|
|
|
| |
| | | |
Leidraad bij de straatnaamgeving en -wijziging
| |
I. Geschiedkundig overzicht en verantwoording
§1 Een uitstekend historisch overzicht van wat op het gebied van
de raadgeving en de spellingscontrole bij het geven en wijzigen van
straatnamen in de laatste halve eeuw van officiële zijde
gepresteerd werd is te | | | | vinden in
M. Gysselings
Principes van de straatnaamwijziging te Gent (Naamkunde XI (1979), 88-117, inz. 88-92. (Deze bijdrage verscheen
ook afzonderlijk als Bijlage LXV, Leuven, 1979). Hieruit
blijkt welke belangrijke rol de KCTD (Koninklijke Commisie voor Toponymie en
Dialectologie), hierbij gespeeld heeft: een woord van dank is dan ook niet
misplaatst aan het adres van de professoren J.L. Pauwels, R. Van
Passen en
A. van Loey
die gedurende de vele jaren van de door het Ministerie van
Binnenlandse Zaken van de KCTD toegekende adviserende bevoegdheid gebruik
maakten om belangloos wetenschappelijk verantwoorde raadgevingen te laten
geworden aan de gemeenten van het Vlaamse Land en Brussel-Hoofdstad die er
om verzochten. De samenvoeging van gemeenten die sedert 1977 een
werkelijkheid werd, had een lawine van straatnaamwijzigingen als gevolg. De
Cultuurraad van de Nederlandse Cultuurgemeenschap nam dan ook (jammer genoeg
vrij laat!) het besluit om regelloze en willekeurige straatnaamvervangingen
tegen te gaan door het oprichten van vijf provinciale commissies en een
centrale appelcommissie. De provinciale commissies verkregen adviserende
bevoegdheid inzake straatnaamgeving en verlenen bindend advies inzake
straatnaamwijziging. Door deze nieuwe regeling verloor de KCTD haar
adviesbevoegdheid. Daar de installatie van de Centrale Appelcommissie met
onbegrijpelijke vertraging gepaard gaat (einde 1981 is ze nog niet
geïnstalleerd!), achtte de KCTD het nodig de leden van de nieuw
opgerichte provinciale commissies die zitting hadden in haar schoot aan te
zetten een initiatief te nemen dat een door alle provinciale commissies
aanvaarde beregeling van de spelling en de eventuele wijziging en naamgeving
van de straatnamen zou mogelijk maken. Hierbij kon uitgegaan worden van de
voorheen door
J. Leenen
(1944) en later door de KCTD zelf (1960) opgestelde regels: er zou
enkel rekening dienen gehouden te worden met de evolutie in de taalkundige
opvattingen en de intussen veralgemeende praktijk van het aaneenschrijven
van enkele welbepaalde groepen van straatnamen. Daarenboven zou die taak
vergemakkelijkt worden door het verschijnen van de bovengenoemde studie van
M. Gysseling: de waardevolle constataties en de
voorgestelde oplossingen leverden een pasklare basis voor discussie. In de
loop van 1980 werd dan na verschillende beraadslagingen in de schoot van de
Vlaamse afdeling van de KCTD een subcommissie opgericht die uit vijf leden
bestond die zitting hadden in de Provinciale Commissies van Advies voor
straatnaamgeving. De leden van deze subcommissie waren de heren
F. Debrabandere
(West-Vlaanderen), M. Gysseling (Oost- | | | | Vlaanderen), R. van Passen (Antwerpen),
C. Marynissen
(Brabant) en
A. Stevens
(Limburg); deze laatste werd door de subcommissie aangesteld als
secretaris. Naderhand zouden de voorgestelde oplossingen aan de voltallige
KCTD en aan de provinciale commissies worden voorgelegd.
Uiteraard zou het geheel van de goedgekeurde regels en richtlijnen de
kenmerken dragen van een vergelijk, dat voorlopig als basis zou kunnen
dienen voor een door de provinciale commissies te volgen beregeling, dit in
afwachting dat een volledige en officieel bekrachtigde schrijfwijze voor de
Nederlandstalige aardrijkskundige namen in het algemeen en de plaats- en
straatnamen in het bijzonder zou aanvaard worden. Door het tot stand komen
van het Nederlands-Belgisch Taalunieverdrag is de
verwachting gewekt dat zulke officiële Nederlands-Vlaamse
regeling in een nabije toekomst werkelijkheid kan worden. Om de mogelijkheid
open te houden binnen afzienbare tijd een eenvormige regeling te bereiken
voor Nederlandse en Vlaamse straatnamen werd de in Nederland gebruikelijke
spelling op een paar tientallen plattegronden van Nederlandse steden
nagegaan, verder werd er rekening gehouden met de strekking die in Nederland
- ook in naamkundige kringen - bestaat om in de toekomst aan het
aaneenschrijven in een aantal kategorieën van straatnamen ruimte
te bieden.
De subcommissie besloot in hoofdzaak tot volgende afwijkingen van de tot nog
toe in Vlaanderen toegepaste beregeling:
| 1o | Straatnamen met een adjectief op -s(e) als eerste
bestanddeel en als tweede term -straat, -weg of een
zinverwant woord, worden aaneengeschreven (Type Leidsestraat); |
| 2o | Straatnamen waarvan het eerste bestanddeel een verbogen adjectief is
en de tweede term -straat, -weg of een zinverwant
woord, worden in principe eveneens in één woord
geschreven (Type Oudedijk); |
| 3o | Straatnamen waarin het aan -straat, -weg of een
zinverwant woord voorafgaande naamdeel op zichzelf een samenstelling of
samenkoppeling is beginnend met een adjectief of een telwoord, worden
eveneens, naar het vb. van gelijkaardige appellatieven, aaneengeschreven
(Type Rijkeklarenstraat, Driesleutelsstraat). |
| |
II. Wat zijn straatnamen?
§2 Door wegenisnamen of straatnamen in de ruime zin van het woord verstaan wij die benamingen
die straten, wegen, paden en pleinen benoemen. Men kan hierbij onderscheiden
tussen:
| | | |
| 1o | wegnamen of straatnamen in de
beperkte zin van het woord, nl. de namen van straten, wegen en paden en |
| 2o | pleinnamen, nl. de benamingen voor pleinen, markten,
rotonden enz. Straatnamen zijn te onderscheiden van andere
aardrijkskundige namen, in de eerste plaats van de gebiedsnamen, namen van werelddelen, landen, streken, gouwen
en provincies, maar ook van andere plaatsnamen
(toponiemen) zoals nederzettingsnamen, die
nederzettingen of gegroepeerde gebouwen, wijken, stadsbuurten,
gehuchten, dorpen, steden, stedelijke agglomeraties benoemen.
