[p. 149]
[94] [Als u 't geluck toe lacht]
- Stemme: Lief-locksters vande Min, &c. Fol. 73.
-
- 1.
- Als u 't geluck toe lacht,
- En ghy niet hoeft te klagen,
- Dan word ghy hoogh geacht
- Van Vrienden, en van Maghen, 4
- 5
- Maer so dat rad eens wend, 5
- En d'Hemel u verlienden 6
- Het alderminst elend,
- Adieu dan hulp van Vrienden.
-
- 2.
- S'aensien u met de neck, 9
- 10
- En om-gekeerde oogen, 10
- Wie heeft met u gebreck 11
- Dan eenigh mededoghen?
- Niemand, elck vriend is vreemd, 13
- So haest men maer word siende, 14
- 15
- Dat rou u vreughd beneemd,
- Adieu dan hulp van Vrienden.
-
- 3.
- Van die u roem, u eer,
- U deughd, u wetenschappen,
- Verhieven eerst so seer,
- 20
- Tot lofs verheven trappen 20
|
4 maghen: familieleden; van: door.
6 verlienden: verleende, beschikte.
9 S'aensien u: ze zien u aan,
10 om-gekeerde: afgewende.
11 gebreck: tekortkoming.
13 elck vriend is vreemd: ieder, die vroeger een vriend was, is nu een vreemdeling.
14 so haest: zodra; word siende: inziet, bemerkt.
|
[p. 150]
-
- Word ghy so af gemaeld 21
- Dat het nau slimmer diende, 22
- Ach! als u voorspoed faeld,
- Adieu dan hulp van Vrienden.
-
- 4.
- 25
- Men vind dan naulijcks een,
- Dus is des noods bedroeven 26
- Alleenigh de toetsteen, 27
- Om Vrienden op te proeven, 28
- Dan sietmen door die bril
- 30
- Hoe sy haer vriendschap mienden 30
- Ach! als 't geluck niet wil, 31
- Adieu dan hulp van Vrienden.
-
- 5.
- Dus yeder stel sijn staet, 33
- Sijn handel en sijn leven, 34
- 35
- Dat hy na Vrienden baet 35
- Geensins behoeft te geven, 36
- Elck help sich so hy mach, 37
- Dat 's beter op het thiende: 38
- Want komt ghy met beklagh,
- 40
- Adieu dan hulp van Vrienden.
|
21 af gemaeld: afgeschilderd.
22 nau: nauwelijks; slimmer: erger; diende: behoefde; kon.
26 dus: daarom; des noods bedroeven: de droefheid in, uit nood.
30 haer: hun; mienden: bedoelden.
31 geluck: fortuin; niet wil: tegen is.
33 stel: stelle; staet: toestand.
34 handel: doen en laten, daden.
35 dat: zodanig dat; na: naar; baet: hulp.
36 geven na: zich bekommeren om, rekenen op.
37 soo hy mach: zo goed hij kan.
38 Dat's beter op het thiende: dat is tien maal zo goed.
|