Monumenten in Nederland. Gelderland


auteur: Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Ben Olde Meierink en Marc Tenten


bron: Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Ben Olde Meierink en Marc Tenten, Monumenten in Nederland. Gelderland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2000


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Tiel



illustratie

Tiel, Binnenstad
1(Herv.) Grote of St.-Maartenskerk (zie p. 297)
2St.-Caeciliakapel en Luth. kerk (p. 297)
3R.K. St.-Dominicuskerk (p. 298)
4Oude Burger Mannen- en Vrouwenhuis (p. 298)
5Burger Weeshuis (p. 298)
6Waterpoort of Kleibergsepoort (p. 298)
7Stadhuis (p. 298)
8Grote Sociëteit (p. 298)
9Buitensociëteit Bellevue (p. 298)
10Vismarkt (p. 298)
11Korenbeurs (p. 298)
12Gerechtsgebouw (p. 298)
13Rijks Hogere Burger School (p. 299)
14Huishoudschool (p. 299)
15Station (p. 300)


Stad, ontstaan in de vroege middeleeuwen op een stroomrug aan de zuidoever van de Oude Linge (thans Doode Linge), nabij de Waal. Rond het jaar 1000 was Tiel een belangrijke internationale handelsnederzetting met rivierhaven. Wanneer Tiel stadsrechten kreeg, is onbekend. De oudste en hoger gelegen straten zijn de Westluidensestraat, de Koornmarkt, de Ambtmanstraat en het Hoogeinde. Eind 13de eeuw ontstonden de Gasthuisstraat en de Waterstraat. In die tijd werd de Oude Linge afgedamd bij de Voorstad. Rond 1350 kwam een uitbreiding tot stand ten oosten van de Westluidensestraat. Stadsbranden teisterden Tiel in 1420 en 1425. De al vóór 1286 aangelegde oudste omwalling werd tussen 1497 en 1520 versterkt en had vier stadspoorten. Eind 15de eeuw nam de betekenis van Tiel af door toenemende handelsconcurrentie en door het verlanden van de Oude Linge. De verdedigingswerken verbeterde men in 1586 en in 1618-'20. De binnenhaven werd in 1647 gedempt (huidige Varkensmarkt en Plein). Vanaf 1795 werden de poorten en de stadsmuur geleidelijk geslecht. Tussen 1838 en 1845 zijn de vestingwerken aan de noord- en westzijde van de stad naar ontwerp van K.G. Zocher tot plantsoen omgevormd. De komst van het spoor in 1882 en de aanleg van een nieuwe haven in 1883 luidden een nieuwe groei in. De stad kreeg eind 19de eeuw nieuwe wijken in de richting van het station (westen), bij het kantongerecht aan de Nieuwe Tielseweg (zuidzijde) en rond de Hoveniersweg (noorden). In de Tweede Wereldoorlog werd Tiel zwaar bescha-

[p. 297]

digd. Nadien zijn er uitbreidingswijken ontstaan in de driehoek tussen de spoorweg, de Linge en de A15. Hierbij is het dorp Drumpt geïncorporeerd. De meest recente uitbreiding bevindt zich ten zuiden van het inundatiekanaal, bij Passewaay.

De (Herv.) Grote of St.-Maartenskerk (Kerkplein 4) [1] is een vierbeukige kerk - zonder koor - met een ingebouwde toren van drie geledingen met balustrade en tentdak. Rond 1420 verrees een driebeukig pseudobasilikaal schip, waaraan in de tweede helft van de 15de eeuw een tweede zuidelijke zijbeuk werd toegevoegd. De twee zuidelijke beuken kregen per travee een wolfdak, haaks op de hoofdkap. In 1554 richtte men in de meest westelijke travee van de zuidelijke zuidbeuk een librije in; daaronder werd in 1558, verdiept, een doopkapel aangebracht. Rond 1558 begon men naar plannen van Cornelis Frederiks met de bouw van het transept en het vijfzijdig gesloten koor, maar deze werden niet voltooid en zijn na langdurig verval in 1731 gesloopt. De kort na 1560 tegen het koor gebouwde sacristie (Kerkplein 2), met verdieping en traptoren, bleef behouden als vrijstaand gebouw. Begin 18de eeuw is het dakschild van het schip doorgetrokken over de noordelijke zijbeuk en kwam het noordportaal - met tekstbord in Lodewijk XIV-stijl - tot stand. De kerk liep zware schade op in de Tweede Wereldoorlog en is gerestaureerd in 1958-'64 onder leiding van G.W. van Essen. Toen is ook een kerkelijk bureau (Kerkplein 3) gebouwd en zijn de funderingen van het gesloopte koor opgemetseld en zichtbaar gemaakt.