Straatnamen zijn natuurlijk ook te onderscheiden van huisnamen, de benamingen van gebouwen als huizen en hoeven,
burchten en kastelen, kerken, kloosters, universiteiten, scholen, enz.,
verder nog van veldnamen, de benamingen van velden,
akkers, weiden, beemden en heidevlakten, van woudnamen, die wouden, bossen en bosschages benoemen en van waternamen, de benamingen voor beken, rivieren,
plassen, vijvers, meren, baaien, zeeën en
zeeëngten. |
§3 Straatnamen zijn als alle toponiemen eigennamen. Ze zijn
meestal samengesteld uit een bepalend woord (in de meeste gevallen een
enkelvoudig of samengesteld znw. of een al dan niet verbogen bnw.) als
eerste lid en een door dit eerste lid bepaald znw.: vele straatnamen zijn
dus determinatieve composita. (Vl. Kerkstraat, Bosstraat, Kerkhofweg, Hoogstraat, Hogeweg). Het
bepaalde (: gedetermineerde) znw. dat als eindterm in straatnamen voorkomt
(in de voorafgaande vb. straat, weg) is naar zijn
oorsprong een soortnaam die een niet nader bepaalde plaats aanduidt, dus een
appellativische plaatsaanduiding. Als lid van de samenstelling en deel van
een toponiem wordt dit door de voorafgaande term gedetermineerde substantief
echter zelf deel van een eigennaam. Zulke appellativische plaatsaanduidingen
komen zeer uitzonderlijk wel eens als simplex in straatnamen voor (Laantje, Markt, Singel) en zijn zo door het vervullen van
een propriale functie zelf een eigennaam geworden. In heel wat gevallen is
de door de voorafgaande term bepaalde eindterm zelf een compositum (vb.
steenweg, heerweg, dwarsstraat). Sommige appellativische plaatsaanduidingen
kunnen ook als bepalend eerste lid van een plaatsnaam (dus ook van een
straatnaam) deel uitmaken en worden dan ook op deze manier integrerend deel
van een eigennaam.
§4 Hieronder volgt een lijst van de meest voorkomende toponymische
elementen waarvan de meeste als appellativische plaatsaanduidingen gebezigd
worden, ingedeeld volgens de verschillende kategoriën van
plaatsnamen, waarin ze voorkomen. Met (r) duiden wij aan dat de betrokken
vorm enkel regionaal voorkomt.
| | | |
| 1o |
Straatnamen
| A. |
Wegnamen
| 1. | Weg, straatweg, steenweg (r), dwarsweg, zijweg,
heerweg, kiezelweg (r), kiezel (r), baan (r), heerbaan
(r), kassei (kalsijde, r.) |
| 2. | Straat, dwarsstraat, heerstraat, steenstraat (r) |
| 3. | Pad, paadje, voetpad, voetbaan (r), straatje, steeg,
wegel (r) |
| 4. | Laan, singel, ring, ringlaan, lei (r), vest (r), dreef
(drift, r); boulevard, passage, promenade en
(oorspronkelijke ‘waternamen’:)
gracht, graaf (r), rei (rui)(r) |
| 5. | Dam, dijk, zeedijk, kade (kaai), wal |
| 6. | (Eventueel indien = straat of weg:) brug, heul (r),
sas (r), sluis, til (r), poort, voord(e), (voort),
wad. |
|
| B. | Pleinnamen
Gaard(e), hof, markt,
marktplein, plaats (r), plein, plantsoen, park, rotonde, square
en (van herkomst ‘veldnamen’:) aard (r),
bies(t), (bist) (r), brink (r), tuin, dries, eng (r), meent
(r) |
|
| 2o | Gebiedsnamen
Land, rijk, staat, vrijstaat,
republiek, keizerrijk, koninkrijk, hertogdom, graafschap, gouw,
provincie; ambacht (ambt), baronie, gewoud, kasselrij, proosdij, vrije,
vrijheid |
| 3o | Nederzettingsnamen
Stad, dorp, wijk, buurt;
berg (burg), voord(e) (voort) |
| 4o | Huisnamen
Borg (burg, burcht), boerderij, erf,
geleeg (r), heem (hiem, r), heerd (heert), (r), hoeve, (hoef), hof,
hofstee (hofstad), kasteel, kerk, klooster, kluis, molen (meulen, r),
munster, sluis, sas (r), werf, winning |
| 5o | Veldnamen
Akker, beemd (bemd, bamd, r), berg,
boomgaard (bogaard, bogerd), braak, broek, bunder (bonder, boender, r),
dagmaat, dal (del), duin, geer, hei(de), heuvel, hil (hul, hulle (r)),
hoek, hof, land, meers (r), mot, morgen, peel (r), polder, roede, root,
terp (r), tuin, veen (ven, vin (r)), veld, wei(de), wijngaard
(wingerd). Hierbij komen nog een groot aantal appellatieven die uit
de hedendaagse taal verdwenen zijn of waarvan de betekenis voor de
gewone taalgebruiker niet meer duidelijk is; zo bv. aard, bies(t),
(bist, r), bocht, blok (blook, (r), bleuk (r), beluik, bilk (r)), brink
(r), donk, dries, eng (r), eeuwsel (r), eeuwt (r) (jout (r)), etting
(r), gaard(e), |
| | | |
| gemet (r), gewand (r), goor, ham (haam, hem
(r)), horst, kamp, licht, lochting (r), maad(-t), mied(-t) (r)), meent
(r), moer (moor (r)), ooi (ouw, o (r)), pas, schot (schoot, r), vroonte
(vroente, vreunte, vrunte, vrun(de) (r)), waard, weerd, winhof (r),
woerd (r), zil (r), enz. |
| 6o | Woudnamen
Woud, hout, bos, haag en de voor de
gewone taalgebruiker onduidelijk geworden, tot toponymische bestanddelen
versteende laar, lo, rod(-t) (rood(-t) (r), rode, rooi; rade, raai (r)),
schaag (schaaf), enz. |
| 7o | Waternamen
A (ee, ij, ie (r)) (= topon. elem.),
baai, beek, bron (born, r), diep, gracht, graaf (r), greppel, grub (r),
heul (hool, r), kanaal, kreek, laak, loop, meer, oceaan, plas, poel,
rivier, stroom, vaart, vijver (wijer, wouwer (r)), waal (weel, wiel),
water, zee, zeeëngte, zijl (r), zoe (zouw, zoei (r)),
enz. |
| | | |
Afd. 1: Spelling.
