Monumenten in Nederland. Drenthe


auteur: Ronald Stenvert, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman en Redmer Alma


bron: Ronald Stenvert, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman en Redmer Alma, Monumenten in Nederland. Drenthe. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2001


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Assen

Hoofdstad van de provincie, ontstaan op een dekzandrug in de marke Witten bij het cisterciënzer nonnenklooster ‘Sancta Maria de Campe’ of ‘Mariënkamp’. Dit klooster werd oorspronkelijk in 1227 nabij Coevorden gesticht als zoenoffer voor de slag bij Ane, maar werd in 1258 vanwege wateroverlast verplaatst. Aan de westzijde van de kloosterhof liep een beek (de Weiersloop). Aan de overige zijden werden singels gegraven. Bij de huidige Kruisstraat stond de Peeloërpoort. De voorhof van het klooster groeide uit tot de huidige, veelhoekige Brink. Het kloostercomplex werd herbouwd na een brand in 1418. De bouwvallige toren van de kloosterkerk stortte in 1601 in, waarbij ook een deel van de kerk werd verwoest. Het klooster werd een jaar later opgeheven. Het hoofdgebouw nam men in 1603 gebruik als vergaderplaats voor het College van Gedeputeerden van de Landschap Drenthe en vanaf 1688 ook voor de vergaderingen van de Etstoel, het belangrijkste rechtscollege van Drenthe.

In de 17de eeuw ontstond er enige bebouwing aan de Brink en de Kruisstraat. De nederzetting werd in 1676 geteisterd door een grote brand. Vanaf het midden van de 18de eeuw werd Assen uitgebreid. In 1758-'59 groef men vanaf de Noordersingel een gracht richting Brink. Deze in 1912 gedempte gracht is de tegenwoordige Brinkstraat. Als eerste pand buiten de singels verrees Huize Overcingel (1777-'78). Op initiatief van Wolter Hendrik Hofstede ontstond in 1764-'84 aan de zuidwestzijde van Assen het Asserbos. Verder zorgde

[p. 67]



illustratie

Assen, Binnenstad vanuit het zuidwesten


hij ervoor dat de Drentsche Hoofdvaart van Smilde via de Kloostervenen tot in Assen werd doorgetrokken (1780). Daar eindigde het kanaal in een zwaaikom, ‘De Kolk’, met aan de oostzijde de Markt. Voor een goede verbinding met de Brink werd in 1782 de Marktstraat verbreed.

Door toedoen van Lodewijk Napoleon werd Assen in 1807 eerst een zelfstandige gemeente en vervolgens in 1809 een stad. Hij koos Assen uit als zomerresidentie en liet door C.G.F. Giudici een ambitieus stedenbouwkundig plan maken. Behalve de Torenlaan is daarvan niets gerealiseerd. Daarnaast stelde hij een bedrag beschikbaar voor de bouw van zestien - wel gerealiseerde - woningen (Nieuw Huizen). Assen werd in 1814 formeel hoofdstad van de provincie. Ter plaatse van een begraafplaats uit 1760 aan de Brinkstraat verrees in 1838-'40 het Paleis van Justitie. De Brink werd in 1844 naar een plan van L.P. Roodbaard ingericht tot wandelpark. Aan de zuidwestzijde kreeg Assen in 1870 een uitbreiding. Er werd een weg aangelegd langs het in 1842 gestichte Hertenkamp (Dr. Nassaulaan). Haaks daarop werd een deel van het Asserbos gekapt voor de aanleg van het Van der Feltzpark (1875). De kloostergebouwen aan de Brink verving men in 1883 door een provinciehuis. Assen was vanaf 1881 een garnizoenplaats; het Witterveld werd als militair oefenterrein benut en langs de Vaart verrees een imposant kazernecomplex (1893-1905).

Belangrijk voor Assen waren de infrastructurele verbeteringen, zoals de verharding van de rijksweg Groningen-Assen-Meppel (1825-'29) en de weg Assen-Bareveld-Veendam (1841). In 1857-'61 volgde de verbinding van de Vaart met het Noord-Willemskanaal naar Groningen. Assen kreeg in 1870 een station aan de spoorlijn Groningen-Meppel, gevolgd door een spoorverbinding met Stadskanaal (1905). Verder waren er tramverbindingen met Friesland (1895) en Coevorden (1906). Aan het Noord-Willemskanaal werd in 1865 door R. Hunse de Asser IJzergieterij opgericht (gesloten in 1895). Andere - inmiddels verdwenen - industriële bedrijven waren: een zeepziederij (1875), een azijnfabriek (1878), een sigarenfabriek (1884), een exportslagerij (1887) en de Mustang Fietsenfabriek (1917).

Op grond van een in 1913 door P.M.A. Huurman ontworpen en in 1917 door J. Jansen van Galen verbeterd uitbreidingsplan bouwde men aan de oostzijde van de stad en de spoorlijn enkele complexen woningwetwoningen, zoals het Rode Dorp (1916), het Blauwe Dorp (1919) en het Witte Dorp (1920). Voor de meer

[p. 68]

gegoede burgers kwamen aan de rand van het Asserbos in 1913 huizen aan de Emmastraat tot stand. De in 1917 aangelegde Parkstraat vormde de ruggengraat van de wijk Oud-Zuid tussen het Asserbos en de spoorlijn. Ook aan de noordzijde raakte het gebied tot aan het Noord-Willemskanaal volgebouwd. Een door J. Jansen van Galen opgesteld en in 1937 vastgesteld uitbreidingsplan voorzag onder meer in woningbouw ten noorden van het Noord-Willemskanaal. Pas na de Tweede Wereldoorlog kon dit plan worden uitgevoerd en ontstonden de wijken Over't Kanaal (1953-'57),

illustratie

Assen, Binnenstad
1Abdijkerk (zie p. 68)
2(Herv.) Jozefkerk (p. 70)
3Synagoge (p. 70)
4(Geref.) Zuiderkerk (p. 70)
5R.K. kerk O.L. Vrouwe Hemelvaart (p. 70)
6(Geref.) Noorderkerk (p. 70)
7kerk voor Baptisten en Doopsgezinden (p. 70)
8Herv. kapel (p. 70)
9Leger des Heils (p. 70)
10Wilhelminaziekenhuis (p. 70)
11psychiatrisch centrum Licht en Kracht (p. 70)
12Ontvangershuis (p. 71)
13Drostenhuis (p. 71)
14Stadhuis (p. 71)
15Paleis van Justitie (p. 71)
16Huis van Bewaring (p. 71)
17Provinciehuis (p. 72)
18Johan Willem Frisokazerne (p. 72)
19post- en telegraafkantoor Brink 41 (p. 73)
20post- en telegraafkantoor Zuidersingel 12 (p. 73)
21cultureel centrum De Kolk (p. 73)
22Rijksarchief (p. 73)
23Rijkskantoor (p. 73)
24Gymnasium (p. 73)
25Rijks Hogere Burger School (p. 73)
26Gymlokaal (p. 73)
27Emmaschool (p. 74)
28Huize Overcingel (p. 74)
29landhuis De Lariks (p. 74)
30hotel 't Wapen van Drenthe (p. 78)
31drukkerijgebouw Drentsche en Asser Courant (p. 78)
32Watertoren (p. 78)
33Station (p. 78)
34Hertenkamp (p. 78)
35Noorderbegraafplaats (p. 79)


Over 't Spoor (1948-52) en - ten westen van het Asserbos - het Westerpark (1948-'50). Verder werd in 1952 De Kolk gedempt en ontstond er aan de noordoostzijde van de binnenstad een industrieterrein (1952-'58).

