[p. 143]
[91] Bruydt-Lofs-Gesangh*
Ter eeren Dr Gaivs Navta, Secretarius ter Stede Sneeck, Ende Tietskia Gualteri. *
- Stemme: L'Avignone, &c. Fol. 26.
-
- 1.
- Nu Bruygom schilt vry uyt 1
- U vreughden; vermits ghy Leeuwards schoonste Bruyd,
- Haer hebt onthaelt, daer sy op praelt, 3
- Iae, die van d'Hemel scheen gedaelt,
- 5
- Wiens gaven, wiens haven, wiens le'en, wiens re'en 5
- En brave ze'en, 6
- Wiens deftigheyd, 7
- Wiens kloeck beleyd, 8
- Wiens deughd so loflijck was verbreyd. 9
-
- 2.
- 10
- Wiens voor-hoofd hoogh en breed,
- Wiens Ooghjes, bruyn, helder, klaer, als een Magneet, 11
- Met booghjes net, so bruyn als get, 12
- Op 't cierlijckst sijn rondom beset, 13
|
* Gaius Nauta trouwde in 1619 (3 proclamaties: 17, 24 en 31 okt. Leeuwarden) met Tzietske Gualtheri. Titel: secretarius: secretaris.
1 schilt vry uyt: geef maar uiting aan.
3 haer: Leeuwarden; op praelt: op pocht.
5 wiens: wier; haven: have, bezit; re'en: woorden.
6 brave ze'en: edele manieren.
9 wier deugd overal zo zeer werd geprezen.
12 booghjes net: keurige boogjes; bruyn: donker, zwart; get: git.
13 op 't cierlijkst: zo bevallig mogelijk.
|
[p. 144]
-
- Wiens Wangen, ontfangen, altoos een bloos
- 15
- Gelijck een roos,
- Wiens wesen soet, 16
- Treckt elcks gemoet
- Ghelijck de Seyl-steen 't yser doet. 18
-
- 3.
- Wiens Lipjes selfs de kars 19
- 20
- Verdoven in glans, al bloeytse noch so vars, 20
- En vol van gloor, daer schynen door 21
- Haer tandjes blancker als Yvoor,
- Wiens leden, besneden, so braef, so gaef 23
- Sijn, dat tot slaef
- 25
- Sy lichtlijck maeckt, 25
- Ia 't hart ontschaeckt 26
- Van die, haer schoonheyd slechts genaeckt. 27
-
- 4.
- Maer noch sijn aldermeest
- Te loven, de gaven van haer groote geest,
- 30
- De witte deughd; daer sy haer vreughd 30
- Wt schiep, in 't bloeyen van haer jeughd, 31
- Haer reden, haer seden, haer staet, gelaet 32
- Daer sy me gaet,
- Te boven veel,
- 35
- Iae meest geheel 35
- De Dochters van dit Vriessche deel. 36
-
- 5.
- [92] Naer dit wit, hoogh geacht, 37
- Daer doelden elck na met gonst, met list, met kracht, 38
- Elck haer verkoor, maer, o Doctoor! 39
- 40
- Ghy gingt alleenigh daer me door, 40
|
16 wier liefelijk gelaat.
25 lichtlijck: gemakkelijk, zo maar.
27 die: wie; genaeckt: nabijkomt.
31 in 't bloeyen: in de bloeitijd.
32 reden: woorden; staet: stand; gelaet: houding, manier van doen.
35 meest geheel: haast in alle opzichten.
38 doelden na: richtte op; gonst: genegenheid.
40 alleenigh: alleen; daer me door: er mee vandoor, met de buit strijken.
|
[p. 145]
-
- U min dees Goddinne, dees Son verwon, 41
- Daer niemand kon
- Met syn gepaerd,
- Als ghy op aerd:
- 45
- Want Godt had haer voor u bewaerd.
-
- 6.
- En ghy Vrouw-Bruydt, wel an, 46
- Weest vrolick, midts Godt soo wel-beroemden man 47
- Aen u verbind, die soo besind 48
- Is, en van yeder een bemind,
- 50
- So deftigh, soo treftigh geleerd, begeerd, 50
- En hoogh ge-eerd
- Van wyse lie'n,
- Die verre sien,
- En syn verstand de eere bie'n. 54
-
- 7.
- 55
- So sachtsinnigh van aerd,
- So vreedsaem, so heusch, so zedigh, so bedaerd,
- Versien met staet, tot eer en baet 57
- Van hem, selfs by de Magistraet,
- Die d'Heere met eere, met schat, ia wat 59
- 60
- Oyt mensch besat 60
- In 't aerdsche Dal
- Versiet van al, 62
- Van deughd, van vreughd, van 's lichaems stal. 63
-
- 8.
- Nu toond u dan te saem
- 65
- Bly-geestigh; midts Godt u beyd voeght so bequaem, 65
- En aldermeest, op dese Feest,
- Van ganscher harten vrolick weest:
|
41 Goddinne: geliefde; verwon: veroverde.
47 midts: daar; wel-beroemd: goed bekend staande.
50 treftigh: voortreffelijk.
54 de eere bie'n: de verschuldigde eer bewijzen.
57 versien met staet: van aanzien.
62 versiet: voorziet; al: alles.
65 bly-geestigh: blij van geest, blijmoedig; voeght: bijeenbrengt, verenigt; bequaem: passend.
|
[p. 146]
-
- Weest rustigh, weest lustigh, en ghy weest vry, 68
- O Gasten bly:
- 70
- Sa lustigh! kom: 70
- Drinckt dit eens om, 71
- Op d'heyl van Bruydt en Bruydegom.
-
- La Durette:*
-
- En word het glaesjen lichter,
- So vuld het wederom;
- 75
- En drinckt op de gesondheyd om:
- Dan oock van uwen Dichter,
- Die u sal doen bescheyd, 77
- Trots eenigh Sneecker Meydt. 78
|
68 rustigh: aardig; vry: maar, toch.
71 om: in het rond, op de rij af.
77 doen bescheyd: antwoorden (met drinken).
78 eenigh: welke ook; meydt: meisje.
|
|
|