Monumenten in Nederland. Limburg


auteur: Ronald Stenvert, Chris Kolman, Saskia van Ginkel-Meester, Sabine Broekhoven, Elisabeth Stades-Vischer en Jos Venner


bron: Ronald Stenvert, Chris Kolman, Saskia van Ginkel-Meester, Sabine Broekhoven, Elisabeth Stades-Vischer en Jos Venner, Monumenten in Nederland. Limburg. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2003


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Houthem-Sint Gerlach
(gemeente Valkenburg aan de Geul)

Dorp, ontstaan in de middeleeuwen in het dal van de Geul. Houthem, dat in 1069 voor het eerst wordt vermeld, bestond uit een parochiekerk en een Vroenhof. Vanaf 1232 behoorde het tot het Land van Valkenburg. De in de Maasstreek geboren Gerlachus, die na de dood van zijn vrouw een pelgrimstocht naar Jeruzalem maakte en vervolgens als kluizenaar in een holle eik in het Geuldal ging leven, werd na zijn dood (1164/65) als heilige vereerd. Bij zijn graf stichtte Gosewijn IV van Heinsberg in 1201 een norbertijner dubbelklooster, dat in 1232 over ging in een adellijk vrouwenstift. Het ten oosten van de oude dorpskern gelegen klooster leed in 1574 en 1588 oorlogsschade en brandde in 1665 grotendeels af. Van 1661 tot 1785 was het herbouwde en ommuurde klooster een kleine Oostenrijkse enclave in Staats territorium. De kerk van het in 1786 opgeheven klooster werd in 1808 als parochiekerk in gebruik genomen. Houthem-Sint Gerlach ontwikkelde zich tot een wegdorp met twee kernen en werd in 1940 bij Valkenburg gevoegd; het is een beschermd gezicht.

De R.K. St.-Gerlachuskerk (Onderstestraat 1) is het hoofdgebouw van het adellijk vrouwenstift. De eenbeukige kerk heeft een driezijdig gesloten koor en een houten achtkantige geveltoren met lantaarn en ui-vormige bekroning. Van de in 1574 verwoeste kloosterkerk resteert een miniem stuk 13de-eeuws muurwerk aan de zuidzijde. Herbouw volgde eind 16de eeuw in baksteen met mergelstenen speklagen. In opdracht van priorin Isabella van Raveschot en proost Frans van Pelt werd in 1720-'27 een vernieuwing, verbreding en verlenging van de kloosterkerk doorgevoerd.

[p. 165]



illustratie

Houthem-Sint Gerlach, Kloostercomplex vanuit het zuiden


Van het 16de-eeuwse muurwerk bleven een deel van de zuidmuur en de westelijke geveltop bewaard. Het resultaat van de verbouwing is een rijzige classicistische kerk met pilasters en segmentboogvensters met hardstenen omlijstingen. In 1786 verlieten de zusters gedwongen het klooster en vestigden ze zich in Roermond, waarna de kerk in 1794 werd gebruikt als legerhospitaal en paardenstal. In 1797 volgde een publieke verkoping. Nadat een deel van het gewelf in 1808 was ingestort, volgde herstel en de in gebruikname als parochiekerk. In 1841 kwamen de relieken van St. Gerlach terug uit Roermond. Er zijn restauraties uitgevoerd in 1872 en in 1962-'65. Inwendig wordt de kerk geleed door corintische pilasters die een dunne lijst dragen als overgang naar het koofvormig stucplafond. De rijke plafondbeschildering in Zuid-Duitse rococo-stijl is van de Duitse schilder Johann Adam Schöpf (1751). Hij was ook verantwoordelijk voor de beschildering van de wandvlakken en vervaardigde waarschijnlijk ook de schildering van het Laatste Oordeel achter het orgel. De plafondschilderingen verbeelden de Hemelvaart van Christus en van Maria, de wandtaferelen het leven van St. Gerlach. Het in 1808 ingestorte oostelijke deel van het gewelf werd hersteld en beschilderd door Hermans uit Maastricht. Een grondige overschildering volgde in 1872-'73. De wandtaferelen zijn in 1932-'34 gerestaureerd en in 1972-'78 heeft men alle schilderingen in oude luister hersteld.

