[p. 197]
[121] Noch op de selve.*
- 1.
- 't Gouddradigh hayr
- Dat dees Goddin om 't hoofd sweefd,
- Phoebo voorwaer
- [122] Wat van syn glans ontrooft;
- 5
- De stralen prachtigh, 5
- Die hy uyt zijn tent schiet, 6
- Syn voorwaer so krachtigh
- Nergens by omtrent, 8
- (so ick blijcklijck sie) 9
- 10
- Als de stralen, die
- Sy uyt haer bruyn-oogjens schieten kan; 11
- Want sy 't hart daer met,
- Tegens al 't verset, 13
- Sou doorwonden vanden kloecksten Man. 14
-
- 2.
- 15
- Met twee roode bloosjes
- Zijn verçierd haer wangen,
- Recht gelijck twee roosjes 17
- Die de douw bevangt. 18
- Haer Yvore tanden
- 20
- Dicht by een gedrongen,
- Schynen silvre randen
- Om haer roode tong.
|
5 stralen prachtigh: prachtige stralen.
8 nergens by omtrent: bij lange na niet.
9 so: zoals; blijcklijck: duidelijk.
13 tegens al 't verset: tegen alle verzet, weerstand in.
14 verbind: hart (12) ... van den kloecksten Man.
17 recht gelijck: precies.
|
[p. 198]
-
- Haer gedraeyden hals 23
- Is veel blancker als
- 25
- Hagel, Sneeuw, Albaster, of Yvoor,
- Met een held're glans
- Om end' om de krans 27
- Schynen daer de blauwe ad'ren door.
-
- 3.
- Bruygom ghy mooght iuygen,
- 30
- Die van hare lippen
- Sult de Nectar suygen
- Die den Go'on ontslipt. 32
- Iae in gulden Iaren,
- Sult door haere deughden
- 35
- Grysen sien u hayren, 35
- Opgehoopt in vreughd. 36
- Dies segh ick: dat ghy 37
- U meughd roemen vry, 38
- Tot u min te hebben nu bekoord 39
- 40
- De Godinne, die 40
- D'eere voor de drie 41
- Hemelsche Godinnen toebehoord.
|
23 gedraeyde: gebeeldhouwde.
27 rondom de krans, de krans in het rond.
32 ontslipt: ontglipt, ontsnapt.
35 grysen sien: grijs zien worden.
36 opgehoopt in vreughd: in louter vreugde.
39 u min: liefde voor u; bekoord: verleid, gebracht.
40 godinne: geliefde; die: aan wie.
|