§5 De straatnamen dienen gespeld te worden overeenkomstig de
huidige spelling van het Nederlands: waar gemeentenamen in straatnamen
voorkomen dient men zich naar de officiële lijst te richten,
in andere gevallen met verouderde spelling volgen wij de voor de
gemeentenamen toegepaste regels. De archaïsche schrijfwijze
van het kadaster of de atlas van buurtwegen kan niet ingeroepen worden
om deze benamingen niet overeenkomstig de huidige spelling van het
Nederlands om te spellen: in alle bevoegde kringen wordt erkend dat de
kadastrale nomenclatuur niet enkel een archaïserende spelling
bestendigt, maar ook verschrijvingen, verhaspelingen en vergissingen
bevat, zodat een grondige herziening van deze benamingen noodzakelijk
is.
§6 Als de meest voorkomende om te spellen
archaïsche spellingeigenaardigheden vermelden we, met in
hoofdzaak voorbeelden uit de vroegere schrijfwijze van gemeentenamen:
A. Klinkers:
| 1. | ae wordt aa (of a in open lettergreep) en ue wordt uu (of u in open
lettergreep): Vb. Maaseik
(archaïsch: Maeseyck), Handzame (arch.: Handzaeme), Schaarbeek (arch.: Schaerbeek,
nog zo bij Franstaligen), Buken (arch.: Bueken). Zodoende dient de voorkeur gegeven
te worden aan schrijfwijzen |
| | | |
| als bv. Ten
Bogaarde (arch.: Ten Bogaerde, De Panne), Terlamen (arch.:
Terlaemen, Heusden-Zolder), Overhaam (arch.: Overhaem, Tongeren), Eikendaal
(arch.: Eikendael, Brasschaat), Plankendaal (arch.: Planckendael, Mechelen),
Goeslaar (arch.: Goeslaer,
Lummen). |
| 2. | oo en ee worden in open
lettergreep met een enkel letterteken gespeld: zo werd Dadizeele tot Dadizele, Vreeren tot Vreren, Neerem tot Nerem en Mooregem tot Moregem. Zo
verkiezen we Hezerbergen boven Heeserbergen (Lommel), Herenbossen boven
Heeren Bossen (Bra) e.d.m. |
| 3. | ei en oi
vóór r worden als lange e(e) en o(o) uitgesproken en ook
zo gespeld: zo werd Meire, Meir, Oirbeek tot Mere, Meer, Oorbeek. Dezelfde spelwijze dient
verkozen in namen als Herenhoek (i.pl.v. Heirenhoek, Nevele), Merestraat (i.pl.v. Meirestraat,
Piringen o. Tongeren), Meer (i.pl.v. Meir, Antwerpen), Heernis (i.pl.v. Heirnis, Gent) en de
talrijke heerstraten, heerwegen en heerbanen (i.pl.v. heirstraten enz.) |
| 4. | au dient vaak omgespeld in ou,
vooral dan wanneer het basiswoord als in Boutersem
(vroeger Bautersem gespeld), Houtem (arch. Haut(h)em o. Tienen en Hoegaarden) hetzelfde
is als Nederlands ‘boud’ en
‘hout’. Ook beter ou de
plaatsnamen waarin een Latijnse of Germaanse i
vóór w zich als in Lat. vivarium (vijver) over wuwer tot
wouwer ontwikkelde (vgl. de ontwikkeling van
Germaans spiwan over spuwen naar
spouwen en dialektisch
‘spaven’ in vele Brabantse dialekten). Vb:
Wouwerken, Wouwerdijk (o. Mol) i.pl.v. Wauwerken, Wauwerdijk,
vgl. de korrekte spelling van de Wouwerstraat te
Turnhout, tegenover Geel, dat de dialectische evolutie tot waver letterlijk honoreert (Malosewaver, Spikkewaver, Zandwaver i.pl.v. -wouwer). Met ou en niet met au ook gevallen als Henegouw
(arch. Henegauw, Hasselt), waarin het tweede element het Nl. gouw vertegenwoordigt. |
| 5. | Als oe uitgesproken ou (Mnl.
spelling) wordt ook oe gespeld: Vb. Poeke (arch. Poucques), Koekelare (arch. Couckelare). Zo dan ook Boechout (arch. Bouchout, Meise), Boeket en Boeketstraat (met klemtoon vooraan i.pl.v. arch. Bouket, Bouquetstraat te Diepenbeek), een plaats- en straatnaam uit boek (= beuk) en hout ontstaan. |
| | | |
| 6. | ay/ai, oy/oi, uy, ieu, ey worden respectievelijk
aai, ooi, ui, ieuw en ij of
ei gespeld. Uit archaïserende
vormen als Ayghem, Oycke, Uyckhoven, Nieupoort, Meysse,
Weyer werd intussen Aaigem, Ooike, Uikhoven,
Nieuwpoort, Meise, Wijer. Zo dient ook Staaien te worden gespeld (voor arch. Stayen, St.-Truiden), (d')Ooie(straat) voor D'Oye(str.) (Zepperen o. St.-Truiden), Buisen (i.pl.v. Buyssen, Bilzen), Neien (i.pl.v. Neyen, Bree), De
Luisen (i.pl.v. De Luyssen, Bree en Vliermaal o. Kortessem), Kleidaallaan (i.pl.v. Cleydaellaan, Aartselaar)
en Wijerken (i.pl.v. Weyerken,
Lommel). |
| 7. | y kan soms staan voor de hedendaagse
schrijfwijzen ij, i of ie, als
in Deerlijk (arch. Deerlyck),
Zingem (arch. Syngem), Opgrimbie, Daalgrimbie (arch. Opgrimby,
Daelgrimby). |
§7 B. Medeklinkers:
| 1. | Als s uitgesproken c wordt s gespeld, wanneer het hedendaagse Nederlands zelf
geen c gebruikt: Beselare (arch.
Becelaere), Belsele (arch.
