[p. 177]
[111] Treur-Liedt, Over 't droevigh overlyden van den wel-gemelden Grave.
- Stemme: Lief-locksters vande min, &c. Fol. 73.
-
- 1.
- O Friesen! treurd en klaeghd,
- Verwerpt al u cieraden, 2
- En droeve rou-kle'en draeght 3
- In plaets van pronck-ghewaden,
- 5
- Want die tot u geluck, 5
- Gheluckigh was geboren,
- Hebt ghy (o droeve druck!) 7
- In uwen nood verloren.
-
- 2.
- Hy was u land-schaps vreughd, 9
- 10
- Een Graef van alle Graven,
- De woonplaets van de deughd,
- En 't pack-huys van haer gaven,
- Mild, vroom, heusch, goedertier, 13
- Godvruchtigh, wijs, geduldigh,
- 15
- In 't stryden, dapper, fier,
- Voorsichtigh en sorghvuldigh. 16
-
- 3.
- [112] U vryheyd was ontmand,
- En ghy so seer bestreden 18
- Met rooven, moorden brand,
- 20
- En meer moetwilligheden,
|
2 verwerpt: legt af, doet afstand van.
7 druck: verdriet, smart.
13 goedertier: goedertierend.
16 voorsichtigh: vooruitziend.
18 bestreden met: aangevallen door, bezocht met.
|
[p. 178]
-
- Dat ghy nauw langer dorst 21
- Op uwe bedden slapen,
- Doen u dees brave Vorst 23
- Ontsetten met de wapen. 24
-
- 4.
- 25
- Al eer hy twintigh iaer 25
- Volkomentlycken telden, 26
- Hy hem in het gevaer 27
- Van wreede stryden stelden,
- Al waer hy, hoogh van moed,
- 30
- Wierd menighmael geschoten. 30
- En heeft syn Graeflyck bloed
- Om uwent wil vergoten.
-
- 5.
- Door syn manhaftigheyd,
- Door syn strydbare zeden, 34
- 35
- Syn treffelyck beleyd, 35
- En 't schenden van syn leden, 36
- Heeft hy u uyt den nood
- Gered, en gantsch ontslagen. 38
- Nu is die Veld-Heer dood,
- 40
- En word daer heen gedragen.
-
- 6.
- Die uwe Landen heeft
- In weeldigheyd doen groeijen 42
- So, dat geen mensch die leeft,
- Oyt land sagh schoonder bloeijen.
- 45
- Dies treurd, o Friesen! treurd, 45
- Klaeghd, weend, en wringt u handen,
- Om 't ongeluck gebeurd 47
- Aen uwe vrije Landen.
|
24 ontsetten: ontzette; de wapen: het wapen.
26 volkomentlycken: geheel.
27 stelde hij zich bloot aan het gevaar van felle gevechten.
30 wierd: werd; geschoten: getroffen.
35 treffelyck: voortreffelijk.
36 't schenden: kwetsen n.l. gekwetst worden.
42 weeldigheyd: voorspoed.
|