De aanleg van de Roldertunnel onder het spoor was een kernpunt in het door J.A.M. den Boer opgestelde Structuurplan (1964), dat verder voorzag in een omlegging van het Noord-Willemskanaal in noordelijke richting (1971). Vanaf de jaren zestig kwam nog een gordel van uitbreidingswijken tot stand: De Lariks (1960-'69), Noorderpark (1968-'74), Pittelo (1970-'75), Baggelhuizen (1972-'77) en Peelo (1979-'88), met als recente uitlopers Marsdijk (1987-'99) en Kloosterveen (1998-2001). De forse uitbreidingen hebben hun weerslag gehad op het noordelijke deel van de binnenstad, waar een stadssanering in 1971-'74 onder meer leidde tot de aanleg van het Koopmansplein met een nieuw winkelcentrum. De omgeving van Brink, Markt, Torenlaan, Beilerstraat, delen van de bebouwing langs de Vaart en verder het Asserbos zijn beschermd stadsgezicht.

De voorm. abdijkerk (Brink 2) [1] is een driezijdig gesloten zaalkerk, voorzien

[p. 69]



illustratie

Assen, Abdijkerk




illustratie
Assen, Abdijcomplex, plattegrond.
(a) Abdijkerk
, (b) Ontvangershuis, (c) Drostenhuis, (d) Provinciehuis, (e) Rijksarchief


[p. 70]

van een dakruiter met opengewerkt achtzijdig koepeltje. Van de na 1258 bij klooster ‘Mariënkamp’ gebouwde kerk resteert het onderste deel van de zuidmuur, met daarin een 13de-eeuws romaans portaal. De noord- en de westmuur werden verwoest bij het instorten van de oorspronkelijke kerktoren in 1601. In 1661-'64 heeft men de ruïne herbouwd en als hervormde kerk in gebruik genomen. Toen is ook het ingangspoortje aan de westzijde gemaakt; dat aan de noordzijde stamt uit de 18de eeuw. De huidige koorsluiting kwam in 1817 tot stand bij een verlenging van de kerk. De kerk werd in 1848 gesloten. Het gebouw werd gepleisterd en in 1851 tot raadhuis ingericht, waarbij vertrekken en een verdieping werden aangebracht. Men sloopte de westelijke topgevel en bouwde de huidige dakruiter. Tot 1904 diende het gebouw tevens als politiebureau. De noordmuur werd in 1906 ontpleisterd en beklampt met kloostermoppen. Het gebouw, dat tot 1951 als raadhuis in gebruik is geweest, is in 1982 gerestaureerd en maakt deel uit van het Drents Museum.

De (Herv.) Jozefkerk (Kerkplein 1) [2] is een dwars geplaatste neoclassicistische zaalkerk, voorzien van een uitspringend, gepleisterd middenrisaliet met dorisch zuilenportiek, fronton en een vierkant torentje met opengewerkte lantaarn. De kerk werd in 1848 gebouwd naar plannen van C.J. Spaan. Na een brand in 1910 heeft men het torentje in 1910-'11 in licht gewijzigde vormen herbouwd naar plannen van P.M.A. Huurman. In 1980-'82 is de kerk gerestaureerd door J.D. Nieman, S.F. Steeneken en G. Tangerman. Het kerkinterieur heeft kapelachtige nissen tussen de muurdammen en wordt gedekt door een koofplafond. In 1932 is een inwendige verbouwing uitgevoerd naar plannen van H. van der Kloot Meijburg en J. Boelens. Die wijziging is in 1982 deels teruggebracht naar de situatie van 1848. De kerk bevat een door L. van Dam & Zn. gebouwd orgel (1896, gerestaureerd in 1986).

De voorm. synagoge (Groningerstraat 14) [3] is een fors zaalgebouw in eclectische stijl met neorenaissance-elementen. Het gebouw verrees in 1901 (5661) naar plannen van J. Smallenbroek,

illustratie

Assen, Synagoge


ter vervanging van een voorganger uit 1832 (5592), waarvan de stichtingssteen met Hebreeuwse tekst (Psalm 118:19) is ingemetseld in de linker zijgevel. Boven het ingangspoortje met ionische pilasters staat ook een Hebreeuwse tekst (I Koningen 8:33). In 1930 zijn gebrandschilderde ramen van A. van Oosten aangebracht. Na een verbouwing in 1947 werd het gebouw in gebruik genomen door de Gereformeerde-Vrijgemaakte kerk en vanaf 1980 dient het als Christelijk-Gereformeerde kerk.

De (Geref.) Zuiderkerk (Zuidersingel 79-81) [4] is een kruisvormige kerk met toren in de binnenhoek, gebouwd in 1923-'25 in sober expressionistische vormen naar plannen van A. Smallenbroek. Het interieur verkeert nog grotendeels in oorspronkelijke staat.

De R.K. kerk O.L. Vrouwe ten Hemelopneming (Dr. Nassaulaan 3a) [5] is een eenbeukige, recht gesloten kerk met ongelede zadeldaktoren, gebouwd in 1933-'34 ter vervanging van een voorganger aan de Vaart (1836). J. van Dongen maakte het ontwerp in sobere traditionalistische vormen. Als opzichter werkte de Asser architect J.F.A. Göbel, die ook het hoofdaltaar schonk. Tot de inventaris behoren verder een kleine gepolychromeerde houten kruisingingsgroep (circa 1520) en de door J. Collette in mozaïek uitgevoerde kruiswegstaties (1937). Uit dezelfde tijd dateren enkele gebrandschilderde ramen van J.O.C. ten Horn en verder onder meer enkele door H. van der Burght ontworpen ramen (1947). In 1971 is de kerk inwendig ingrijpend gewijzigd.

De voorm. pastorie (Dr. Nassaulaan 3) werd rond 1890 gebouwd als herenhuis en in 1934 met de kerk verbonden. Het parochiehuis (Dr. Nassaulaan 3b) is een sober pand in traditionalistische vormen, opgetrokken in 1934-'35 naar ontwerp van J. van Dongen.

Overige kerken. De (Geref.) Noorderkerk (Oude Molenstraat 16) [6] is een kerk met T-vormige plattegrond, gebouwd in 1876 onder de naam ‘De Kandelaar’. Bij een ingrijpende verbouwing rond 1900, naar plannen van J. Smallenbroek, heeft het gebouw zijn huidige aanzien gekregen. De kerk voor Baptisten en Doopsgezinden (Oranjestraat 13) [7] is een zaalkerk uit 1909 naar ontwerp van T. Boonstra, met een ingangsportaal voorzien van jugendstil-details. De voorm. Herv. kapel (Oosterhoutstraat 5) [8] is een sobere kruiskerk met rationalistische elementen. De kerk verrees in 1913 naar plannen van H. Enklaar voor de ‘Vereeniging voor Christelijke Belangen’. Deze zogeheten Christelijke Unie vond de Herv. kerk te vrijzinnig, maar ging in 1967 weer op in de Herv. kerk. Sinds 1994 maakt het gebouw deel uit van een centrum voor kunst en cultuur. Het gebouw voor het Leger des Heils (Rolderstraat 104) [9], opgetrokken in 1914-'15 naar plannen van A. de Vries, lijkt op een woonhuis. De Nieuw Apostolische kerk (Prins Hendrikstraat 1b) is een sobere zaalkerk uit circa 1925. Interessante naoorlogse kerken zijn die van het Apostolisch Genootschap (Selma Lagerlöflaan 9; circa 1963), naar plannen van A. Visser en J. Zondag, en de (Geref.) Marturiakerk (Thorbeckelaan 195) met een vrijstaande, opengewerkte toren, gebouwd in 1965 naar ontwerp van C.J. Groen.

