[p. 136]
[86] Nieuw-Jaer.*
- Stemme: Ghelyck de witte Swane, &c.
-
- 1.
- So myn yemand quam te vragen, 1
- Wat d'oorsaeck mocht syn, waerom 2
- Men nu lengen siet de dagen?
- Ick sou seggen wederom: 4
- 5
- Mids Christus ('t pad des eewigh lichts) 5
- De stralen klaer 6
- Den Harders toonden syns gesichts, 7
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 2.
- Dit Licht, nederigh geboren
- 10
- In een Koe-stal, is geweest
- Tot voor-beeld, dat wy behooren
- D'ootmoed te beminnen meest: 12
- Maer helaes! 't is recht verkeerd, 13
- Want trots gebaer,
- 15
- Pracht en hovaerdy vermeerd 15
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 3.
- [87] Laet doch d' oude boose zeden
- Met dit oude Iaer vergaen,
- En treckt nu de suyv're kleden
- 20
- Van de witte deughd we'er aen, 20
|
1 so: indien; myn: (bij) mij.
4 wederom: op mijn beurt, als antwoord.
6 stralen klaer: heldere stralen.
7 sijns gesichts: bij stralen (r. 6).
12 ootmoed: nederigheid; meest: het meest.
15 hovaerdy: hoogmoed; vermeerd: vermeerdert.
|
[p. 137]
-
- Een oprecht nieu leven voerd
- Doch allegaer,
- En u boose lusten snoerd 23
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 4.
- 25
- Denckt staeg dat ghy noch sult horen 25
- Dit seer schrickelijck geluyt: 26
- Ryst dooden, leght ons te voren 27
- De reeck'ning ten vollen uyt, 28
- Van al 't geen ghy hebt gedaen,
- 30
- So hier als daer, 30
- Dus neemt een nieuwe leven aen 31
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 5.
- Laet Hoop, Liefd, Geloof, als deughden,
- U standvastigh blyven by, 34
- 35
- Schept uyt Godes woord u vreugden,
- D'ydelheyd steld aen een zy, 36
- 's Naesten schanden staegh bedeckt,
- Al is 't u swaer,
- En elck een tot deughd verweckt 39
- 40
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 6.
- Weest niet tot de wraeck genegen,
- Als u ongelijck geschiedt: 42
- Maer keerd alles daer en tegen 43
- Ten besten, ten slimsten niet,
- 45
- Laet geen quae begeerten u
- Bekoren: maer 46
- Weest van alle valsheyd schu 47
- In 't Nieuwe Iaer.
|
23 snoerd: betoomt, beheerst.
25 denckt: bedenkt; staeg: steeds.
26 schrickelijck: vreesaanjagend.
28 ten vollen uyt: geheel en al.
34 standvastigh: trouw, steeds; U by: bij U.
36 steld aen een zy: zet op zij.
42 ongelijck: onrecht; geschiedt: overkomt.
43 keerd ten besten: neem de schadelijke gevolgen weg, duid ten beste; daer en tegen: integendeel; (keren) ten slimsten: verkeerd uitleggen; niet: niets.
46 bekoren: in verzoeking brengen.
|
[p. 138]
-
- 7.
- 't Sal hier doch niet lange duuren,
- 50
- Ons tyd is op aerden kort,
- Daerom laet u niet vervuuren, 51
- Als des Werelts lust u port, 52
- 's Werelds soetigheyd brengt veel 53
- Verdriets met haer, 54
- 55
- Dus boud daer op geen Kasteel
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- 8.
- Wild met d'arme Harders waken,
- Niet in uwe sonden slaept,
- Want die naer de deughd wil haken,
- 60
- En naer Godes segen gaept, 60
- Sietmen dat Godt gunst betoond, 61
- Soo voor als naer, 62
- En in 't end met vreughd beloond
- In 't Nieuwe Iaer.
-
- Eynd.
|
52 port: aanspoort, drijft.
53 soetigheyd: lust, genoegens.
61 (aan hen) ziet men ....
62 soo ... als: zowel ... als; naer: na
|
|
|