Belcele), maar in gevallen als Celestijnenlaan (Leuven) blijft
natuurlijk de c. |
| 2. | Als k uigesproken c wordt k gespeld: zoals in Kapellen
(arch. Cappellen), Kraainem
(arch. Crainhem), Kuringen
(arch. Curingen) zal men ook normaal en modern Brukom (St.-Pieters-Leeuw), Krutsen (Hasselt) en Kolen (Kerniel o. Borgloon)
spellen voor arch. Brucom, Crutzen en Colen. |
| 3. | Archaïsche of Franse ck en cq wordt k of kk zoals in Assebroek (arch. Assebrouck), Stokkel (arch. Stockel). Zo ook Kokejane (arch. Coquiane), 's-Meiersmark (Smeyers-Marcq), beide laatste vb. uit Herne bij Edingen. |
| 4. | Qu wordt Kw gespeld zoals in
Kwatrecht (arch. Quatrecht),
Kwerps (arch. Querbs). |
| 5. | x wordt ks als in Eksel (arch. Exel). Heks (arch. Hex). Zodoende ook Hoksem (arch. Hoxem, Hoegaarden), Runkst (arch. Runxt, Hasselt) |
| 6. | tz wordt ts in gevallen als
Eetseveld (arch. Eetzeveld,
Bree), Krutsen (arch. Crutzen,
Hasselt). |
| 7. | ph wordt f als in Teralfene (arch. Teralphene). Zo ook in
Alfelaar (arch. Alphelaar,
Berlaar) |
| 8. | Niet uitgesproken h na medeklinker moet
verdwijnen: Geel (arch. Gheel),
Tielt (arch. Thielt), Tildonk (arch. Thildonck), Tienen
|
| | | |
| (arch. Thienen), St.-Genesius-Rode (arch. St.-Genesius-Rhode), Val-Meer (arch. Fall-Mheer) |
| 9. | Zacht uitgesproken s en f
worden = en v als in Zichen
(arch. Sichen), Zussen (arch.
Sussen), Muizen (arch. Muysen), Vreren (arch. Freeren), Val-Meer (arch. Fall-Mheer) |
| 10. | Sch wordt s aan het einde of
in het midden van een woord wanneer de ch in het
Algemeen Nederlands niet wordt uitgesproken: Asse
(arch. Assche), As (arch. Asch), Helen-Bos (arch. Heelen-Bosch) en de talrijke samenstellingen met
-bos (arch. -bosch) |
| 11. | Overbodige verdubbelingen of opeenhopingen van medeklinkers worden
vereenvoudigd als in Huise (arch. Huisse), Hoeselt (arch. Hoesselt), Kalmthout (arch. Calmpthout),
Kermt (arch. Kermpt), Riemst (arch. Riempst), Voort (arch. Voordt). Zo
ook bv. Buisen (arch. Buyssen,
Bilzen), Del(arch. Dell,
Bilzen), Roeselberg (arch. Roesselberg, Houwaart, gem.
Tielt-Winge), Nijselrode (arch. Nijsselrode, Meensel-Kiezegem, gem. Tielt-Winge). Vgl. nl. bloesem, droesem met boezem,
hoezepoes, Moezel en nl. wijselijk, ijselijk,
afgrijselijk met ijzel, opvijzelen en afgrijzen. |
§8 Opmerkingen:
| 1. | In straatnamen voorkomende familienamen behouden hun vaak van het
moderne Nederlands afwijkende verouderde spelling; in dubieuze
gevallen spellen wij echter modern. Zie verder §69 en 70. |
| 2. | Bovenstaand overzicht van de voornaamste moeilijkheden die zich
kunnen voordoen bij het omspellen van oude plaatnamen en
straatnamen, is een omwerking en aanvulling met voorbeelden van wat
destijds door
J. Leenen
gepubliceerd werd in zijn Theorie en Praktijk van de
Straatnaamgeving (Leuven-Brussel,
1946), blz. 46-47. |
| |
Afd. 2: Los- of aaneenschrijven en gebruik van hoofdletters.
§9 I Wanneer de straatnaam bestaat uit een zelfstandig naamwoord, dat geen persoonsnaam is, en een appellativische plaatsaanduiding als bv. straat, weg,
laan, plein enz. wordt alles aaneengeschreven. Vb. Bankstraat (Borgerhout), Paardenmarkt (Antwerpen), Gemeenteplein
(Mortsel), Suikerrui
(Antwerpen), Boerderijstraat (Gent), Beekstraat (Drongen, gm. Gent), Berkenlaan (Oud-Heverlee).
Opm.: Voor het al dan niet schrijven van de tussenletters -s- en -n-, zie §26 en 27.
§10 II. Samenstellingen met als eerste lid een bijvoeglijk woord op -en
| | | | en als tweede een substantief worden
aaneengeschreven: Vb. Grotenhof (Mortsel), Groenenhoek (Aartselaar), Houtenschoen (Mechelen), IJzerenleen (Mechelen), Stenenbrug
(Maastricht).
§11 III. Samenstellingen met als eerste lid een bijvoeglijk woord op -er en als tweede een substantief worden aaneengeschreven: Vb. Noorderplein (Antwerpen), Zuiderlaan (Gent),
Noorderboomgaard (Brugge), Zuiderakker (Brugge).
Ook van nederzettingsnamen afgeleide bijvoeglijke naamvoorden op -er horen hierbij: Vb. Maastrichterstraat (Hasselt, Tongeren),
Diesterstraat (Hasselt, Tessenderlo), Bilzersteenweg (Tongeren),
Meeuwerkiezel (Bree).
§12 IV. Straatnamen met als eerste lid een bijvoeglijk woord
op -e werden vroeger meestal los geschreven, in de
laatste tijd wordt het aaneenschrijven meer en meer gebruikelijk.
§13 A. Dit vrij jonge gebruik van het aaneenschrijven kan
reeds als regel gelden voor bepaalde categorieën:
| 1. | wanneer het tweede bestanddeel een appellativische
plaatsaanduiding is van het type -straat, -weg of
een samenstelling of synoniem van deze woorden (m.a.w. straat- en
wegnamen in de beperkte betekenis van het woord): Vb. Bredestraat (o.a. te Oostakker en
Tongeren), Diepestraat (o.a. te Antwerpen en Hove), Grotebaan (Hoboken), Oudebaan (o.a.