Het voorm. Wilhelminaziekenhuis (Oosterhoutstraat 9) [10] is een tweelaags gebouw met eenlaags aanbouw. Dit in traditionalistische stijl gebouwde pand verrees in 1930-'32 naar plannen van J. en Th. Stuivinga als hoofdgebouw van het al bestaande ziekenhuis (1907-'09). De gevel wordt geleed door kolossale ionische pilasters. De vijf terracotta gevelsculpturen zijn van W.C. Brouwer. Na de sloop van de overige ziekenhuisgebouwen heeft men het hoofdgebouw in 2000 gerestaureerd.

Het psychiatrisch centrum ‘Licht en Kracht’ (Dennenweg 9) [11] is

[p. 71]

een tweelaags gebouw met middenrisaliet met topgevel en dakruiter. In opdracht van de ‘Vereeniging Ned. Herv. Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken’ (VNHSZG) kwam dit hoofd- en administratiegebouw in 1933-'34 tot stand naar een ontwerp in traditionalistische stijl van J.G. en P.K. Mensink. In 1994 is het pand verbouwd.

Het voorm. Ontvangershuis (Brink 5-7) [12] bestaat uit een onderkelderd dwars bouwdeel en een zijvleugel die overgaat in een bouwhuis. Het hoofdgedeelte heeft aan de voorzijde een bouwlaag en aan de achterzijde twee bouwlagen. Een middeleeuws huis ter plaatse - vermoedelijk een priesterswoning - deed sinds 1631 dienst als ambtswoning voor de ontvanger-generaal. Het brandde in 1676 af en werd in 1698 herbouwd met gebruik van de 15de-eeuwse souterrain-kelder met een op een middenzuil rustend vierdelig gewelf. Van 1730 tot 1791 deed het gebouw tevens dienst als Prinsenhof. Het in 1957-'59 gerestaureerde huis maakt deel uit van het Drents Museum. Authentieke onderdelen in het interieur zijn de 18de-eeuwse lambrisering met muurbuffet en schoorsteenmantel in de eetkamer en de Lodewijk XV-schouw in de slaapkamer. Verder zijn de vertrekken ingericht met interieuronderdelen van elders.

Aan de achterzijde bevindt zich een in Lodewijk XIV-stijl aangelegde tuin met vier symmetrische loofwerken uit 1962 naar plannen van G.C. Helbers. In de tuin staat een beeld van Venus en Amor, gemaakt in 1781 door Francesco Righetti voor Henri Hope voor zijn Paviljoen Welgelegen in Haarlem. Het toegangshek in Lodewijk XVI-stijl is afkomstig uit de Touwstraat te Meppel, de tuinhekken (1756) komen van Huize Laarwoud te Zuidlaren.

Het voorm. Drostenhuis (Kloosterstraat 1) [13] is een fors pand uit 1774-'78 naar ontwerp van Abraham Martinus Sorg. Bij de bouw maakte hij gebruik van de zuidvleugel van het voormalige kloostercomplex ‘Mariënkamp’, dat in 1676 was afgebrand, maar in 1679 herbouwd. Deze 17de-eeuwse resten zitten verborgen in het iets terugliggende bouwdeel aan de Kloosterstraat. Op de hoek van Kloosterstraat en Brink ontstond een naar voren springend blokvormig herenhuis

illustratie

Assen, Paleis van Justitie


met aan de Kloosterstraat een natuurstenen pronkrisaliet in Lodewijk XVI-stijl. Het gebouw is in 1976-'77 gerestaureerd en maakt deel uit van het Drents Museum.

Van de bouwhuizen aan de overzijde van de Kloosterstraat aan weerszijden van een voorplein, is het oostelijke bouwhuis (Kloosterstraat 2) nog grotendeels in oorspronkelijke 18de-eeuwse toestand. In het westelijke bouwhuis (Brink 42) werd in 1806 de ‘Heeren Sociëteit’ gevestigd (tot 1941). Het na een brand in 1900 herstelde pand is in 1973 herbouwd. De dienstwoning Kloosterstraat 3, een huis met trapgevel en eclectische details, werd rond 1885 gebouwd. In de naastgelegen muur, opgetrokken uit hergebruikte kloostermoppen van het klooster, bevindt zich een in 1895 aangebrachte pomp.

Het stadhuis (Brink 8) [14], ook wel ‘Huize Tetrode’ genoemd, is een statig neoclassicistisch pand met ingangsomlijsting, gebouwd in 1822 als woning voor notaris A. Homan. Rond 1880 kwam het huis in bezit van C.M. Tetrode. Na de aankoop door de gemeente in 1930 deed het eerst dienst als dependance van het stadhuis en vanaf 1951 als stadhuis. Sinds de opening van een nieuw stadskantoor in 1996 aan de Noordersingel-Doevenkamp (ontworpen door Karelse Van der Meer Architecten) vervult het uitsluitend representatieve

illustratie

Assen, Huis van Bewaring


functies. Het interieur bevat een gang met stucwerk en een zaal met beschilderde wandbespanning.

Het Paleis van Justitie (Brinkstraat 4) [15] is in 1838-'40 gebouwd naar een ontwerp in neoclassicistische stijl (neo-Grec) van A. Kommers. Het middendeel van de voorgevel is voorzien van een fronton en vier kolossale ionische pilasters. In het gebouw werden het Provinciaal Hof, de arrondissementsrechtbank en het kantongerecht (vanaf 1841) ondergebracht. Vanaf 1875 valt het Provinciaal Hof onder het Hof van Leeuwarden. Aan de zuidoostzijde werd in 1842-'44, eveneens naar plannen van A. Kommers, het Huis van Bewaring (Brink 9) [16] gebouwd. Dit bestaat uit een sober neoclassicistische hoofdgebouw met poort en cipierswoning, en daarachter een tweelaagse cellulaire gevangenis. De beide gebouwen zijn in 1954-'56 inwendig verbouwd en opnieuw in 1994-'95. Toen is ook aan de

[p. 72]



illustratie

Assen, Provinciehuis


achterzijde een uitbreiding tot stand gekomen naar plannen van W. Quist.

Het voorm. provinciehuis (Brink 1-3) [17] is een fors gebouw in rijke neogotische vormen, opgetrokken in 1882-'86 naar ontwerp van rijksbouwmeester J. van Lokhorst in samenwerking met J.P. Havelaar. Het kwam tot stand ter plaatse van de al als Gouvernementsgebouw fungerende westvleugel van het voormalige kloostercomplex ‘Mariënkamp’. Boven de ingang bevinden zich het wapen van Drenthe en het

illustratie

Assen, Johan Willem Frisokazerne (1995)


jaartal 1885. In de geveltop van het ingangsrisaliet wordt het rijkswapen geflankeerd door de portretten van koning Willem III en koningin Emma. Geveldelen met versierde boogvullingen en spekbanden flankeren het ingangsrisaliet. Het meest linkse geveldeel heeft een over twee bouwlagen doorlopende erker, bij de verdieping versierd met vijf hoogreliëfs, die de visserij, het bouwbedrijf, het boerenbedrijf, de schone kunsten en de turfwinning voorstellen. Het beeldhouwwerk is waarschijnlijk afkomstig van het atelier van P.J.H. Cuypers en F. Stoltzenberg.