Het interieur wordt gedekt door stergewelven (zijbeuken, librije) en een houten tongewelf (middenschip); de sacristie en de doopkapel hebben kruisribgewelven. In de nieuwe preekstoel (1964) zijn zes panelen met vroeg-renaissancistisch snijwerk en laat-gotische briefpanelen (circa 1530) verwerkt. Tot de inventaris behoren verder diverse grafzerken (vanaf de 15de eeuw), een door J. Mast vervaardigd marmeren epitaaf (1709) voor generaal Steen baron van Welteren en zes 18de-eeuwse rouwborden. Het door C.G.F. Witte gebouwde orgel (1854) is afkomstig uit de Nieuwkerk te Dordrecht

illustratie

Tiel, (Herv.) Grote of St.-Maartenskerk


en is in 1965 gerestaureerd en overgeplaatst naar Tiel. In de sacristie bevindt zich een houten schouw met schoorsteenstuk uit 1712.

De huidige toren verrees vanaf 1440, nadat bij een eerste poging de onvoltooide torenromp ernstig was verzakt en moest worden afgebroken. De geheel met tufsteen beklede toren van drie geledingen is opgetrokken in laat-gotische vormen en heeft een hoge portaalnis. De torenspits werd in 1558 tijdens een storm verwoest; de huidige balustrade en het tentdak dateren uit 1935. In de toren hangt een door Jan Moer gegoten klok (1552). In de kerk staan nog twee klokken van zijn hand (1552 en 1554) en een anonieme 14de-eeuwse klok. Verder bevat de toren 47 carillonklokken van de firma Eijsbouts (1963). Ondanks een restauratie in 1953 ging de toren opnieuw verzakken, waarna een nieuwe restauratie volgde in 1987-'88, onder leiding van N.C.G.M. van de Rijt.

De voorm. St.-Caeciliakapel en Luth. kerk (Kerkstraat 34) [2], nu Herv. kerk, is een eenbeukige kapel met hoger, driezijdig gesloten koor voorzien van een achtkantige traptoren. Het schip van deze laat-gotische kapel kwam rond 1450 tot stand, het koor rond 1500. De kapel hoorde bij het St.-Caeciliaklooster, een augustinessenklooster dat vóór 1621 is gesloopt. De kapel is in 1949 gerestaureerd. Het koor heeft netgewelven met afhangende gebeeldhouwde sluitstenen.

[p. 298]



illustratie

Tiel, Burger Weeshuis


De gewelven rusten op gebeeldhouwde kopjes en kapitelen met gebeeldhouwde musicerende engelen.

De Herv. kerk (Burg. Meslaan 92, Drumpt) is een recht gesloten zaalkerk met een gedeeltelijk ingebouwde toren van drie geledingen met omloop en houten, opengewerkte klokkentoren met spits. De kerk verrees in 1860 en heeft neoclassicistische kenmerken.

De R.K. St.-Dominicuskerk (St.-Walburgkerkpad 1) [3] is een driebeukige basiliek met driezijdig gesloten apsis en een hoger, transept-achtig bouwdeel voorzien van zijvleugels. De deels ingebouwde toren van vier geledingen met vlak tentdak wordt geflankeerd door de doopkapel en de gedachteniskapel. De kerk verrees in 1939-'40 in traditionalistische stijl, naar ontwerp van J.J. van Halteren, ter plaatse van een in 1938 door brand verwoeste voorganger uit 1859-'61. Het interieur wordt gedekt door een hoog spitsboogvormig gewelf (schip) en door koepelgewelven. Enkele figuratieve gebrandschilderde ramen zijn vervaardigd naar ontwerp van A. Asperslagh. De L-vormige pastorie (St.-Walburgkerkpad 3) is gelijktijdig en in dezelfde stijl gebouwd als de kerk. Tot het katholieke complex bij de kerk behoren een dominicanessenklooster (St.-Walburgkerkpad 5), het in 1900 naar een ontwerp met jugendstil-elementen van J. Buskens opgetrokken voorm. St.-Andreasgasthuis (St.-Walburgkerkpad 17-43) - in dit voorm. ziekenhuis zijn thans appartementen ondergebracht - en de in 1867 gestichte en in 1900 opnieuw opgetrokken voorm. RK. bewaarschool (Binnenmolenstraat 6-8).

