[p. 57]
[29] [Wel op mijn Musa heel vrolijck van zin]*
- Stemme: Phoebus is langh over de Zee. Fol. 9.
-
- Wel op mijn Musa heel vrolijck van zin 1
- Om tot de Hemelen toe te verheffen,
- d' Ontelbare schoonheden van mijn Goddin 3
- Dien, alhoewel ghy niet recht sult treffen: 4
- 5
- 't Sal nochtans wel blijcken daer aen, 5
- Dat ghy yet treflijcx derft bestaen, 6
- Als Phaeton heeft gedaen.
-
- 't Goud-dradigh hayr is soo schoon datmen looft 8
- Dat daer Apollo zijn glants af komt halen, 9
- 10
- d' Oogen soo bruyn als een git in haer hoofd 10
- Blickeren stercker dan Jupiters stralen, 11
- Haer wangen veel rooder als eenige roos
- Glinsteren, glimmen, en blosen altoos 13
- Met een bly-kleurigh gebloos.
-
- 15
- [30] Haer halsje veel blancker als eenigh yvoor
- Weet sy so loflijck op 't lichaem te voeren, 16
- Datse de herten der mannen daer door
- Weet te onstellen en heel te beroeren: 18
- Haer brave gestalt, haer aerdighe tret 19
- 20
- Haer lieflijck gelaet, en haer ledekens net 20
- Sijn waerdigh wel op gelet. 21
|
4 dien alhoewel ghy: alhoewel ge die; recht: naar behoren; treffen: afbeelden, beschrijven.
6 yet: iets; treflijcx: voortreffelijks; derft: durft; bestaen: ondernemen.
11 blickeren: schitteren.
16 loflijck: voortreffelijk; voeren: bewegen.
18 onstellen: in verwarring te brengen; heel: helemaal; beroeren: ontroeren.
19 brave: edel; aerdigh: bevallig.
20 ledekens net: schone leden.
21 zijn het waard om goed opgemerkt te worden.
|
[p. 58]
-
- d'Hemelsche Nectar (soo Naso verhaeld)
- By d' hooge Goden alleen was te vinden:
- Is 't niet wat wonders? nu isse gedaeld,
- 25
- Tusschen de lippen van mijn Coninginne,
- Ach Hemelsche schoonheyd in allen volmaeckt 26
- Wat leden, wat seden, wat deughden genaeckt 27
- Is al in u gheraeckt. 28
|
26 in allen: in alle opzichten.
27 seden: manieren; genaeckt: betreft.
28 al: alles; gheraeckt: getroffen, volmaakt.
|