Antwerpen), Groeneweg (Vremde, gm. Boechout), Hogeweg (o.a. Gent), Nieuwesteenweg
(Tongeren, Borgloon), Oudesteenweg (Antwerpen),
Grotesingel (Schoten), Oudedijk (Turnhout), Nieuwedreef (Hemiksem), Langepad (Herentals), Gebrandestraat
(Hasselt). |
| 2. | wanneer in aansluiting bij 1 het bijvoeglijk woord dat als eerste
lid van de straatnaam fungeert, een van een nederzettingsnaam
afgeleid bijvoeglijk naamwoord met -se suffix is:
Vb. Sassekaai (Gent), Eksaardserijweg (Gent), Deinsesteenweg
(Gent), Vinderhoutsedam (Gent), Leuvenselaan (Tienen), Antwerpsestraat (Mortsel), Geldenaaksevest (Leuven), Steensedijk
(Oostende), Zammelseweg (Gent), Stevoortsekiezel,
Zoldersekiezel (Hasselt), Romeinsekassei,
Hoeisekassei (Tongeren). |
| 3. | wanneer het op een met -s(e) gesuffigeerde
nederzettingsnaam volgende substantief het woord plein is of in historisch verantwoorde gevallen zijn synoniem
plaats (dit laatste vooral in Westen
Oost-Vlaanderen) Vb. Kaartseplein (Braschaat), Neremsplein
(Nerem, gm. Tongeren), Vlaamsplein (Oostende) Vgl. in |
| | | |
| Nederland: Leidseplein (Amsterdam),
Tongerseplein (Maastricht), Belgischeplein (Den Haag), Oudplein (Leiden). |
§14 B. Op het ogenblik worden nog los
geschreven:
| 1. | Namen van pleinen met als tweede bestanddeel het woord -markt: Vb. Grote Markt (passim),
Kleine Markt (Antwerpen), Oude Markt (Leuven). Vgl. in
Nederland: Grote Markt (Groningen, Zwolle), Haagse Markt (Prinsenhage, gm. Breda), Woenselse Markt (Woensel,
gm. Eindhoven). |
| 2. | Namen van straten, wegen of pleinen met als tweede bestanddeel een
hydroniem (waternaam): Vb. Lange Rei (Brugge), Groene Rei (id.), Kromme Leie
(Gent). Vgl. in Nederland: Oude Delft (Delft), Oude Rijn (Leiden),
Lopende Diep (Groningen), Oude
Waal (Amsterdam). Vgl. Fransevaart
(Gent): aaneen, want vaart is hier een
appellatief, geen eigennaam. |
| 3. | Namen van straten, wegen of pleinen waarin het substantief de naam
is van een huis of gebouw: Vb.
Oude Beurs, Engelse Beurs (Antwerpen), Oude Waag (id.), Oude Burg
(Brugge), Bloemse Hoeve (Aarschot). |
§15 C. Enkele categorieën van straatnamen zijn nog
in volle evolutie wat het los of aaneenschrijven betreft: het gaat nl.
om die benamingen van straten of pleinen die oorspronkelijk als (al dan
niet kadastraal vastgelegde) terreinnamen, veldnamen of namen van kleine
nederzettingen werden gebezigd:
| 1. | het substantief is nog als appellatief (soortnaam) gebruikelijk;
nog is los schrijven het gebruikelijkst: Vb. Lange
Beemd (Edegem), Lange
Kant (Haacht), Wilde
Heide (id.), Hoge Akker (Brasschaat).
Hierbij kunnen nog gevallen gerekend worden als: Romeinse Put (Edegem), Hoppandse Tuin
(Mortsel). |
| 2. | het substantief bestaat niet meer voort als afzonderlijk woord of
is niet meer voor iedereen duidelijk wat de betekenisinhoud betreft.
Vb. Grote Dries (Edegem), Korte
Dries (Hofstade), Korte
Biest (Ekeren), Korte
Bruul, Lange Bruul (Boortmeerbeek), Hoge Kaart, Lage Kaart
(Brasschaat), Grote Ede (Brugge), Hemelse Brede (Sint-Niklaas), Grote Moortel (St.-Martens-Latem). Straat- en pleinnamen van de beide
laatste groepen (1 en 2) worden ook wel aaneengeschreven wanneer ze als composita (samenstellingen) worden aangevoeld en de klemtoon achteraan ligt. Vb. Groenebriel (Gent, Zelzate), Krommeboom (Oostakker). |
| | | |
| Vgl. Oudekamp (Utrecht), Nieuwekamp (ibid.), Oudeschans
(Amsterdam). |
| 3. | het voorafgaande adjectief is van een nederzettingsnaam afgeleid
door middel van het suffix -s(e); het substantief
is een meestal appellativische veld- of terreinnaam. Als al dan niet
kadastraal gehonoreerde veld-, terrein- of nederzettingsnamen worden
ze haast altijd los geschreven, als straatnamen neemt het
aaneenschrijven geleidelijk toe. Vb. Winkelomse
Heide n. Winkelomseheide (Geel), Beerseheide (Vosselaar), Gooreindse Leunen (Geel),
Malosewouwer (id.). Hierbij kunnen ook de
gevallen worden ondergebracht met onzijdig substantief en naar
Zuidnederlands gebruik onverbogen adjectief: Vb. Retiesheike (Reties Heike: Kasterlee); Kielsbroek (Kiels Broek: Antwerpen); Mechels
Broek, Mechels Veld (veldn. Mechelen). |
Opmerking: Alle toponiemen die geen straatnamen in de
ruime betekenis van het woord zijn (weg- en pleinbenamingen) worden nog
haast uitsluitend los geschreven, hoewel ook daar wel eens twijfel
voorkomt wanneer het tweede bestanddeel beek is of heide en minder bos. Alleen een
officieel voorschrift dat zou decreteren alle aardrijkskundige
benamingen behalve de straatnamen los te schrijven kan voorkomen dat
uiteindelijk alle geografische benamingen tot en met Baltische Zee in één woord zullen worden
geschreven.
§16 V. Straatnamen die bestaan uit een al dan
niet verbogen adjectief of een telwoord dat
een erop volgend substantief bepaalt als eerste
bestanddeel en een appellativische plaatsaanduiding (als
straat, weg, plein, enz.) als eindbestanddeel worden
aaneengeschreven. Anders geformuleerd geldt het hier dus
(volgens M. Gysseling, o.c. 113)
‘composita, waarin het aan straat of een zinverwant woord
voorafgaand naamdeel op zichzelf een samenstelling of samenkoppeling is
beginnend met een adjectief of een telwoord’.
M. Gysseling
stelt voor deze namen, naar het voorbeeld van gelijkaardige
appellatieven als Guldensporenslag, Oudeklerenmarkt, Elfstedentocht
aanéén te schrijven, behalve wanneer het
compositum ongewoon aandoet of onduidelijk is: in dit laatste geval
(vgl. kleine-boerenpartij, rijdende-artilleriekazerne)
dienen wij het eerste bestanddeel met de volgende te verbinden door
middel van een koppelteken, dat in elk geval | | | | noodzakelijk
is wanneer het tweede woord met een klinker begint. Vb. Rijkeklarenstraat, Driesleutelsstraat (Gent), Tweekleinwegenstraat, Halfmaartstraat (Leuven), Kwadeveldenplein (Antwerpen), Tiengebodengang (Borgerhout),
Achturenstraat (Hoboken,
Kessel-Lo, gm. Leuven). - Vb. met koppelteken: Politieke-Gevangenenlaan, Broederlijke-Weversplein (Gent), Zwarte-Arendlaan (Antwerpen), Kromme-Elleboogstraat (Mechelen), Drie-Engelenberg (Leuven).