Het Oude Burger Mannen- en Vrouwenhuis (Ambtmanstraat 24) [4] uit 1804 is een langgerekt, onderkelderd tweebeukig neoclassicistisch gebouw met empire-details. De voorgevel heeft een middenrisaliet met fronton en geblokte bakstenen hoekpilasters. In het voorportaal bevindt zich stucwerk met een saterkop en festoenen van de hand van J.M. Rieff.

Het voorm. Burger Weeshuis (Achterweg 11) [5] is een gebouw met H-vormige plattegrond, opgetrokken in 1904 in neorenaissance-stijl naar ontwerp van J. van den Ban.

Verdedigingswerken. Van de ommuring van rond 1500 - bestaande uit een dubbele gracht met middenwal, een weermuur met torens, rondelen en vier stadspoorten - is aan de Tolhuiswal een gedeelte met rondeel bewaard gebleven. Ook een groot deel van de voorm. binnengracht bleef behouden. Eveneens behouden bleef de Waterpoort of Kleibergse Buitenpoort (Plein 48) [6]. Deze poorttoren met twee geledingen en een tentdak met achtkantig koepeltorentje verrees na het dempen van de binnenhaven in 1647 ter plaatse van de middeleeuwse buitenpoort. Het bovendeel van de poort is in 1944 verwoest en is in 1979 herbouwd.

Het stadhuis (Ambtmanstaat 15-17) [7] is sinds 1937 ondergebracht in een complex van historische gebouwen aan de Ambtmanstraat. Het oudste deel is het in 1525-'26 voor ambtman A. van Buren gebouwde voorm. Ambtmanshuis (Ambtmanstraat 17). Dit tweebeukige pand is voorzien van ingezwenkte topgevels aan de tuinzijde (oostzijde). De traptoren met spits en peerbekroning aan de noordzijde en de aanbouw op de zuidoosthoek dateren uit 1562-'63. De uitbouw naast de toren kwam begin 18de eeuw in opdracht van Johan van Welderen tot stand en werd in de tweede helft van de 19de eeuw halfrond uitgebouwd. Het interieur bevat een Lodewijk XIV-schouw (begin 18de eeuw), mogelijk naar ontwerp van J. Mast, en door M. Rieff aangebrachte stucdecoraties in Lodewijk XV-stijl (1755); verder is er een vertrek met stucdecoratie en schouw uit circa 1850. Uit die tijd stamt ook het portaal aan de tuinzijde in Willem II-gotiek. Het pand is in 1939 gerestaureerd.

Verder horen bij het complex het brede, uit 1851 daterende, neoclassicistische pand Ambtmanstraat 15, dat met een modern tussenlid in verbinding staat met Ambtmanstraat 13, gebouwd in 1901 met jugendstil-elementen voor de Tielse Brandverzekeringsmaatschappij. De tuin in landschapsstijl achter het complex is rond 1855-'60 aangelegd, mogelijk naar ontwerp van K.G. Zocher. Hier staan een gepleisterd, neoclassicistisch koetshuis (1ste Achterstraat) uit 1859 en een laat-19de-eeuws tuinhuisje. Het smeedijzeren hek met bakstenen hekpijlers dateert uit circa 1755. Achter in de tuin is in 1995 naar plannen van W. Eijkelenboom een groot nieuw stadhuisgedeelte opgetrokken (Achterweg 2).

