[p. 235]
[166] Nieuw-Iaer-Liedt,*
- Stemme: Si tanto gratiosa, &c. Fol. 54.
-
- 1.
- Waeckt op om God te loven, 1
- Ghy Christenen, en vierd den dagh van heden,
- Doen ons den Heer van boven
- Sond af syn soon, den Prince vande vrede, 4
- 5
- Die uyt de nood, ons vande dood 5
- Verlost heeft allegare, 6
- Dus geeft den Heere 7
- Behoorlick prys en eere 8
- In 't Nieuw Iare.
-
- 2.
- 10
- O wild de vreed ontfangen 10
- Die u van d'Hemel selfs nu word verkondight, 11
- En niet na twist verlangen:
- Op Gods genaed' u niet te veel besondight, 13
- Met 't oude Iaer, laet allegaer 14
- 15
- U oude boosheyd varen,
- En wild u geven 16
- Tot een Godsaligh leven,
- In 't Nieuw Iare.
|
1 waeckt op: word wakker.
4 af: naar beneden; prince: vorst.
8 behoorlick: naar behoren, zoals hij verdient; prys: lof.
16 geven tot: begeven tot, overgeven aan, wijden aan.
|
[p. 236]
-
- 3.
- Houd doch altyd voor oogen
- 20
- De ned'righeyt uws Scheppers, die geboren
- Gevoed en opgetogen 21
- Wierd in armoed: Als u dat komt te voren, 22
- Steld d'hoovaerdy, dan aen een zy, 23
- En schickt alsoo u zeden, 24
- 25
- Dat ghy met trappen
- Allengskens syn voetstappen 26
- Nae mooght treden.
-
- 4.
- Syn wysheyd sal u leyden
- Na d'Haven, daer ghy eeuwigh in sult rusten.
- 30
- O! wild u selfs bereyden,
- En teugeld met syn woord u gayle lusten, 31
- U boosheyd staeckt, met d'Harders waeckt,
- En slaept niet in u sonden,
- Op dat ghy wacker, 34
- 35
- Wiedend' uws levens Acker
- Word bevonden.
-
- 5.
- Wanneer den Heer der Heeren
- Het blauw gewulf sal van malkander trecken, 38
- En 't al in vlam verkeeren; 39 .
- 40
- De dooden uyt hun diepe graven wecken,
- En eysschen dan, haer rek'ning van 41
- 't Geen door hun is bedreven,
- So van boosheden, 43
- Als yd'le wulpsche reden 44
- 45
- In haer leven. 45
|
22 komt te voren: te binnen schiet.
23 stelt aen een zy: schuif op zij, doe afstand van.
24 schickt: regel; zeden: manieren, levenswijs.
26 allengskens: langzamerhand.
31 teugeld: beteugel, toom in; gayle: geile.
34 wacker: te verbinden met word bevonden.
39 't al: alles; verkeeren: veranderen
41 haer rek'ning: hun verantwoording.
43 so ... als: zowel ... als.
44 wulpsche reden: wellustige woorden.
|
[p. 237]
-
- 6.
- O laet u dit beroeren! 46
- Treed in u hart, wild met het Nieuwe Iare
- Een nieuwen leven voeren;
- En u geloof in Christum openbaren.
- 50
- Vreest d'Hooge Godt, houd syn Gebodt,
- Soo kan u niets besware: 51
- Verheughd in deughd u,
- Soo leeft gh'in ware vreughd nu
- In 't Nieuw Iare.
|
51 besware: bezwaren, hinderen, deren.
|
|
|