[p. 279]
[Is Bommelalire soo groote geneughd]*
- Stemme: Was Bommelalire so pritty a play, &c.
-
- 1
- Is Bommelalire soo groote geneughd,
- Dat het beyd ouden en ionge verheughd, 2
- So laet ons eens quélen, en lieffelyck spélen
- Van Bommelalire bom, bom, bommelalire.
- 5
- Bom ti bom, bom ti bom, bommelalire bom.
-
- 2.
- Geen Koning so grootsch in Hoflycke weeld, 6
- So prachtigh, so machtigh, so ryck, of hy speeld
- Wel dickwils uyt minne, met syn Koninginne
- Van Bommelalire, bom, &c.
-
- 3.
- 10
- Geen Iuffrouw soo edel, so prachtigh van staet, 10
- Hoe tenger sy schynd, en hoe deftigh sy gaet,
- Of sy sou alle dagen het spul wel verdragen
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 4.
- Geen Meyd in de keucken, hoe drock sy 't oock heeft,
- 15
- Al koocktse, al smoocktse, die niet een reys weeft, 15
- Al sietse wat smeerigh, noch isse begeerigh
- Na Bommelalire bom, &c.
-
- 5.
- Daer 's niet Capteyn, noch niet een Soldaet,
- Hoe vreeslyck hy siet, en hoe dapper hy gaet, 19
- 20
- Of hy loopt wel in 't bosjen, en speeld met syn trosjen 20
- Van Bommelalire bom, &c.
|
2 beyd ... en: zowel ... als.
6 grootsch: aanzienlijk, prachtlievend.
15 smoocktse: smoort ze; weeft: verlangt, streeft.
19 vreeselyck: vreesaanjagend.
|
[p. 280]
-
- 6.
- Daer 's niet een Professor noch niet een Student,
- Hoe vast hy de boecken in 't hooft heeft geprent,
- Die niet een reys geeren in 't boeck sou studeren
- 25
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 7.
- Ick wed men geen Advocaet vinden sol, 26
- Al had hy 't schoon drocker als drock met syn rol, 27
- Of hy sou vaceren en gaen procederen 28
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 8.
- 30
- In 't land en is noch Rechter noch Schout,
- Al is hy in 't vangen wat wreed en wat stout,
- Of hy sal syn boeten wel laten versoeten
- Met Bommelalire bom, &c.
-
- 9.
- Daer 's niet Doctoor, noch niet een Barbier, 34
- 35
- Of hy sal wel eens seggen tot een mooy dier: 35
- Moer wilt u niet schamen, kom, laet ons te samen 36
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 10.
- Geen Quacksalver klapt so dapper van schat, 38
- Van kruyden, van salven, van dit en van dat,
- 40
- Of hy houd vehementen, veel van de unguenten 40
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 11.
- Daer 's niet een Speelman hoe schoon hy oock queeld,
- Hoe-wel hy op Velen en Cyters al speeld,
- Die niet een reys garen me'e speeld op de snaren
- 45
- Van Bommelalire bom, &c.
|
27 met syn rol: met de lijst van processen.
28 vaceren: afwezig zijn; bezig zijn, vakantie houden.
38 klapt: praat; dapper: geducht; schat: rijkdom.
40 vehementen: geweldig; unguenten: zalven.
|
[p. 281]
-
- 12.
- Geen Drucker noch Setter, hoe nauwje hem oock wacht, 46
- Of hy neemter syn tyd toe by daegh of by nacht
- Om letters te setten en Vormtjes te netten 48
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 13.
- 50
- Geen Schoen-maker is so smeerigh gebeckt,
- Of als hy een Vryster de schoenen aentreckt,
- Hy denckt mooije Meysje, mocht ick iou een reysje
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 14.
- Daer 's niet een snijer die 't laken ofknipt,
- 55
- Die niet een reys mee op de ketel en stipt, 55
- Ia die syn partje niet speelt met syn hartje 56
- Van Bommelalire bom, &c.
-
- 15.
- In 't kort: daer is niemand soo oud of soo kranck,
- 't Sy doof, het sy blind, 't sy kreupel, 't sy manck,
- 60
- Al souwense hippelen, so willense stippelen 60
- Op Bommelalire bom, bom, bommelalire
- Bom ti bom, bom ti bom, bommelalire bom.
-
- De vvoorden van dit Liedt geen suyv're ooren krencken,
- Maer argh vaer heur in 't lyf die 't arghste daer uyt dencken. 64
-
- Eynde.
|
46 nauw: nauwlettend; wacht: bewaakt, bespiedt.
48 Vormtjes: zetvormen; netten: natmaken.
55 op de ketel stipt: een dompelende beweging maakt (erotisch).
56 syn partje ... speelt: zijn aandeel neemt in het spel.
64 argh: kwaad, slechte kwaal.
|
|
|