Sociëteiten. De voorm. Grote Sociëteit (Plein 46) [8], nu Gemeentelijk Streekmuseum, is een statig blokvormig pand in Lodewijk XVI-vormen uit 1789. Het gebouw heeft een souterrain, ingangsomlijsting en geblokte bakstenen hoekpilasters. In 1969 was het herstel van de in 1944-'45 opgelopen oorlogsschade voltooid. De buitensociëteit Bellevue (Ophemertsedijk 2) [9] is een gepleisterd neoclassicistisch pand uit 1842. Het heeft een middenrisaliet met bekronend fronton en op de verdieping een balkon op toscaanse zuilen. De vismarkt (Plein ong.) [10] is een halfronde zuilengalerij in Lodewijk XVI-stijl uit 1789 met hardstenen dorische zuilen, een houten fries en een houten attiek met stadswapen.

De korenbeurs (Korenbeursplein) [11] is in 1848 gebouwd in neoclassicistische stijl, waarschijnlijk naar ontwerp van K.G. Zocher. In het verlengde van het gepleisterde tweelaags beursgebouw staan - aan weerszijden van een rechthoekig plein - twee inmiddels dicht gezette galerijen met ionische zuilen en houten hoofdgestel. In 1993 is de beurs gerestaureerd.

Het gerechtsgebouw (Nieuwe Tielseweg 1) [12] is in 1879-'82 gebouwd naar ontwerp van rijksbouwmeester J.F. Metzelaar in rijke eclectische stijl met neorenaissance- en neoclassicistische

[p. 299]



illustratie

Tiel, Buitensociëteit Bellevue


elementen. Tussen twee evenwijdige tweelaags vleugels staat haaks de hoge zittingszaal, geflankeerd door lagere vleugels. Het gebouw heeft een souterrain en een risalerende ingangspartij met bordes. In het fronton van het middenrisaliet is in graffito Vrouwe Justitia afgebeeld. Het interieur van de zittingszaal is vrijwel in oorspronkelijke staat behouden, met lambrizeringen en plafondschildering. Het gebouw is in 1996 gerestaureerd onder leiding van O. van Dijk.

Scholen. De voorm. Rijks Hogere Burger School en Gymnasium (St. Walburg 2) [13] is een neoclassicistisch L-vormig gebouw uit 1864, opgetrokken naar ontwerp van L. Hogeweg. Ter plaatse van het risaliet bevindt zich een opengewerkte attiek. In het pand zijn thans appartementen ondergebracht. De voorm. Huishoudschool (St.-Agnietenstraat 28) [14], thans het Streekarchief, verrees in 1886 ter plaatse van het toen gesloopte middeleeuwse Agnietenklooster. Het eclectische pand heeft een laag middengedeelte en hogere, haakse zijvleugels met afsluitend fronton. De voorm. openbare U.L.O. (Kijkuit 5) dateert uit 1910 en heeft neorenaissanceelementen zoals de trapgevels van de zijrisalieten. De voorm. openbare lagere school (Jacob Cremerstraat 1) is een uit 1921 daterend langgerekt gebouw met zakelijk-expressionistische vormen en centrale ingang.

Woonhuizen. Karakteristiek voor de binnenstad zijn de, al dan niet gepleisterde, lijstgevels uit de 18de of 19de eeuw. Achter veel van deze gevels bevindt zich echter een oudere, vaak nog middeleeuwse, kern. Zo heeft het in 1796 verbouwde, gepleisterde hoekpand Sterkenburg (Gasthuisstraat 96) een laat-middeleeuwse kelder met kruisgewelven en een hoog zadeldak tussen topgevels. In het linker deel van het gepleisterde dwarshuis St.-Walburgstraat 19 bevindt zich een vermoedelijk laat-15de-eeuws houtskelet. Later is het huis in twee fases uitgebreid. Ook het gepleisterde Gasthuisstraat 24 heeft een laat-middeleeuwse kern. Uit het eerste kwart van de 16de eeuw dateert het hoekhuis Weerstraat 47-49, waarvan de hoge trapgevel met kleine treden is voorzien van spaarvelden met korfbogen. De pui is in 1954 in aangepaste stijl gerestaureerd. De gepleisterde zijgevel aan de Kleibergsestraat bevat een poortje uit 1623. Ook het dwarse huis St.-Walburgstraat 17 heeft een 16de-eeuwse kern. De voorgevel met kroonlijst en ingangsomlijsting kwam rond 1800 tot stand. Inwendig heeft het uit die tijd een gestucte schoorsteenmantel naar ontwerp van M. Rieff.