Midden in de kerk staat een graftombe uit 1783 met Lodewijk XVI-details en de liggende figuur van St. Gerlach. Onder de tombe bevindt zich een ruimte met gewijd zand; erboven hangt een kristallen kroon uit circa 1810. Het hoofdaltaar is na 1808 in verschillende perioden tot stand gekomen. Het orgel werd in 1784 gebouwd door Joseph Binvignat. Het was van 1789 tot 1809 in Roermond. In 1894 werd het vergroot door P.J. Vermeulen en in 1957 uitgebreid (gerestaureerd 1988-'89). Tot de inventaris behoren verder een preekstoel (18de eeuw; 1903 hersteld), een biechtstoel (1905) en een doopvont (1912). De fraaie terrazzovloer werd in 1916 gelegd en bevat een renaissance-zerk (circa 1580) en de maniëristische zerk voor Ursula van Grobbendoncq († 1622).

Aan de noordzijde van de kerk ligt het kerkhof van de kloosterzusters, dat na 1809 oostwaarts is vergroot. Voor A. Corneli († 1877) verrees tegen de kerkmuur een forse grafkapel met open middendeel en lagere vleugels. Ten oosten van de kerk staat de zeskantige mergelstenen Gerlachusput, die in zijn

[p. 166]



illustratie

Houthem-Sint Gerlach, R.K. St.-Gerlachkerk en klooster, plattegrond




illustratie
Houthem-Sint Gerlach, Proostvleugel (1999)


[p. 167]



illustratie

Houthem-Sint Gerlach, R.K. St.-Gerlachkerk, interieur (1988)


huidige vorm uit het midden van de 19de eeuw dateert. Hij staat op de plaats van de in 1599 herontdekte bron waar Gerlach in 1172 volgens de overlevering op wonderbaarlijke wijze water in wijn veranderde.

Onder het bestuur van proost Franciscus van Cauwenberg werd een begin gemaakt met de herbouw van het klooster. Als eerste kwam in 1705-'08 het stiftsgebouw tot stand, aan de westzijde haaks op de kerk. Aan de oostzijde volgde in 1713 de overwegend mergelstenen proostvleugel (St. Gerlach 13) voorzien van hoekrisalieten en een middenpartij met segmentvormig fronton met het wapen van Van Cauwenberg. Inwendig bevinden zich enkele marmeren schoorsteenmantels in Lodewijk XIV-stijl. Na de verkoop van het stift in 1797 kwamen de gebouwen in 1798 in het bezit van Martin Jean Schoenmaeckers en Maria Sleypen, die de proostvleugel als woning betrokken en als château inrichtten. Het stiftsgebouw kwam toen in gebruik als kasteelhoeve en werd hiertoe in 1851 uitgebreid met een driebeukige koestal voorzien van Philibertspanten. F. Corneli liet het château in 1879-'80 inwendig moderniseren. In 1909-'13 volgde een modernisering voor R.G.E.M. baron Selys de Fanson, die onder meer een bibliotheek in neorococo-stijl liet inrichten. Na het overlijden van zijn kleinzoon in 1979 kwam het geheel aan de parochie en volgden diverse ontwikkelingsplannen die uiteindelijk leidden tot de restauratie en ombouw tot luxe hotel-restaurant in 1994-'97. De U-vormige pachthoeve werd rond 1759 gebouwd naar ontwerp van Johann Joseph Couven. Opvallend zijn de omwille van het architectonische concept deels blinde vensters. Na een lange periode van verval is de grote schuur in 1996-'97 herbouwd en de rest van de hoeve gerestaureerd.

De voorm. R.K. St.-Martinuskerk (Vroenhof 87) is een eenbeukige kerk met vierzijdig gesloten koor en een ongelede toren met ui-vormige spits. Van de rond 1100 gebouwde romaanse kerk was vóór 1927 aan de zuidzijde nog enig muurwerk aanwezig. Tussen 1553 en 1587 verrees aan de noordzijde een tweede beuk; in het laatste kwart van de 16de eeuw gevolgd door een toren. Van 1680 tot 1808 was de kerk een simultaankerk voor katholieken en protestanten. In opdracht van Florus de Sauveur en Elisabeth Habets verving men in 1785 het romaanse koor door het huidige vierzijdig gesloten koor. Na de buiten gebruikstelling van de kerk in 1808 verviel het gebouw; in de 19de eeuw verdwenen zowel de noordbeuk als de toren. Met behoud van het koor volgde 1927 de herbouw op oude fundamenten; de kloosterkapel van de Congregatie der Kleine Zusters van St. Joseph (nu kloosterbejaardenoord). Inwendig bevindt zich een grafzerk uit 1676 en op het kerkhof onder meer een zerk uit 1803.

