal interviewde haar op 13 maart 1998 over haar ervaringen met Miep Diekmann.
In 1970 kwam ik bij uitgeverij Leopold werken; toen was Dick Kok er directeur. Miep was auteur in het fonds van Leopold en dat jaar kreeg ze de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur. Ze nodigde ons allemaal uit voor een groot feest. Toen heb ik voor het eerst van mijn leven een avondjurk gekocht.
Ze was bezig met De dagen van Olim. Ze had het vast in haar hoofd gezet dat ze op de dag van die Staatsprijs en dat feest, het manuscript van Olim af zou hebben. In drie weken heeft ze dat boek geschreven. Toen kwam ik erachter dat schrijven maar het topje van de ijsberg is. Ze had er al héél erg lang over nagedacht en dan kan het schrijfwerk zelf erg snel gaan.
Ik was begonnen als assistent voor de productie, maar al gauw deed ik ook redactie. Ik heb het manuscript van Olim gelezen, de drukproeven gecorrigeerd. Als je een van de eerste drukken van Olim pakt, dan staan daar wat zetfouten in. Er staat bijvoorbeeld een q terwijl het een hoofdletter d moet zijn, maar dat kwam omdat mijn handschrift niet zo fantastisch is. Gênant vond ik dat, maar Miep maakte zich er niet erg druk om. Ze is altijd erg realistisch en nuchter, daarom is er zo goed met haar te werken.
Ik vond Olim een fantastisch jeugdboek. In het begin werd het niet goed door de bibliotheken besteld,

Brief van Miep Diekmann aan Liesbeth ten Houten, 1 maart 1988. Diekmann doet verslag van haar heenreis naar Aruba en beschrijft het immer weerkerende onbegrip dat zij haar speciale typemachine (met extra groot lettertype) als handbagage bij zich wil hebben.
Collectie Uitgeverij Leopold, Amsterdam
ze vonden vooral het begin onfatsoenlijk. Pas later is dat boek gaan verkopen. Dat is vaker het geval geweest met de boeken van Miep. Altijd waren haar ideeën de tijd vooruit en dan kwam er later een inhaalmanoeuvre van bijvoorbeeld de bibliotheken.
Dick Kok ging weg en de hoogste baas bij Nijgh en Leopold, Van Dam van Isselt, zei tegen mij: ‘Dan word jij adjunct-directeur en moet jij die uitgeverij gaan doen, maar Miep wordt dan jouw uitgeefmoeder.’ Hij vond dat ik nog wel enige begeleiding van een ouder iemand nodig had.
Miep en ik konden geweldig met elkaar opschieten. We deelden veel sympathieën en antipathieën. We hebben vaak de slappe lach gehad. En zij heeft mij veel geleerd over het coachen van auteurs. Waar je op moet letten. Hoe belangrijk het is dat een schrijver niet alleen bezig is met schrijven, maar ook lezingen moet geven om zijn lezers te ontmoeten. Hoe ze een inkomen kunnen opbouwen. Het zat er waarschijnlijk al wel in, maar ik heb van haar geleerd dat je als uitgever ook een beetje maatschappelijk werker bent.
Ik heb nog altijd profijt van de ‘schrijftrucs’ van Miep. Ik stel met beginnende auteurs vaak een schema op. Je moet ze een handvat bieden. Iets waar ze zich aan vast kunnen houden. Van zo'n schema kunnen ze ook weer afwijken. Vroeger had je schrijfmachines, maar tegenwoordig werkt iedereen met computers. Dat werkt natuurlijk makkelijk, maar je krijgt vaak van dat pc-proza. Auteurs met computerziekte. Dan zeg ik: ‘Jongens, waar gaat het eigenlijk over? Takken weghakken!’ Ik lees op verschillende niveaus. Vind ik het spannend, gewoon voor mezelf, op taal en is het commercieel interessant. Daarin heeft ze me heel erg beïnvloed.
Miep hielp bij het vinden en coachen van nieuwe auteurs. Bij manuscripten die me opgestuurd werden vroeg ik haar oordeel. Of ze bracht zelf mensen aan, bijvoorbeeld Selma Noort. Die zat ooit bij een lezing van Miep in de zaal en vertelde haar na afloop dat ze zo graag schrijfster wilde worden. Nou, ze is gecoacht door Miep en kijk wat een een bloeiend schrijfster daaruit gekomen is.