Het rijk gedecoreerde interieur bevat onder meer kleurrijke beschilderingen in de vestibule en de gangen. De sleutelstukken in de bovenvestibule hebben gebeeldhouwde kopjes, waaronder mogelijk de portretten van J.P. Havelaar, aannemer T. Boonstra en opzichter Van Otterloo. Opvallend zijn ook de schilderingen op de oostwand van de voorm. Statenzaal, ontworpen door G. Sturm en uitgevoerd door de gebroeders Florack. Ze stellen belangrijke episodes uit de Drentse geschiedenis voor.

Na het gereedkomen in 1973 van het nieuwe provinciehuis (Westerbrink 1) naar plannen van de architectengroep Duintjer, Istha, Krayer en Van Willigen, heeft men het oude provinciehuis ingericht als Drents Museum.

De Johan Willem Frisokazerne (Witterstraat 126) [18] is een militair complex dat vanaf 1893 in gebruik is. Op een rij langs de Vaart verrezen de kazernes Wilhelmina (1893), Emma (1894) en Hendrik (1904), elk voor een bataljon infanterie. Samen vormen deze in neorenaissance-stijl uitgevoerde kazernes een imposante gevelwand. De langgerekte voorgevels zijn voorzien van een middenpartij met topgevel. De kazernes Wilhelmina en Emma hebben aan de achterzijde vier dwarsvleugels, de kazerne Hendrik heeft twee dwarsvleu-

[p. 73]

gels. Op het terrein bevinden zich verder de woning van de militair gouverneur (circa 1895), een bureel annex gymnastiekgebouw (circa 1910) en een compagniegebouw (1938). Ook zijn er het stoottroepenmuseum en het onderkomen van de Johan Willem Frisokapel. Aan de Vaartzijde wordt het terrein afgesloten door een hekwerk, met wachthuisjes bij de oorspronkelijke toegang.

In relatie tot de kazerne kwam een aantal dienstwoningen tot stand. Voor officieren werden in 1895 de neorenaissance-woningen Hertenkamp 4-8 opgetrokken. De ‘Onderofficieren Woningbouwstichting Arbeid Adelt’ liet in 1921 de boven- en onderwoningen Oranjestraat 36-118 bouwen naar plannen van M. de Vries.

Postkantoren. Het voorm. post- en telegraafkantoor Brink 41 [19] is een rijzig drielaags gebouw uit 1874, met hoekrisalieten die overgaan in dakerkers in vroeg-neogotische stijl. In 1905 werd hier de Rijks Dagnormaalschool gehuisvest, waarvoor het in 1907 inwendig werd verbouwd. Na 1926 bood het onder meer onderdak aan de openbare leeszaal. Het voorm. post- en telegraafkantoor Zuidersingel 12 [20] is een fors vrijstaand tweelaags pand met haaks bouwdeel, voorzien van topgevels en een driezijdige sluiting met trappartij. Het werd in 1895 gebouwd naar plannen van rijksbouwmeester C.H. Peters in de voor zijn werk zo kenmerkende, op de neogotiek geënte vormen. Het behield zijn oorspronkelijke functie tot 1972.

Het cultureel centrum ‘De Kolk’ (Vaart 4) [21] werd in 1851 gesticht als concerthuis J. Schut. Na diverse verbouwingen en moderniseringen resteert de - inwendig fraaie - grote concertzaal uit 1898.

Het Rijksarchief (Brink 4) [22] is een langgerekt gebouw tussen trapgevels met ezelsruggen. Op de noordhoek staat een ronde hoektoren met ingang. Het gebouw kwam in 1897-1901 tot stand naar plannen van C.H. Peters en J. van Lokhorst op de plaats van een toen afgebroken oude pastorie. Bij de bouw werd een deel van de oostelijke vleugel van de kloostergang van het voorm. kloostercomplex ‘Mariënkamp’ in het plan opgenomen. De middeleeuwse gewelven van

illustratie

Assen, Rijksarchief


die gang stortten echter bij de bouwwerkzaamheden in en werden vervangen door een vlakke zoldering. Tot 1973 deed het archief tevens dienst als Drents Museum. In 1980 heeft men het oude depotgebouw vervangen door nieuwbouw. Aan de oostzijde staat het in 1954 door S. Berkhout ontworpen beeldje van Bartje.

Het voorm. Rijkskantoor (Wilhelminastraat 10-12) [23] is een fors tweelaags gebouw met hoger opgetrokken middenrisaliet en aan de linkerzijde een tot hoektoren opgetrokken gedeelte. Dit in 1913-'14 naar een ontwerp met rationalistische en jugendstil-elementen

illustratie

Assen, Rijks Hogere Burger School


opgetrokken gebouw is in 1997 verbouwd tot woningen.

Scholen. Het Gymnasium (Dr. Nassaulaan 5) [24] is een sober gepleisterd tweelaags pand met ingangsomlijsting, gebouwd in 1824 als Franse school met dr. H.J. Nassau als rector. In 1825 werd het een Latijnse school en in 1863 een gymnasium. In 1853 kreeg het een uitbouw en werd de inpandige rectorswoning bij de school getrokken. Vanaf 1972 is het pand bij Justitie in gebruik geweest en sinds 1998 is het een regiokantoor van Staatsbosbeheer. De voorm. Rijks Hogere Burger School (Beilerstraat 30) [25] is een fors tweelaags pand met fronton en gepleisterde middentravee, gebouwd in 1867 naar een eclectisch ontwerp van H.C. Winters. In 1972 werd het een onderdeel van de Openbare Scholengemeenschap Assen, het Dr. Nassaucollege. De conciërgewoning (Beilerstraat 32) uit 1911 is gebouwd naar plannen van J.A.W. Vrijman. Het gymlokaal (Vaart 83) [26], een sober neoclassicistisch eenlaagspand uit 1879, kwam tot stand voor de Asser Gymnastiek Vereniging. De voorm. landbouwhuishoudschool ‘Rozenburg’ (Groningerstraat 107) is een laat-19de-eeuws woonhuis, waar in 1895 door S. en L. Broers een particulier jongensinstituut werd begonnen. Dit instituut werd in 1926 omgevormd tot landbouwhuishoudschool. Van de diverse openbare lagere scholen in Assen zijn

[p. 74]



illustratie

Assen, Huize Overcingel (1989)


drie exemplaren uit 1928-'29 bewaard gebleven, te weten de voorm. Ericaschool (Rodeweg 23), de voorm. Vermeerschool (Wethouder Buningstraat 50) en de Emmaschool (Prinses Irenestraat 6) [27]. Deze eenlaagse scholen in zakelijk-expressionistische vormen zijn ontworpen door J. Jansen van Galen, de toenmalige directeur van gemeentewerken van Assen.

Overcingel (Oostersingel 27) [28]. Deze buitenplaats heeft als kern het statige tweelaags landhuis Huize Overcingel met natuurstenen pronkrisaliet in Lodewijk XVI-stijl, overgaand in een dakerker. Het werd in 1777-'78 als eerste huis buiten de singel gebouwd naar plannen van Abraham Martinus Sorg in opdracht van ontvanger-generaal Johannes van Lier en zijn vrouw Roelina Johanna Hofstede. Het huis, dat in de 19de eeuw aan de achterzijde met een verdieping is verhoogd, is rond 1970 gerestaureerd. Het interieur bevat een gang met stucwerk in Lodewijk XVI-stijl en een kamer met geschilderde behangsels, voorstellend een landschap met schepen.