Een eenvoudig, klein 18de-eeuws huis is Kerkstraat 23. Het herenhuis Ambtmanstaat 9, met lijstgevel en middenrisaliet in Lodewijk XVI-stijl, is laat-18de-eeuws. Aan de achterzijde bevindt zich een laat-19de-eeuwse tweelaags veranda. Het Hooge Huys (Koornmarkt 20) is een tweebeukig dwars huis met zadeldaken tussen zijtopgevels. De lijstgevel met ingangsomlijsting en hardstenen dubbele bordestrap kwam rond 1800 tot stand. Thans is het pand

illustratie

Tiel, Gerechtsgebouw (1989)


als moskee in gebruik. Vroeg-19de-eeuwse gevels zijn Gasthuisstraat 20, met omlijste ingang, en Koornmarkt 20 en Agnietenstraat 26 met geblokte pilasters. De poort in de gevel van het laatstgenoemde pand gaf toegang tot het achtergelegen (gesloopte) Agnietenklooster. Een gepleisterd pand met een midden-19de-eeuws uiterlijk en een oudere kern is Ambtmanstraat 30. Aanvankelijk hoorde het met Hoogeinde 2 tot het Oude Weeshuis en werd het bewoond door de ‘ouders’. Beide panden zijn in 1793 gewijzigd. Agnietenstraat 17 is een herenhuis met kroonlijst en gepleisterde pilasters uit 1840. Het gepleisterde neoclassicistische herenhuis Huis Zorgvliet (Burg. Meslaan 81) kwam rond 1850 tot stand. Het hoekpand Koornmarkt 2 heeft een eenvoudige lijstgevel uit circa 1860. Naar ontwerp van K.G. Zocher verrees in 1863-'64 de symmetrisch opgebouwde rij twee- en drielaags herenhuizen St. Walburg 3-6. Uit dezelfde tijd zijn ook de eclectische panden St. Walburg 7-9. Het gepleisterde herenhuis Kalverbosch 6 uit het derde kwart van de 19de eeuw heeft een omlijste ingang en een kroonlijst met consoles en oeilde-boeufs. Het pand Kalverbosch 4 is voortgekomen uit een 18de-eeuwse stadsboerderij en kreeg in het derde kwart van de 19de eeuw een verdieping. Het gepleisterde blokvormige landhuis Nieuw-Geerestein (Burg. Meslaan 121) ontstond rond 1865. Op initiatief van O.J.C. Hoogendijk werd in 1860 het

[p. 300]

complex arbeiderswoningen Grote Brugse Grintweg 76-106 e.o. gesticht. Deze eerste sociale woningbouw in Tiel heeft een U-vormige opzet met eenlaags woningen, iets hogere hoekgebouwen en een tweelaags poortgebouw.

Voorbeelden van eclectische huizen zijn Prinses Beatrixlaan 17-19 (circa 1870) en de gepleisterde panden Prinses Beatrixlaan 3 (circa 1870) en Westluidensestraat 57 (circa 1880). Eclectische vormen en een asymmetrische opzet heeft het vrijstaande, gepleisterde herenhuis Stationsstraat 2 uit circa 1885. A. Jansen en A. Jansen Cz. lieten in 1891 de burgerwoonhuizen Konijnenwal 30-36 optrekken. Andere burgerwoonhuizen uit circa 1890 zijn Konijnenwal 40-46, met souterrain en topgeveltjes boven het risaliet. Het dubbele herenhuis Ambtmanstraat 20-22 verrees in 1894 naar een ontwerp van D. Semmelink en vertoont neorenaissance-invloeden, zoals het onder meer in gele verblendsteen uitgevoerde siermetselwerk. De villa Burg. Meslaan 1 is in 1898 in neorenaissancestijl gebouwd.

