[p. 72]

[O Ellementen wat ick hoor!]

Stemme: 't Engelsch Schoenlapperken.


 

Deze Engelse melodie werd ook wel aangeduid als: Coble (bij Buytevest; voor: ‘Een maget fier met haer manier’), Cobbeler of Het Engelsch Lapperken (bij Valerius 1626: Tafel der Stemmen) en: (Cobbler's Jig) Het was een Engelsch boerken, Schoenlappen soud' hy doen (Luitboek van Thysius, nr. 66).

Notatie naar Valerius voor: ‘Wie dat sich selfs verheft temet’.