De oorspronkelijke geometrische tuinaanleg werd in opdracht van H.H. van Lier rond 1823 deels omgevormd in landschapsstijl, met slingerpaadjes en een bescheiden Grand-canal. Het ontwerp hiervan wordt toegeschreven aan L.P. Roodbaard. In de tuin staan een door Johanna Smit vervaardigd bronzen borstbeeld van J.H.P. van Lier († 1823) en - op een na 1860 ontstaan heuveltje - een zeszijdig latwerk-koepeltje in Chinese

illustratie

Assen, Boschhuisje


stijl. Tot de buitenplaats behoorde ook de T-vormige, wit gepleisterde tuinmanswoning Stationsstraat 28 uit 1909.

Overige buitenplaatsen. Rondom de oude kern Assen - maar binnen de huidige buitenwijken - bevindt zich een aantal buitenplaatsen, waarvan de parken in de loop der tijd (deels) zijn volgebouwd. De in opzet 17de-eeuwse havezate Vredeveld (Amelte ong.) - in de 19de eeuw bekend als ‘Valkenstein’ - werd in 1966 gesloopt. Een deel van het terrein heeft men in 1979 ingericht als wandelpark. Hier bevindt zich de grafkelder van de laatste bewoners van het huis, A. van Valkenstein († 1882) en zijn vrouw L. Aubry d'Arancy († 1871). De grafkelder is voorzien van een door de Asser IJzergieterij vervaardigd gietijzeren grafteken. Vlakbij staat de rond 1850 gebouwde neoclassicistische boswachterswoning Amelte 1. Aan de oostrand van het Asserbos verwierf Jan Haak Oosting in 1789 het landgoed ‘De Eerste Steen’. In 1813 liet hij hier de boswachterswoning Beilerstraat 84 bouwen, waarvan de jaartalankers ‘1789’ verwijzen naar de stichting van het landgoed. In 1829 kwam het goed aan burgemeester H.J. Oosting († 1879). Na diens dood werd het ten oosten van de Beilerweg gelegen gedeelte - Port Natal genaamd - afgesplitst. Hier bevindt zich nog een houten duiventil. Aan de zijde van het Asserbos liet de kleinzoon H.J. Oosting in 1907 naar plannen van G. Stel een eenlaags dwars ‘boschhuisje’ (Beilerstraat 82) bouwen, met dakruiter en aangebouwde achtkantige theekoepel. Bij de Drentsche Hoofdvaart staat Huize Nassau (Hoofdvaartsweg 73), een rond 1820 opgetrokken, wit gepleisterd, fors landhuis. Het landhuis De Lariks (De Lariks 1) [29] is een fors wit gepleisterd pand met ‘Um 1800’-details, gebouwd in 1914-'15 naar plannen van J. Stuivinga. De opdrachtgever was mr. J.T. Cremer, maar jhr. mr. H.E.E. Roëll was de eerste bewoner.

Woonhuizen. De oudste woonbebouwing van Assen dateert uit het eind van de 18de eeuw, hoewel het niet uitgesloten mag worden dat enkele huizen, met name aan de Kruisstraat, in de kern nog 17de- of 18de-eeuwse onderdelen bevatten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het dwarse dubbele eenlaags woonhuis Kloosterstraat 6-8, waarvan het huidige aanzien stamt uit de vroege 19de eeuw (ingrijpend gerestaureerd in 1972). Ter plaatse stond echter al in 1610 een tot het klooster behorende boerderij. De toenemende betekenis van Assen als bestuurscentrum leidde vanaf het eind van de 18de eeuw tot de bouw van nieuwe woningen. Een rijk voorbeeld is het Hofstedehuis (Markt 11-12), een fors blokvormig pand met omlijste ingang, dat in 1783-'84 in eigen beheer werd gebouwd door Abraham Martinus Sorg en in 1784 werd verkocht aan Frederik Otto baron van Dörnberg Heiden. In 1816 kwam het in bezit van mr. C.W. Ellents Hofstede, wiens naam sindsdien aan het pand is verbonden. Na vanaf 1927 gediend te hebben als hotel-café-restaurant ‘Royal’ is het in 1978 gerestaureerd. Een vergelijkbare vorm, maar met een meer bescheiden pronkrisaliet,

[p. 75]



illustratie

Assen, Witte Huis


bezit het in 1811 voor mr. S. Gratama opgetrokken Gratamahuis (Vaart 11-13). De pui rechts van de ingang is uit 1924. Een zelfde opzet heeft het rond 1840 gebouwde Pelinckshuis (Markt 7). Het rijkst uitgevoerd is evenwel het blokvormige Witte Huis (Vaart 36), met een fronton voorzien van eikenlooffestoenen in empire-stijl. Dit in 1821 voor de latere burgemeester H.J. Oosting gebouwde huis heeft zijn huidige aanzien gekregen bij een verhoging in 1823 en is in 1978 gerestaureerd.

Vooral langs de Vaart verrezen in de eerste helft van de 19de eeuw diverse eenlaagse middenganghuizen met een verhoogde middenpartij van vaak enkele vensterassen breed. Deze worden wel ‘huizen van het Asser type’ genoemd. Een door zijn onderkeldering rijker, maar wel kenmerkend voorbeeld is het Huis met het Stoepie (Vaart 66b-68), gebouwd in 1819 voor W.H. Hofstede. De huidige ingangspartij heeft men bij een verbouwing in 1903 aangebracht. De oudste, rond 1830 gebouwde, voorbeelden hebben een breed verhoogd middendeel met fronton en daarmee een strak neoclassicistisch aanzien. Het beste voorbeeld is Vaart 48; andere voorbeelden zijn Brink 38-39 en Vaart 26. Het fronton ontbreekt bij latere varianten, zoals: Vaart 28 (circa 1860), Markt 4-6 (circa 1860), Dr. Nassaulaan 4 (circa 1870) en Sluisstraat 1-3 (circa 1890). Het rond 1830 gebouwde huis Vaart 66 kreeg rond 1880 een verdieping. Het huis Burmania (Vaart 30; circa 1840) toont een

illustratie

Assen, Woonhuis Vaart 48


bescheidener variant met een dakerker van één venster breed. Andere voorbeelden hiervan zijn: Brink 30-31 (circa 1850), met attieklijst, Vaart 51 (circa 1860) en Vaart 53 (circa 1860) en Vaart 128 (circa 1880).

Door zijn tot boven de nok opgetrokken middenpartij met fronton behoort het woonhuis Dr. Nassaulaan 1 niet tot het ‘Asser type’. Dit eenlaagse middenganghuis met ingangsomlijsting kwam in 1809 tot stand voor de latere burgemeester mr. I. Collard in een strenge variant van het neoclassicisme. Andere voorbeelden van neoclassicistische middenganghuizen zijn: Stationsstraat 9 (circa 1870), Kloosterstraat 7 (circa 1880) en Alteveerstraat 104 (circa 1875), het voorm. kantoor van de havenmeester. Iets rijker van vorm en met eclectische details is het in 1882 voor de familie Albarda gebouwde woonhuis De Hofstede (Vaart 116).