Opmerkingen:
| 1. | Vanwege de religieuze inhoud het liefst een koppelteken in
gevallen als: Heilig-Bloedstraat, Heilig-Hartplein
(Gent). |
| 2. | Er is dus een verschil tussen een ‘Langebrugstraat’, d.w.z. een straat die naar een
lange brug leidt of herinnert aan een plaats die Lange
Brug geheten wordt of werd en een ‘Lange Brugstraat’, die van een ‘Korte Brugstraat’ wordt onderscheiden.
Ander vb.: Nieuwemolenstraat (leidt naar de nieuwe
molen of de plaats waar die vroeger stond) en Nieuwe
Molenstraat (in tegenstelling met een andere of oude(re)
Molenstraat). |
| 3. | Hierbij behoren dus ook memorienamen met als eerste bestanddeel
een datum. Vb. Elfnovemberlaan of Elfdenovemberlaan. Wanneer echter cijfers worden
gebruikt als eerste component, volgt een koppelteken en wordt het
erop volgende woord met een hoofdletter geschreven: 11-Novemberlaan. |
§17 VI. Straatnamen die uit een verbuigbaar
adjectief en een samengestelde straat- of plaatsnaam bestaan, worden
los van elkaar geschreven (vgl. M.
Gysseling, o.c. 114-115) wanneer het
verbuigbaar adjectief op het geheel van de samenstelling slaat.
Het inleidende adjectief heeft een differentiërende of
verduidelijkende functie en staat veelal in distinctieve oppositie tot
een ander, de samengestelde straat- of plaatsnaam die op het adjectief
volgt wordt nog duidelijk als eigennaam aangevoeld. Vb. Korte Kruisstraat, Grote Huidevettershoek, Klein Raamhof,
(Gent), Oude Begaardenstraat, Nieuwe Begaardenstraat, Lange
Nieuwstraat, Korte Nieuwstraat (Mechelen), Groot
Hagelkruis, Klein Hagelkruis, Grote Kraaiwijk, Kleine Kraaiwijk,
Grote Pieter Potstraat, Kleine Pieter Potstraat (Antwerpen),
Oude Hagevelden (Roosbeek), Groot Begijnhof, Klein Begijnhof
(Leuven).
Opmerking: Hierbij horen ook gevallen met inleidend
lokaliserend adjectief dat met -se of -er gesuffigeerd is. Vb. Hasseltse Beverzakstraat
| | | | (ter differentiëring met de Beverzakstraat in het aangrenzende Zonhoven)
en te Maastricht de Maastrichter Brugstraat (ter diff.
v.d. Wijker Brugstraat, de Maastrichter
Grachtstraat naast de Wijker Grachtstraat; de
Maastrichter Pastoorsstraat n. de Wijker Pastoorstraat en de Heugemer
Pastoorstraat (Heugem en Wijk behoren tot de gemeente Maastricht).
Ook deze laatste gevallen met suffigering op het onbuigbare -er worden dus los geschreven. Dit type is beperkt tot Limburg
en Oost-Nederland.
§18 VII. Straatnamen (meestal vroegere veld-
of huisnamen) die met een lidwoord beginnen, gevolgd door
een al dan niet door een adjectief voorafgegaan substantief, worden
los geschreven. Het substantief en eventueel
het adjectief werden met een hoofdletter gerealiseerd. Het voorafgaande
lidwoord eveneens, behalve wanneer het verkort wordt door het
wegvallen van een of meer lettertekens vooraan. Bij nieuwe
naamgeving wordt het gebruik van het lidw. afgeraden. Te
vergelijken zijn nederzettingsnamen als De Pinte, Den Haan,
Den Haag. Vb. Het Torentje (Leuven), Het Eitje (Mechelen), De Aard (Brasschaat), De Dries (id.),
De Vroente (id.), De Wilgaard
(id.), De Biezen (Merksem),
De Noteschelp, De Oude Landen (Ekeren), De Locht (Tongeren).
't Plein, 't Veer, 't Vlietje (Mechelen), 't Speelhof
St.-Andries, gm. Brugge).
D'Iert (en D'Iertstraat, Genk), D'Ooie (en D'Ooiestraat, Zepperen, gm. St.-Truiden). Constructies van het laatste type leiden vaak tot
vaste voorvoeging en haast onherstelbare vervormingen als D'Eikhoutstraat,
D'Ekketstraat, Dekketstraat, Dekkenstraat (Zepperen, gm.
St.-Truiden). Weglaten van voorgevoegde D' wordt dus
aanbevolen.
§19 VIII. Straat- en veldnamen met
voorzetselaanloop worden los geschreven. Vb. Aan
de Bocht (Gent), Bij St.-Jakobs (id.), Tussen 't Pas (id.), Achter de Kerk
(Vreren, gm. Tongeren), Onder
de Toren (Mechelen), Op de Wan, Achter het
Vleeshuis, Achter de Oude Minderbroeders (Maastricht), Achter de Latten, Op de Vliet (Leuven).
§20 IX. Plaatsnamen (w.o. nederzettingsnamen, huisnamen,
buurtnamen, straatnamen met als eerste bestanddeel een met
het bepalend lidwoord samengetrokken voorzetsel van het type
Ter- en Ten-, gevolgd door een
substantief vormen een groep die moeilijk te
beregelen valt.
| | | |
Het valt op dat los schrijven in de meeste gevallen overheerst (vgl. in
de gewone taal ‘ter herinnering aan’,
‘ten behoeve van’, enz.), daarentegen
worden heel wat nederzettingsnamen, vooral namen van dorpen, gehuchten
of grotere buurten aaneengeschreven en het zal wel heel moeilijk zijn
die weer los te laten schrijven in een tijd waarin het aaneenschrijven
vorderingen maakt.
We constateren deze feitelijke toestand en adviseren:
| 1. | in principe los te schrijven met twee
hoofdletters: straat-, plein-, veld- en huis- en hoevenamen:
Vb. Ter Beke (Edegem),
Ter Borcht (Brasschaat), Ten
Hoge (Ekeren), Ter Doest (Lissewege. gm. Brugge), Ten Berg
(Aalst), Ten Bos
(Erembodegem, gm. St.-Niklaas), Ter Boelhage (Leuven),
Ten Wijngaard (Leuven), Ten
Hove (St.-Andries-Brugge), Ter Platen (Gent), evenals de verlengde
straatnamen op -straat, -laan, -plein enz. Vb. Ter Borchtlaan, Ter Elstlaan, Ten Bogaardeplein
(Edegem). |
| 2. | aan elkaar te schrijven in die gevallen waar het
aaneenschrijven gebruikelijk geworden is: Vb. Tervuren,
Terhagen (gm. Rumst), Terbank (gm. Leuven), Terlanen (gm.