De villa Kalverbosch 5 is gebouwd in 1905 in jugendstil-vormen voor de fabrikant Daalderop, met op de verdieping twee driezijdige erkers. Jugendstil-details zijn ook herkenbaar bij Stationsstraat 11-15 (circa 1908-'10) en de naar ontwerp van P.G. Buskens met vierkante torentjes opgetrokken huizenblokken Stationsstraat 10-16 (circa 1910). In ‘Um 1800’-stijl uitgevoerd is Stationsstraat 18 uit 1907, een onderkelderd pand met mezzanino, hoog schilddak en dakruiter. De expressionistische villa Pannenhuys (Mr. Troelstrastraat 1) is in 1930 gebouwd naar ontwerp van E. Nijsten. Ook de rond 1935 met een rieten dak opgetrokken villa Burg. Meslaan 75 toont expressionistische invloeden.

Winkels. In de 18de eeuw kreeg het, in de kern oudere pand Westluidensestraat 3 een lijstgevel met hoge winkelpui met omlijste ingang. Het in opzet 17de-eeuwse pand Kerkstaat 6, heeft een lijstgevel met classicistische deuromlijsting uit 1785. De vensters aan weerszijden van de deur dateren uit circa 1870. Voorbeelden van eclectische winkelpuien uit circa 1890 zijn Voorstad 5 en Waterstaat 59, beide met fantasiekapitelen, en Waterstraat 52 met neoclassicistische kenmerken. De winkelpui in neorenaissancevormen van Waterstraat 47 stamt uit 1890. De rond 1900 aangebrachte winkelpui van Waterstraat 29 zal rond 1910 zijn verbreed, waarbij jugendstil-details zijn aangebracht. Weerstraat 8 is een klinknagelpui uit circa 1906. Weerstraat 39 uit dezelfde tijd is voorzien van bricorna-steentjes.

De stadspomp op de Markt dateert uit 1768 en is uitgevoerd in rijke rococostijl. De hardstenen pomp heeft een vierkante romp, gebeeldhouwde consoles en een gebogen piramidevormige bekroning met siervaas.

De jamfabriek ‘De Betuwe’ (Grote Brugse Grintweg 50) bestaat uit een neoclassicistisch gebouw uit circa 1850 en een gebouw met opschrift ‘De Betuwe’ ‘Verduurzaamde Vruchten’ uit circa 1905.

Het station (Stationsplein 2) [15], bestaande uit een tweelaags middendeel met lagere zijvleugels, is in 1882 gebouwd in neorenaissance-vormen. De perronoverkapping heeft ranke gietijzeren zuiltjes met ionische kapitelen.

Het bruggetje over de stadsgracht (bij Oliemolenwal 75) dateert uit circa 1890 en heeft onder meer gietijzeren decoratieve elementen.

De watertoren (Fabriekslaantje ong.) verrees in 1946 naar ontwerp van G.B.F. Hoes. De ronde bakstenen toren heeft inwendig een betonnen holbodemreservoir.

Begraafplaatsen. Op initiatief van Johan Diederik van Leeuwen is in 1786 naar ontwerp van K. Zocher de Begraafplaats Ter Navolging (Lingedijk ong.) aangelegd. Het is in Nederland één van de eerste begraafplaatsen los van een kerk. Tussen de gepleisterde ingangspijlers met siervazen bevindt zich een stichtingstekst. Op de begraafplaats liggen enkele 16de-eeuwse zerken en diverse grafkelders waaronder die van W.H. Post (†1864) met decoratieve, in zink uitgevoerde, ontluchtingsopbouw. Het graf met cippus op postament is van dr. F.Ph. Küthe (†1896). De ommuurde Isr. begraafplaats (bij Voor de Kijkuit 7), aangelegd in 1827-'28 en uitgebreid in 1868-'67, heeft een neoclassicistisch metaarhuisje uit 1868. Op de begraafplaats bevindt zich een monument ter herinnering aan de Tielse Joodse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.

Huize het Klooster (Hermoesestraat 5), gelegen in het buurtschap Zennewijnen ten zuiden van Tiel, is een boerderij uit 1887, gebouwd ongeveer op de plaats van het al in 1379 verdwenen vrouwenklooster Mariënschoot. De boerderij heeft een villa-achtig onderkelderd tweelaags woonhuis in eclectische vormen. De waarschijnlijk oudere achterbouw is via een tussenlid met het woonhuis verbonden.