Vanaf het midden van de 19de eeuw werd Assen in toenemende mate een woonstad voor de gegoede burgerij. Langs de Vaart, en in het naar een tuinontwerp van J. Copijn aangelegde Van der Feltzpark, verrezen forse villa's, die ook wel ‘Asser paleizen’ worden genoemd. Een goed voorbeeld is de in 1877 voor J.J. Bolman in eclectische stijl gebouwde Villa Aschwing (Dr. Nassaulaan 9). Deze villa heeft een souterrain, twee bouwlagen en een mezzanino-verdieping ter plaatse van het driezijdige gesloten, uitgebouwde middenrisaliet. Vergelijkbare villa's met een driezijdig gesloten, uitgebouwd middenrisaliet, maar met alleen twee bouwlagen zijn: Zonnehoek (Vaart 88; circa 1870) en de wit gepleisterde villa Beilerstraat 5-7 (circa 1875). De in 1875 in sobere eclectische stijl gebouwde, wit gepleisterde villa 't Groote Holt (Van der Feltzpark 4) is een dwars tweelaags pand voorzien van een middenrisaliet met balkon en tuitgevel. Het meest opvallende ‘Asser paleis’ is de wit gepleisterde villa Dr. Nassaulaan 7, gebouwd in 1876 in een combinatie van eclectische vormen, vroege-chaletstijl (balkon met loggia) en neogotische details (vierpassen). Andere voorbeelden van grote eclectische villa's, maar dan met gepleisterde hoekpilasters en middenrisaliet, zijn: Hertenkamp 1 (1875), gebouwd voor mr. C.L. Kniphorst naar ontwerp van J. ten Horn, Groningerstraat 63 (circa 1875) en Oostersingel 25 (circa 1885). Veel eclectische villa's zijn geheel wit gepleisterd, zoals de in 1878 voor dr. E.P.J.W. Hartogh Heijs van Zouteveen gebouwde villa Oakland (Beilerstraat 41). Andere voorbeelden zijn: Boschlust (Beilerstraat 173) en Beilerstraat 20 (beide circa 1870), Van der Feltzpark 2

illustratie

Assen, Herenhuis Dr. Nassaulaan 7


[p. 76]

(circa 1875), gebouwd voor H. van Meurs, Vaart 25a-27 (circa 1875) en Beilerstraat 24 (circa 1885). Vanwege zijn eclectische details boven de vensters wordt het rond 1880 verbouwde woonhuis Vaart 55, het ‘Huis met de Wenkbrauwen’ genoemd. Voorbeelden ven gepleisterde woonhuizen met een attiekvormig opzetstuk zijn Vaart 23b-25 (huidige vorm circa 1875) en Vaart 42 (circa 1880).

Ook herenhuizen werden in eclectische stijl gebouwd, met als belangrijkste kenmerk de geprefabriceerde kuiven boven de vensters, zoals te zien bij: Noordersingel 45 (1870), Oostersingel 3-5 (circa 1870), Vaart 6 (circa 1875) en Vaart 67 (1881). Latere eclectische voorbeelden met neorenaissance-details zijn Zuidersingel 3 (circa 1890), Beilerstraat 9 (circa 1895) en de vermoedelijk naar plannen van J. van Houten gebouwde herenhuizen Javastraat 5-7 en 9-11 uit 1896. Voorbeelden van eclectische middenganghuizen zijn Beilerstraat 29 en Beilerstraat 37, beide opgetrokken rond 1890. Late neoclassicistische vormen vertonen de in dezelfde tijd gebouwde herenhuizen Hertenkamp 2-3, Torenlaan 4b, Zuidersingel 7 en Collardslaan 2. Opvallend is de gepleisterde villa Stationsstraat 11 met een driezijdig gesloten, uitgebouwd middenrisaliet. De gepensioneerde kapitein ter zee G.F. Servatius liet het pand in 1873-'75 bouwen onder de naam ‘Huize Ebbenerve’. Naar plannen van J. Smallenbroek volgde in 1906-'07 voor jhr. mr. H.G. van Holthe tot Echten een ingrijpende verbouwing. Daarbij werd een tweede bouwlaag toegevoegd en kreeg het geheel door een koepelbekroning op het middenrisaliet zijn huidige Frans-neoclassicistische aanzien.

De villa Rustica (Vaart 114) en de door T. Boonstra ontworpen villa Betsy (Dr. Nassaulaan 12), beide uit 1897, hebben een neorenaissance-vormgeving. Andere voorbeelden in die stijl zijn de villa's Dr. Nassaulaan 8 (circa 1885) en Dr. Nassaulaan 10 (circa 1900) en de herenhuizen Stationsstraat 23-25 (circa 1890), Kerkstraat 9 (circa 1890) en Torenlaan 12-14 (circa 1895). Het voor zeepzieder H. Westra gebouwde woonhuis Vaart 76 (1883) staat bekend als het ‘Huis met de Vazen’ en is een voorbeeld van een eenlaagspand in rijke neorenaissance-stijl. Andere eenlaagspanden met elementen in die stijl - alle uit circa 1895 - zijn: Stationsstraat 27 en 29, Vaart 131-133 en de onderling zeer vergelijkbare huizen Rolderstraat 96-98 en Witterstraat 72-74.

20ste-eeuwse woonhuizen

Rond 1900 kwamen veel grote villa's en herenhuizen tot stand in neorenaissancestijl, chaletstijl of jugendstil, dan wel in combinaties daarvan. Opvallende voorbeelden met een mengvorm van neorenaissance- en jugendstil-elementen zijn de herenhuizen Torenlaan 1 (1903), Vaart 43-45 (circa 1905), Brink 36-37 (circa 1905) en Vaart 19 (1902-'05), gebouwd voor graanhandelaar G.J. de Waard, evenals de gevelwanden Beilerstraat 61-65 (1905) en Beilerstraat 149-155 (circa 1910). Een vakwerktopgevel heeft de door H.A. Zondag voor J.M.A. van Nes ontworpen villa Wilhelminastraat 7 (1909). Een chaletstijl-sierspant bezit Oranjestraat 33 (circa 1910). Opvallend is de gelijkenis van de rond 1905 met gepleisterde velden en baksteendecoraties gebouwde villa's Torenlaan 3-5 en Groningerstraat 149. Uit dezelfde tijd is de met enkele jugendstil-tegeltableaus versierde villa Javastraat 1. In 1910 ontwierp H. Enklaar de villa Oranjestraat 15-17. Andere voorbeelden uit circa 1910 zijn:

Wilhelminastraat 25, Wilhelminastraat 27-29, ontworpen door J. van Houten, en Oranjestraat 45-47. De in 1916 voor en door D.S. Geurtsen ontworpen villa Oranjestraat 49-51 heeft een opvallende oranje baksteenkleur. Eenlaagse burgerwoningen met jugendstil-elementen zijn onder meer: Julianastraat 4-6 (circa 1900), Witterstraat 3 (circa 1900) en Groningerstraat 83 (1907). Kenmerkend voor de late jugendstil zijn de aan de bovenzijde wit gepleisterde gevels, zoals te zien bij Emmastraat 13 en Witterstraat 39 (beide circa 1910) en Kanaal 207-209 (circa 1915).