Overijse), Terlamen
(gm. Heusden-Zolder), Tereken (gm. St.-Niklaas), Terboekt (gm.
Genk), Termolen (gm.
Zonhoven), Vgl. Terneuzen (Zeeuws-Vlaanderen) en: Terbekehofdreef (Wilrijk). Terlindenstraat (Aalst), Termunkdreef Leuven). |
§21 X. Straatnamen en andere plaatsnamen waarvan de delen
gescheiden worden door een voorzetsel of een met een
lidwoord samengetrokken voorzetsel (ter, ten) worden los van elkaar geschreven. Het voorzetsel, evenals ter, ten worden met kleine letter gespeld, de
substantieven met hoofdletter. Vb. Hof van Boechout
(Boechout), Hof van
Tichelen (Wilrijk), Hof van Delftlaan (Ekeren),
Hof ter Neppen (Leuven), Hof ter
Bekelaan (Leuven), Hof ter Eikenlaan
(Leuven), Hof ter Bekestraat (Antwerpen), Park ten Hove (Gent), Hof ter Linden (Mortsel), Hof ter Doest
(Lissewege, gm. Brugge), Straatje zonder Eind
(Mechelen), Hoogste van Brugge, Sint-Jan in de Meers
(Brugge).
Omerkingen:
| 1. | Misschien kunnen uitzonderlijke gevallen als bv. Van
Leeg tot Zand (St.-Andries, gm. Brugge, een verbindingsweg
tussen de Legeweg en de Zandstraat) hier nog bij worden gerekend, in weerwil van de
voorzetselaanloop. Na enig weifelen zien wij er om praktische reden
vanaf, in deze groep(X) het gebruik van het koppelteken (naar
analogie van gemeentenamen als Heist-op-den-Berg)
aan te raden (Zie §25). |
| | | |
| 2. | Straatnamen als Graaf van Egmontstraat
(Mechelen) en Vrouw van Mechelenstraat (id.) horen
niet bij deze groep: ze zijn te beschouwen als straatnamen met
titelaanloop. |
§22 XI. Straatnamen en nederzettingsnamen (o.a. namen van
gehuchten) die enkel bestaan uit een telwoord en een substantief in het
meervoud:
| A. | Deze namen worden aaneengeschreven wanneer het tweede lid een
appellativische plaatsaanduiding is. Vb. Zeveneken
(Lochristi), Vijfhuizen (Aalst), Twaalfkameren (Gent), Vierwegen, Vijfwegen
(passim). |
| B. | Deze namen worden los geschreven wanneer het tweede lid geen
appellativische plaatsaanduiding is. Vb. Vijf
Koppen (Maastricht), Acht Zaligheden (Brugge,
Maastricht), Tien Geboden (Brugge), Vier Uitersten (Brugge). |
§23 XII. Plaatsnamen gevolgd door een onverbuigbaar adjectief
of een lokaliserende samenstelling worden los
geschreven met een koppelteken. Het adjectief geeft meestal een richting
aan. Vb. Heerweg-Noord (Gent), Herebaan-Oost (Houthalen-Helchteren),
Coupure-Rechts, Coupure-Links (Gent), Gelieren-Neerzij, Gelieren-Opzij (Genk).
‘Een dergelijke bureaucratische papieren constructie is
eigenlijk strijdig met het levende taalgevoel’ (M. Gysseling, o.c., p. 115) en verdient
bijgevolg enkel navolging wanneer in een welbepaald geval alle andere
middelen tot differentiëring uitgeput of uitgesloten zijn.
Deze vormingen kunnen vergeleken worden met op wegwijzers voorkomende
vermeldingen als Tongeren-Station, Tongeren-Centrum,
Vliermaal-Dorp (= Centrum v. Vliermaal) die doen denken aan specificeringen op z'n Duits als
Berlin-Wilmersdorf en minder correcte maar vrij gebruikelijke
koppelingen als Tongeren-Kermis en Kortrijk-Kermis (voor beter: Tongerse kermis,
Kortrijkse kermis).
Ze moeten echter onderscheiden worden van de recente namen op - dorp (in één woord gespeld!),
die na het fusiegebeuren de dorpsstraten van deelgemeenten aanduiden
(Vb. Mendonkdorp, Baarledorp, Zoerseldorp).
| |
Afd. 3: Gebruik van het koppelteken.
§24 Een koppelteken is vereist:
| 1. | na cijferteken: Vb. Leopold II-laan, 1-Meistraat,
11-Novemberlaan (passim), Albert
I-promenade (Oostende). |
| 2. | in namen die met 's (afkorting van des) beginnen: Vb. 's-Meiersstraat
(Leuven); vgl. 's-Herenelderen, 's-Gravenvoeren. |
| | | |
| 3. | na Sint- in namen van naar kristelijke opvatting
heilige personen: Vb. Sint-Annalaan of St.-Annalaan (met punt na de afkorting). Namen met
Sint- als aanloop en een op de heiligennaam
volgend toponiem (meestal een nederzettingsnaam) krijgen een
koppelteken vóór en na de naam van de heilige:
St.-Genesius-Rode, St.-Agatha-Rode; vgl. St.-Martens-Voeren met 's-Gravenvoeren. |
| 4. | in sommige al dan niet adellijke familienamen: Vb. Waldeck-Pyrmontlaan, Baillet-Latourlei (Brasschaat). |
| 5. | in sommige samenstellingen van religieuze ingeving: Vb. Christus-Koninglaan (Mortsel), Heilig-Bloedstraat, Heilig-Hartplein (Gent), Onze-Lieve-Vrouweplein (passim), Onze-Lieve-Vrouwe-Ader (Brugge), O.L.V.-dreef (Brugge). |
| 6. | in straatnamen gevolgd door een onverbuigbaar adjectief dat de
eerste component bepaalt: Vb. Heerweg-Noord
(Gent), Herebaan-Oost, Herebaan-West
(Houthalen-Helchteren), Coupure-Rechts,
Coupure-Links (Gent). |
| 7. | in plaatsnamen gevolgd door een al dan niet samengesteld
substantief dat de eerste component bepaalt: Vb. Gelieren-Neerzij, Gelieren-Hoogzij (Genk), Kursaal-Oosthelling, Kursaal-Westhelling (Oostende).
