[p. 25]
[9] [Ieughdige Nimphen, die 't boerten bemind]*
- Stemme: Phoebus is langh over de Zee, &c.
-
- 1.
- Ieughdige Nimphen, die 't boerten bemind, 1
- Vrolike herten hoe mach het doch komen, 2
- Datmen in plaetse van 't singen begind
- Stil, en hoe langer hoe meerder te droomen? 4
- 5
- Is de genuchte dan so besnoeyd, 5
- En uyt u ieughdige harten geroeyd,
- Dat die niet weder en bloeyd?
-
- 2.
- De tijd sal u vallen soo veel te lanck,
- Laet ons wat lacchen, wat mallen, wat deunen, 9
- 10
- Singhen en springhen, ja maecken een klanck 10
- Datter de kamer begind van te dreunen,
- Hey, wie weet wanneer het ghebeurd
- Datmen 't geselschap dus t'samen bespeurd 13
- Waer toe dan nu ghetreurd?
-
- 3.
- 15
- [10] D' ouderdom komt ons doch op de hand, 15
- En ons ontslippen de ieughdige jaren, 16
- 't Wellick de vreughden dan steld aen een kant, 17
- Voorts soo beginnen wy dan te bedaren.
- Dus wild doch in u luchtige ieughd 19
- 20
- Niet laten te bruycken in eeren en deughd, 20
- De blye bequame geneughd. 21
|
1 boerten: grappen maken.
9 mallen: dwaas doen; deunen: schertsen, een liedje zingen.
10 maecken een klanck: een keel opzetten.
15 komt ons op de hand: staat ons te wachten.
16 ontslippen: ontglippen.
17 steld aen een kant: een eind maakt aan.
19 luchtige: levenslustige.
20 bruycken: gebruiken, genieten; eeren: eer.
|
[p. 26]
-
- 4.
- Sult ghy dan niet beginnen een reys? 22
- Waer na begeert ghy doch langer te beijen? 23
- Naeste gebuurtje voldoet ghy myn eys, 24
- 25
- Heft op een Liedtjen men sal u geleijen: 25
- Zyt ghy beschaemd? ey houd doch u k'leur, 26
- Meught ghy wat wachten, ick sing u wel veur, 27
- Soo niet, ick geef u de keur. 28
|
23 beijen na: beiden, wachten op.
24 voldoet ghy mijn eys: voldoe aan mijn verzoek, verlangen.
25 heft op: heft aan; geleijen: begeleiden, volgen.
26 houd doch u k'leur: verschiet toch niet van kleur.
27 meught ghy: wilt gij liever; veur: voor.
28 ick geef u de keur: ik laat u kiezen.
|