Rationalistische details vertoont het herenhuis Torenlaan 11, dat in 1906 ingrijpend werd verbouwd door J. Smallenbroek.

illustratie

Assen, Woonhuis Kanaal 5


Rationalistische ontwerpen zijn Oranjestraat 25-27 (1910), Oosterhoutstraat 60-62 (circa 1910) en Vaart 65 (1913). Op de architectuur van K.P.C. de Bazel georiënteerd is het woonhuis Kanaal 5 (circa 1925), met meandervormige baksteendecoraties. ‘Um 1800’-architectuur vertonen Vaart 41 (circa 1915) en de door G. Knuttel voor A. Dorhout Mees in 1915 ontworpen villa Dr. Nassaulaan 20. Zowel nieuw-historiserende vormen als expressionistische details hebben de huizen Bosstraat 3-5 (1920-'21), naar ontwerp van J. Jansen van Galen, Iepenlaan 10 (1925) en Oranjestraat 21-23 (circa 1925). Opvallend plastische expressionistische vormen vertonen de door een fors rieten tentdak gekenmerkte villa Plataanweg 33 (1927-'28), gebouwd voor J. Levie naar ontwerp van A. van Oosten, en het met een gebogen rieten dak gedekte huis De Pauw (Port Natalweg 2; 1934), opgetrokken naar plannen van T. de Haan. Minder uitgesproken, maar wel kenmerkend zijn de rond 1930 tot stand gekomen expressionistische woonhuizen Steendijk 144-146, Vaart 152-154, Emmastraat 22 en Oranjestraat 53-55. Een horizontaal benadrukte kubistische architectuur - met platte daken - hebben de zakelijk-expressionistisch vorm gegeven woonhuizen Emmastraat 10 (1921) en Emmastraat 29-43 (1922-'23), naar ontwerpen van M. de Vries, het woonhuis Beilerstraat 45 (1926) en de voor J.G.F. Benes naar een ontwerp van A. van Oosten gebouwde villa Parkstraat 25 (1932-'33). Het meest karakteristiek zijn de door J.F.A. Göbel ontworpen villa's Plataanweg 3 (1931) en Vaart 41a

[p. 77]



illustratie

Assen, Woningen Oosterhoutstraat 15-21


(1934). Voorbeelden van forse, sobere zakelijk-expressionistische villa's met kap zijn: Emmastraat 19, Emmastraat 61 en Vaart 120-122 (alle circa 1930), en Bosstraat 2-4 (1935). Traditionalistische vormen vertonen de vergelijkbare dubbele huizen Vaart 12-16 (circa 1935) en Torenlaan 6a-6c (1937). Het rond 1960 opgetrokken flatgebouw op de Brink, hoek Marktstraat is een karakteristieke uiting van wederopbouwarchitectuur.

Volkswoningbouw. Vroege voorbeelden van arbeiderswoningen in Assen zijn Steendijk 52-58, gebouwd in 1883 voor de Coöperatieve Vereniging Eigen Haard. Vergelijkbare vroege voorbeelden zijn de huizen Groningerstraat 136-144 (1885), Gasfabriekstraat 16-22 (1887) en Wethouder Buningstraat 36-45 (circa 1902). Eveneens op basis van de woningwet gebouwd zijn de drie in opdracht van de Rijksambtenaren Woningbouw Stichting opgetrokken woningblokken Oosterhoutstraat 15-39. Deze expressionistisch vorm gegeven huizen kwamen in 1921-'22 tot stand naar plannen van Y.D. Havermans.

Winkels. Vanaf het eind van de 19de eeuw werden in het centrum van Assen de eerste panden tot winkel ingericht of als zodanig gebouwd. De sobere eclectische winkel Nieuwehuizen 8 uit 1864 is een vroeg voorbeeld van een als

illustratie

Assen, Woon- en winkelpand Gedempte Singel 2-4


winkel gebouwd pand. Het kwam tot stand in opdracht van drogist J.A. Steenmeijer. Vooral op de straathoeken kregen de winkels torenvormige erkers in eclectische vormen, zoals te zien is bij Gedempte Singel 34-36 uit 1891 naar ontwerp van J. van Houten, Gedempte Singel 56 (circa 1895) en - als fraaiste voorbeeld - Gedempte Singel 2-4 (circa 1900). Eclectisch van vorm is ook de rijke winkelpui van Noordersingel 23 (circa 1885). Neoclassicistische details hebben Kerkstraat 15-17 en Kerkstraat 27, beide daterend uit circa 1890. Neorenaissance-details vertoont het voor M.M.

[p. 78]



illustratie

Assen, Hotel 't Wapen van Drenthe


Godschalk in 1901 gebouwde woon- en winkelpand Rolderstraat 22-24. Een door jugendstil geïnspireerde vormgeving bezit het in 1905 naar plannen van M. de Vries gebouwde ‘magazijn voor glas, aardewerk en luxeartikelen’ Kerkstraat 20-24. Andere jugendstil-voorbeelden zijn Oudestraat 3 (circa 1910) en Nieuwehuizen 7-11 (1913). Ook in deze periode komen opvallende hoekoplossingen voor zoals bij het voorm. warenhuis voor de firma G.B. Postema Groningerstraat 1 (1905) en het door M. de Vries voor de weduwe J. Lamberts ontworpen hoekpand Borneo (Oostersingel 19). Rationalistische details heeft het hoekpand Weiersloop 2 (circa 1915) en het voor C.C.H. Looman gebouwde hoekpand Gedempte Singel 50-56 (1935) is door A. van Oosten ontworpen in zakelijk-expressionistische vormen. Karakteristiek traditionalistisch is het hoekpand Kruisstraat 40-42 (circa 1940), terwijl de betonnen raatvorm en de winkelpui met ver terugliggende portiek bij Marktstraat 13 kenmerkend zijn voor wederopbouwwinkels.

Horeca. Het voorm. hotel 't Wapen van Drenthe (Vaart 1) [30] werd in 1781-'82 gebouwd voor Jan Hendriks Stooker. Rond 1885 kreeg het zijn huidige neoclassicistische aanzien met blokbepleistering. De bekroning ontstond in 1905 naar plannen van J. Smallenbroek. Tot 1973 heeft het pand als hotel dienst gedaan. Jugendstil-elementen vertoont het rond 1910 opgetrokken café-restaurant De Passage (Gedempte Singel 1). F.G. Thürkow liet in 1935 café De Pelikaan (Vaart 79-81) bouwen naar een ontwerp in zakelijk-expressionistische vormen van J.H. van Houten. Meer uitgesproken van vorm is café Marktzicht, dat in datzelfde jaar naar plannen van J. Jansen van Galen werd gebouwd (Van Riebeeckstraat 35) en tevens als marktgebouw en zalencentrum diende.

Pakhuizen. Langs de Vaart staan enkele pakhuizen, waaronder het Pakhuis van Benes (Vaart 69), een sober drielaags gebouw uit circa 1885, en het voorm. graanpakhuis Vaart 58. Dit laatste is een vijflaags pakhuis met nieuw-historiserende details en een constructie van gewapend beton uit 1915-'16 naar plannen van Y.D. Havermans voor G.J. de Waard. Het is in 1998 tot appartementen verbouwd.

Bedrijfsgebouwen. De Asser nijverheid bleef bescheiden. Relatief gezien resteren er weinig bedrijfsgebouwen. Uit 1899 dateert het voorm. drukkerijgebouw van de Provinciale Drentsche en Asser Courant (Torenlaan 18-20) [31], een drielaags gebouw met neorenaissance-elementen. Uit het eind van de 19de-eeuw stammen aan de Rembrandtlaan (nr. 38) drie industriële gebouwen - de Conservenfabriek Wilco, de exportslachterij firma Thompson en de Coöperatieve Landbouwersbond en Handelsvereniging ‘Ons Belang’ - waarvan delen momenteel bij Holland Tyre in gebruik zijn. Van het openbaar slachthuis bleef de directeurswoning (Paul Krugerstraat 74-76) uit 1934-'35 behouden. Deze is uitgevoerd in sobere zakelijk-expressionistische vormen.

Het pompfiltergebouw (Lonerstraat 122) is een eenlaagspand met neorenaissance-details, gebouwd in 1898 voor de N.V. Asser Bronwaterleiding.

Het brandspuithuisje (Marsdijk ong.) is een eenvoudig gebouwtje uit circa 1916. Het was het onderkomen van de brandspuit van het gehucht Peelo, dat tegenwoordig geheel in de buitenwijken van Assen is opgenomen.

