[p. 156]
[98] [Het glas van mijn geneughd]*
- Stemme: La sorte ma pigljar, &c.
-
- 1.
- Het glas van mijn geneughd 1
- Is afgeloopen, 2
- Ick wil niet meer na vreughd, 3
- Noch blydschap hopen,
- 5
- Nu ick myn liefstens gonst niet kan verwerven, 5
- Wil ick niet springen meer,
- Noch vrolick singen weer,
- Maer droevigh sterven.
-
- 2.
- O, Hemelen! betreckt 9
- 10
- U blauwe Zalen,
- Met Wolcken droef bedeckt 11
- Haer blyde stralen:
- Stort al u stromen uyt, helpt myn beschreijen
- Myn ongeluck en rouw,
- 15
- Midts ick van myn Iuffrouw, 15
- Bedroefd, moet scheijen.
-
- 3.
- O soete Phyllida! 17
- Born van myn suchten, 18
- U volght geen vyand na, 19
- 20
- Waer toe dan 't vluchten?
|
1 glas: zandloper, uurglas.
11 wolcken droef: droeve wolken.
15 midts: daar; Iuffrouw: Jonkvrouw.
19 het is geen vijand die U volgt.
|
[p. 157]
-
- Merckt wien ghy schuwt, en queld met duysend smarten, 21
- 't Is Tyter die u diend,
- 't Is Tyter die u miend, 23
- En mind van harten.
-
- 4.
- 25
- 't Is hy die op u boud
- Syns levens ruste:
- 't Is Tyter die u houd 27
- Voor al syn luste,
- 't Is Tyter dien ghy kond alleen vermaken, 29
- 30
- 't Is Tyter die u vrydt, 30
- 't Is Tyter die u vlydt 31
- In alle saken.
-
- 5.
- Dus Phillida, myn schoon,
- Vervormt u sinnen, 34
- 35
- Gund Tyter, Tyter's loon,
- Dat 's wederminne: 36
- Maeckt Tyter (dien 't so bang is) doch niet banger,
- Maer Tyter eens verblyd,
- Lyd niet dat Tyter lyd 39
- 40
- U strafheyd langer. 40
|
27 houd voor: beschouwt als
29 ghy kond alleen: gij alleen kunt; vermaken: behagen.
30 vrydt: aanzoek doet bij.
34 vervormt u sinnen: verander van gedachten.
40 strafheyd: strengheid, hardvochtigheid.
|