De voorm. openbare lagere school (Vroenhof 18-20) werd in 1881 gebouwd als een zesklassige tweelaags school achter een neoclassicistische onderwijzerswoning. Na 1920 was het een R.K. school.

Boerderijen. De gesloten mergelstenen hoeve St. Gerlach 22 uit 1660 heeft het woongedeelte evenwijdig aan de straat, voorzien van een classicistisch trigliefenfries en een poort met pilasters. Bij de gesloten hoeve St. Gerlach 17 uit 1668 is het haaks op de straat geplaatste woongedeelte voorzien van een in- en uitgezwenkte topgevel. De poort met ionische pilasters is van 1720. Van hetzelfde type is de gesloten hoeve St. Gerlach 20 uit 1683. Naast de

[p. 168]

poort bevindt zich een kleinere voetgangerspoort. Dit is ook het geval bij St. Gerlach 11. Deze gesloten mergelstenen hoeve heeft een woongedeelte met gezwenkte topgevel uit 1720 en een poort uit 1723. De St.-Maartenshoeve (Vroenhof 60) heeft een haaks op de straat staand woonhuisgedeelte met een zonnewijzer in de topgevel uit 1699. De naastgelegen poort met ionische pilasters dateert van 1721. De Wijnantshof op Gurtsenich (Vroenhof 61) is voorzien van een fors, haaks op de straat staand, woongedeelte met de jaartalankers ‘1685’, dat zijn huidige neorenaissance-vorm echter eind 19de eeuw heeft gekregen. In de afsluitende muur bevindt zich een 18de-eeuwse poort met ionische pilasters en vazen. Bij de U-vormige hoeve Vroenhof 31-33 hebben de twee haaks op de straat staande bouwdelen een gezwenkte gevel; de linker is van 1730. Voorbeelden van L-vormige boerderijen zijn St. Gerlach 12 (1765) en Vroenhof 100 (1772). De bakstenen gesloten hoeve St. Gerlach 32 is een goed voorbeeld van een boerderij uit de eerste helft van de 19de-eeuw.

Woonhuizen. Het dwarse woonhuis St. Gerlach 6 werd rond 1850 gebouwd en heeft een hardstenen deuromlijsting. Van een neoclassicistisch Serliana-venster voorzien is het mergelstenen woonhuis Vroenhof 35 uit circa 1860. In 1902 met jugendstil-details gebouwd is de Villa Wilhelmina (Onderstestraat 60) met torenvormige ingangspartij. Nieuw-Historiserende vormen vertoont de Villa De Kluis (Meerssenderweg 30-34), gebouwd in 1901 voor jhr. H. Testa. In late chaletstijl en met opvallend decoratief metselwerk uitgevoerd is de villa Onderstestraat 52 uit 1917. Een opvallend voorbeeld van het functionalisme is het in 1929-'32 naar ontwerp van F.P.J. Peutz gebouwde dubbele herenhuis Casa Blanca (St. Gerlach 70-72) met gepleisterde muren en platte daken.

Horeca. Het drielaagse mergelstenen pand St. Gerlach 19 werd in 1855 gebouwd als herberg. Het in 1899 met neorenaissance-details gebouwde drielaags hotel Meerssenderweg 22 heeft aan de voorzijde een veranda.

Het station ‘Sint Gerlach’ (Stationsweg 1) is een haltegebouw uit 1903 in chaletstijl.

Wegkapellen. De mergelstenen niskapel (Calvaire) aan de Meerssenderweg (bij nr. 30) dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw (hersteld 1939) en stond bij een in 1825 afgebroken kluizenaarshut. De kapel van St. Gerlachus in de eik (bij St.-Gerlachstraat 18) is een neoclassicistische open kapel uit 1870 met een 18de-eeuws barokke altaarretabel en Gerlachusbeeldje (kopie 1977). De Mariakapel (bij Provinciale Weg 24) werd in 1902 gesticht door M. Geuskens en vertoont neogotische details.