[p. t.o. 15]
[p. 15]
Friesche Lust-hof,
Beplant met verscheyde stichtelyke
Minne-Liedekens / Gedichten / ende Boertige Kluchten.
DOOR
IAN IAN SZ. STARTER. S S. LL. ST.
Met schoone kopere Figueren verçierd; ende by alle onbekende wysen, de Noten, ofte Musycke gevoeght,
Door
Mr. IAQVES VREDEMAN, Musyck-Mr. der Stadt Leeuwarden.
T' AMSTELREDAM,
Gedruckt by Paulus van Ravesteyn. Anno 1621.
Voor Dirck Pietersz: Voscuyl, Boeck-verkooper inden witten Engel.
[p. 17]
I. Starter
Tot den goedgvnstigen leser *
- 1
- Ghy die u lusten schept uyt aengename vreughd;
- Die nergens overschrijd de palen vande deughd, 2
- Of Wetten vande schaemt: die sonder suyvere ooren 3
- Te quetsen, Maeghd en Weuw vrypostigh aen mach hooren. 4
- 5
- Comt slaet u oogen op dit Lust-Hof, door mijn hand,
- Tot vreughd van uwe Geest, beschreven en beplant
- Met Liedjes vande min, met vrolijcke Gedichten,
- Met Kluchten tot vermaeck, en Rymen om te stichten.
- Die ick met vrye wil nu yeder een aenbied, 9
- 10
- Niet tegens mynen danck, als 't eertijds is geschied. 10
- Doen u van Vtrecht quam een voddery te voren 11
- By een geschraept door een, die (soo ick acht) verloren 12
- Heeft red'lijckheyd en schaemt: Want d' Eer-dief van mijn lof
- Nam tegens mynen wil die Bloemen uyt mijn Hof,
- 15
- En heeft na syn vernuft en beestigheyd haer bladen 15
- Met vlecken grof en veel belemmert en beladen, 16
- En soo ten thoon gesteld; dat ick my daer van schaem: 17
- Iae dat noch 't snoodst is, die bekleed met mynen naem 18
- En beeltenis; als of ick daer toe had geseten, 19
- 20
- En tot zijn broddery gestemt had met mijn weten: 20
- Daer ick het achten sal, soo langh mijn Polse slaet, 21
- 't Onredelijckste stuck, d' onlydelijckste smaet, 22
|
* Titel: goedgvnstigen: welwillende.
4 Weuw: weduwe; vrypostigh: vrijelijk; mach: kan.
9 met vrye wil: uit vrije verkiezing.
11 doen: toen; voddery: vod; quam .. te voren: in handen kwam.
12 een: iemand; soo: naar.
18 dat: wat; 't snoodst: ergst; bekleed met: voorzien van.
19 daer toe had geseten: daarvoor geposeerd had.
20 broddery: geknoei; gestemt: toestemming gegeven; met mijn weten: willens en wetens.
22 onlydelijck: onduldbaar.
|
[p. 18]
-
- Die immermeer aen my betoond is of bewesen, 23
- Waer van men altemets sal mijn gevoelen lesen: 24
- 25
- Want wat onbillijckers kon immermeer geschien? 25
- Het voorbereysel had hy van dit werck gesien, 26
- Hy wist dat met mijn wil, en tot hoe groote kosten 27
- Des Druckers, d' arbeyds-lien dit Lust-Hof eerst begosten, 28
- En daerom 't afgestaen: den Drucker voor syn hooft 29
- 30
- Daer noyt naer om te sien met hand en mond belooft, 30
- En komt noch nae die tijd (niet achtend' op syn Eeden 31
- Bevestight met syn hand, veel minder op de reden.) 32
- Wtgeven sulcken werck! soo snooden voddery! 33
- Den Drucker tot verderf, en tot een spyt van my!
- 35
- G'lijck offer inde Wereld voor hem niet was te drucken, 35
- Of hy most my mijn eer, mijn Druckers nut ontrucken, 36
- Wel, wie weet hoe de wraeck voor dees geleden hoon
- Hem noch bereyden sal syn welverdienden loon?
- En ben ick die ick ben, syn schade of zijn schanden
- 40
- Sal vloijen uyt mijn pen, of springen uyt mijn handen, 40
- Nae dat de tijd het rad van myne sinnen leyd, 41
- Of dat gelegentheyd stuerd mijn genegentheyd.
- En ondertusschen, ghy Lief-hebbers der Gesangen
- Wilt met een gonstigh oogh dit eerste boeck ontfangen. 44
- 45
- En singht een reys rondom, en u daer mee vermaeckt, 45
- Tot dat het tweede boeck weer uyt den Oven raeckt,
- 't Welck daedlijck volgen sal, soo veer ick kan bemercken 47
- Dat ghy in 't minste schept behagen in mijn wercken: 48
- Want eerelijcke loon des arbeyds last versoet,
- 50
- Die schade door onlust vaeck achter blyven doet. 50
-
- Gonst baerd Nijd.
|
24 altemets: nu en dan (als er aanleiding bestaat).
25 onbillijckers: dat onbillijker was.
26 voorbereysel: voorbereiding, voorwerk.
28 eerst: pas; begosten: begonnen, aanvingen.
29 't afgestaen: er van afgezien; voor syn hooft: in zijn gezicht; in schijn.
30 om te sien: om te zullen zien.
32 bevestight: bekrachtigd; reden: redelijkheid, billijkheid.
35 G'lijck offer: alsof er; niet: niets.
41 nae dat: al naar; leyd: legt, draait; sinnen: geest, gemoed.
45 een reys: eens; rondom: op de rij af.
48 in 't minste: een beetje.
50 achter: achterwege; Gonst baerd Nijd: genegenheid verwekt afgunst.
|