Ze hielp bij Nederlandse auteurs, maar was ook

Van links naar rechts Miep Diekmann, Jacolien Kingmans, redacteur bij uitgeverij Leopold, en Liesbeth ten Houten op een bankje in het Oostenrijkse Salzburg, 5 april 1987. Het gezelschap is op weg naar de Kinderboekenbeurs in Bologna, Italië.
bezig in België en niet te vergeten Tsjechoslowakije. Eén keer ben ik met haar meegeweest naar Praag. Ik geloof dat ik wel vijf lagen kleren over elkaar aan had. We namen van alles mee voor de mensen daar. Ik heb er de vertalers Hans en Olga Krijt leren kennen en een boel Tsjechische auteurs, die Leopold heeft uitgegeven.
Ik leerde door Miep de weg in het circuit, dat die auteurs er veel aan hadden dat hun boeken in het buitenland werden uitgegeven, dat ze zo hun geld verdienden in plaats van subsidies van hun eigen regering te krijgen. Dat ze op die manier vrij konden blijven denken en werken.
En dan natuurlijk de Antillen. Ik ben er in 1985 voor het eerst geweest. Miep was er ook. Ik wilde weten hoe het land van haar jeugd en haar boeken eruitzag, waar ze gewoond had, waar ze van dat dak was gevallen. Wat precies haar achtergrond was. Hoe Curaçao was. Waarom ze boeken als Elio, De boten van Brakkeput en Marijn heeft geschreven.
Miep was al bezig met uitgeverij Charuba, dat was haar idee. Ze wist dat er Antilliaanse jeugdboekenschrijvers waren, maar dat die geen uitgever konden vinden. Ondertussen had zij op Curaçao Diana Lebacs en Sonia Garmers gecoacht en die verkochten hier heel aardig, werden ook bekroond. Dus we probeerden het met nog een aantal anderen op Aruba, Josette Daal, Richard Piternella, Frances Kelly, Desiree Correa. Ik wilde die auteurs natuurlijk leren kennen.
Miep ging elk jaar enkele maanden naar Aruba om auteurs op te vangen en te coachen. De productie deed ik vanuit Nederland. Zonder subsidies, want dat was Miep veel te paternalistisch ten opzichte van de mensen. Ik had vertrouwen in dat project. Als Miep zei: ‘Dat doen we’, dan deden we het ook. Anders had het ook niet gewerkt. Dan stak zij er tijd in, terwijl ik later misschien zou zeggen: ‘Laat maar.’ Dat is nooit een probleem geweest, want we zaten op dezelfde golflengte. De dingen die zij belangrijk vond en vindt, vind ik ook belangrijk. Uiteindelijk lukte dat project toch niet goed. In Nederland verkochten hun boeken wel, maar mensen op de Antillen kopen hun eigen schrijvers niet. Ze hebben geen leescultuur.
In totaal ben ik drie keer op de Antillen geweest. Ik heb er lezingen gegeven, boeken gepresenteerd. Alles gezien en aan den lijve ondervonden hoe langzamerhand die warme, zware lucht op je neerdaalt als je uit het vliegtuig stapt. Heel erg leuk.
Natuurlijk heb ik ook ruzie gekregen met Miep. Want op een gegeven moment wist ik wel zo'n beetje hoe het vak in elkaar zat. Maar ze bleef zich overal mee bemoeien. Een echte perfectionist. Ze checkte alles. Terwijl ik dan dacht: Mens, dat heb ik allang gedaan. Op een gegeven moment had ik iets gezegd en dat kon volgens haar niet. Zij woedend, ik boos. Die ruzie is weer bijgelegd. Miep ging naar de Antillen. Ik schreef haar lange brieven, zij schreef mij lange brieven. Dat ruziemaken hoorde erbij, maar we misten elkaar toch ook erg en dat schreven we dan.
Als auteur heb ik Miep helaas maar kort meegemaakt. Want door ruzie met de vorige directeur vertrok ze met haar eigen werk naar uitgeverij Querido. Die hebben Total loss uitgegeven, Wiele wiele stap en Hannes en Kaatje. Haar oude boeken heb ik altijd herdrukt. Die heb ik nooit losgelaten, want het zijn belangrijke boeken. Dat vond ik heel belangrijk. Toen is ze Hoe schilder hoe wilder gaan schrijven, dat is bij Leopold verschenen. En haar laatste boek Krik gaan we dit jaar herdrukken.