De watertoren (Troelstralaan ong.) [32] verrees in 1960 naar ontwerp van W. ter Braake ter vervanging van een voorganger uit 1897. De toren heeft een slanke, opengewerkte, betonnen schacht en een fors betonnen vlakbodemreservoir.

Het station (Stationsplein 4) [33] is een postmodernistisch gebouw met kubusvormige stationshal, voorzien van door het dak stekende hoekzuilen, eenlaags aanbouwen en een vrijstaande opengewerkte toren. Het station is in 1989 gebouwd naar plannen van R.M.J.A. Steenhuis ter plaatse van een voorganger uit 1870. De perronoverkapping met paraplu-spanten dateert uit circa 1920.

De voorm. Van Galen-schans (Van der Muijzenbergpad ong.), gelegen in het Amelterbos nabij het Loonerdiep, wordt ook wel ‘Poepenhemeltje’ genoemd. Deze kleine vierkante redoute is waarschijnlijk opgeworpen ten tijde van het beleg van Groningen in 1672.

Het Asserbos (Hoofdlaan ong.) [34] is een sterrenbos uit 1764-'84 met twee stervormige padenpatronen. Het is aangelegd in opdracht van Wolter Hendrik Hofstede als uitbreiding van een noordoostelijker gelegen, thans verdwenen kloosterbos. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde van het bos ligt een begraafplaats. Aan de oostzijde heeft men in 1836 een vijverpartij aangelegd en bij de herstructurering in 1895, naar plannen van J. Vroom sr., terzijde een vijver gegraven. In de nabijheid hiervan staat een in 1939 onthuld bronzen reliëf op een granieten kei voor Wolter Hendrik Hofstede.

Het hertenkamp (Hertenkamp

[p. 79]



illustratie

Assen, Hertenverblijf (1982)


ong.) [35] werd in 1841 aan de rand van het Asserbos aangelegd op initiatief van burgemeester H.J. Oosting. Het uit circa 1875 daterende hertenverblijf is een rijzig houten gebouw met een concaaf, met riet gedekt zadeldak en aan de beide lange zijden afdaken met daaronder ruiven.

Begraafplaatsen. De Isr. begraafplaats (Oude Haarweg ong.) werd in 1778 gesticht op het Twijfelveld. De oudste grafsteen stamt uit 1793.

Opvallend zijn de obelisk op postament voor dr. D. Cohen († 1896) en de grafstenen voor mevr. S. Hirsch († 1925/5685) en M. Nathans († 1929/5689), die door middel van een hardstenen boog met elkaar zijn verbonden. Het metaarhuis dateert uit circa 1910. De Noorderbegraafplaats (Kerkhofslaan ong.) [36], gelegen in het noordelijke deel van het Asserbos, werd in 1823 in gebruik genomen. Het door Nering Bögel gegoten gietijzeren hek met doodsymbolen is uit 1859; het baarhuisje dateert uit 1891. Het oudste deel van de begraafplaats wordt gekenmerkt door veel omhekte graven. Het meest opvallend zijn twee door de Asser IJzergieterij gemaakte gietijzeren grafmonumenten. Uit 1872 dateert het monument voor mevr. C.M. van Bulderen († 1872) en G.P. Tetrode († 1860), bestaande uit een omhekte hardstenen onderbouw en een gietijzeren postament met obelisk. Het in 1879 ontworpen monument voor H.A.M. Brumsteede († 1881) heeft een gepleisterde onderbouw met daarop een op een altaar gelijkend postament voorzien van doodssymbolen. Uniek is het hier overheen geplaatste neogotische gietijzeren baldakijn (momenteel zonder dak), dat rust op bundelpijlers met kelkkapitelen en pinakels, met daartussen gietijzeren traceerwerk. Gietijzeren zerken zijn er voor C.W. Rensing († 1870) en voor W.G.F. van Dalen († 1881). Vermeldenswaardig zijn verder de natuurstenen

illustratie

Assen, Isr. Begraafplaats, grafteken S. Hirsch en M. Nathans


grafzerk met krans van eikenbladeren voor de voormalig gouverneur van Drenthe P. Hofstede († 1839) en zijn vrouw S.C. Kymmell († 1825), het marmeren medaillon voor mevr. H. de Stoppelaar Blijdenstein († 1874) en de gebroken zuil op postament voor J. van Druten († 1895). De oude R.K. begraafplaats (bij Vaart 116) werd in 1894 gesticht achter de oude R.K. kerk (gesloopt in 1935) en in 1957 gesloten. De Zuider- of Nieuwe begraafplaats (Beilerstraat 86), gelegen in het zuidelijke deel van het Asserbos en aangelegd in Engelse landschapsstijl naar plannen van J. Vroom sr., werd in 1892 in gebruik genomen. Het baarhuisje en hekwerk dateren van de eerste uitbreiding in 1912. Er volgden nog uitbreidingen in 1925 en 1937-'41, de laatste naar plannen van J.W. Verdenius. Vermeldenswaardige graftekens zijn het postament op sokkel voor D. Bosscher († 1901), vermoedelijk gemaakt door J. Kalk, het granieten grafteken met geëmailleerd portret en bronzen engel voor S.G. Dinkgreve († 1927) en de verhoogde zerk met achterwand voor dr. J. Koetsier († 1943), naar ontwerp van architect C.C. Brandes. Opvallend is het grafteken voor M.A. von der Möhlen († 1955), dat bestaat uit een zandstenen basement in Lodewijk XIV-stijl met daarop de koperen bol van de voorm. pomp in de tuin van het Ontvangershuis. Op de begraafplaats De Boskamp (Boskamp ong.), aangelegd rond 1954, bevindt zich een door H. Krop vervaardigd grafteken voor H.F. Faber-Harsema († 1956) in de vorm van een op een hoge sokkel zittende vrouwenfiguur.

Boerderijen. De in de buitenwijken van Assen opgenomen 19de-eeuwse boerderijen Marsdijk 3 en Marsdijk 5 - de laatste met onderschoer - zijn restanten van het gehucht Peelo. Rondom Assen liggen nog meer vermeldenswaardige boerderijen. Aan de zuidwestzijde bevinden zich de fraai gelegen hallenhuisboerderijen Witterhaar 11 en Witterhaar 13, beide met onderschoer en een woongedeelte met bakstenen topgevel. Deze boerderijen hebben een mogelijk midden-18de-eeuwse kern. Een dwarsdeel heeft de ten zuidoosten van Assen gelegen 19de-eeuwse boerderij Anreep 6-8. In de 19de-eeuwse boerderij Dr. Picardtweg 6 te Rhee

[p. 80]

bevindt zich een plaquette uit 1947 voor de dominee en historicus Joh. Picardt († 1670). De rond 1860 gebouwde forse ontginningsboerderij Hoofdvaartsweg 162 te Kloosterveen is een krimpenboerderij met zijlangsdeel. Neoclassicistische elementen zijn de wenkbrauwen boven de rondboogvenster op de verdieping van het voorhuis.

De herberg ‘Nieuw Ubbena’ (Asserstraat 125), gelegen te Ubbena ten noorden van Assen, werd gebouwd in 1819 en verbouwd in 1851. De herberg bestaat uit een tweelaags woonhuisgedeelte en een met riet gedekte schuur.

Het TT-circuit (De Haar ong.), gelegen bij De Haar ten zuiden van Assen, is ontstaan nadat in 1925 de eerste Tourist Trophy races verreden werden. In 1955 werd een nieuw stratencircuit aangelegd dat in de jaren negentig tot een privé-circuit is omgebouwd.