Hierbij horen ook de benamingen voor de in de laatste jaren
omgedoopte dorpsstraten als bv. Baarle-Dorp,
Zoersel-Dorp, die nu haast altijd aaneen worden geschreven,
(Baarledorp, Zoerseldorp). |
| 8. | in straatnamen met een adjectief of telwoord als eerste lid
wanneer het compositum ongewoon aandoet of onduidelijk is, soms ook
doordat het tweede lid met een klinker begint: Vb. Politieke-Gevangenenlaan, Zwarte-Arendlaan (Antwerpen). |
§25 In deze opsomming is het gebruik van het koppelteken tot
een aanvaardbaar minimum teruggebracht; naar het voorbeeld van
gemeentenamen als Heist-op-den-Berg zouden o.a. ook de
straatnamen waarvan de delen gescheiden worden door een voorzetsel als
Hof van Boechout, Straatje zonder Eind, Sint-Jan in de
Meers door middel van een koppelteken tot een hechtere eenheid
gesmeed kunnen worden (zie § 16). We hebben ervan afgezien
dit item aan deze al lange lijst toe te voegen, daar
één of meer koppeltekens in dergelijke gevallen
het schriftbeeld belast zou hebben en een te ingewikkelde spelling de
gewone gebruiker niet ligt.
| |
Afd. 4: De tussenletters -s- en -n-.
§26 Voor wat de niet uitgesproken tussenletters -s- en -n- in samenstellingen betreft, wordt consequente
toepassing aanbevolen van de voorschriften van de Woordenlijst van de
Nederlandse Taal, samenge- | | | | steld in opdracht van de
Nederlandse en Belgische Regering ('s-Gravenhage,
1954), blz. LVI-LXII. Naar het voorbeeld van dit zgn. ‘Groene
Boekje’ spellen we dus o.a.: Dorpsstraat
(passim), Minderbroedersstraat (Tongeren), Stationsstraat (passim), Koninginnelaan (Brussel), Eendenlaan (St.-Genesius-Rode), Liefdadigheidsstraat
(St.-Joost-ten-Node).
M. Gysseling
wenst een voorbehoud te maken voor de straatnamen door de
administratie op artificiële wijze genoemd naar abstracte
begrippen (Type: Liefdadigheidsstraat,
Verbroederingsstraat): in deze gevallen spelt hij geen analogische
s (Vgl. M. Gysseling, o.c. § 12 p. 115-117).
De andere leden van de subcommissie menen zich echter, zonder zich uit te
spreken over de grond van de zaak, te moeten houden bij de in de
Woordenlijst van de Nederlandse Taal voorkomende
‘officiële’ beregeling.
§27 Voor traditionele straatnamen die met een bekende
mannelijke Nederlandse heiligennaam werden gevormd gelden dezelfde
regels als voor gewone samenstellingen: ze worden met de oude genitiefs
-s geschreven. Vb. Sint-Jakobsmarkt,
Sint-Jansplein, Sint-Pietersvliet (Antwerpen), Sint-Jansstraat (Tongeren), Sint-Pieterssteenweg (Etterbeek), Sint-Goriksstraat (Brussel), Sint-Lievenspoort, Sint-Kwintensberg, Sint-Martensstraat,
Sint-Michielsstraat (Gent), Sint-Amandsstraat
(Strombeek-Bever), Sint-Adriaansweg (Boortmeerbeek), Sint-Elooisweg (Rijmenam),
Sint-Romboutskerkhof (Mechelen), Vgl. de nederzettingsnamen van het
zelfde type: Sint-Huibrechts-Hern, Sint-Lambrechts-Herk,
Sint-Jansberg (Mont-Saint-Jean), Sint-Martens-Voeren, Martenslinde, Sint-Michiels-Gestel,
Sint-Pieters-Voeren, Sint-Pietersberg (Maastricht, ook straatn. te Mechelen).
Opmerkingen:
| 1. | Na Latijnse namen op -us, -(a) as en op -o staat geen genitiefs -s Vb. Sint-Rochusstraat,
Sint-Pankraasstraat (Tongeren) en vgl. Sint-Bavostraat met Sint-Baafsplein
(Gent). |
| 2. | M. Gysseling is de mening toegedaan dat er
onderscheid dient gemaakt te worden tussen oude traditionele namen,
waar de straat doorgaans genoemd is naar een kerk of kapel toegewijd
aan die heilige (Sint-Janskerk te Gent en daarnaar
genoemd de Sint-Jansstraat) en recente straatnamen
waarin de naam van de heilige een persoonsnaam zonder meer is, die
geen genitiefs -s krijgt, evenmin als andere
persoonsnamen in recente straatnamen. |
| |
| | | |
Afd. 5: Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord.
§28 In straatnamen die bestaan uit een bijvoeglijk naamwoord gevolgd door een onzijdig
zelfstandig naamwoord in het enkelvoud gaat het adjectief in
het Nederlands uit op -e, ook als er geen lidwoord
voorafgaat. Deze -e komt in de Vlaamse dialecten en in
de Zuidnederlandse omgangstaal zelden of nooit voor. Een naar
Noordnederlandse normen ‘correct’ voorbeeld is: Kaartseplein (Brasschaat).
Vb. uit de Noordnederlandse straatnaamgeving, weergegeven in de
plaatselijk gebruikte spelling: Leidseplein, Korte Water,
Zwarte Pad, Zwarte Laantje, Kleine Zonneplein, Kleine
Gartmansplantsoen (alle uit Amsterdam). Naast 't Kleine Loopveld echter
een Nieuw Loopveld (zonder -e,
Amsterdam). Andere vb.: Oude Beeksepad (Tilburg), Bochtige Smeleveld, Grote
Kerkepad, Oude Kerkhof (Eindhoven), te
Utrecht echter Oudkerkhof en te Maastricht naast Tongerseplein en Kleine Dijkje
afwijkend Klein Grachtje en Lang
Grachtje.
Deze in Vlaanderen ongebruikelijke -e doet in
straatnamen vaak onwennig aan en leidt soms tot ongewenste associaties,
als in bv. Kiels(e) Broek/Kielsbroek (Antwerpen) en
Nerems(e) Broek/Neremsbroek (Nerem, gm. Tongeren).
In zulke gevallen is het aangewezen bij het regionale en lokale gebruik
aan te sluiten en de -e achterwege te laten.
Opmerking: Wat het aaneen- of losschrijven betreft,
zie Afd. 2.
§29 In straatnamen die bestaan uit een bijvoeglijk naamwoord gevolgd door een appellativische plaatsaanduiding in het meervoud of het vrouwelijk
enkelvoud (als bv. straat, baan, dreef) is in de
Zuidnederlandse volkstaal de -e uitgang van het
adjectief weggevallen na oorspronkelijk stemhebbende consonant: Vb. Langstraat, Hoogstraat, Kleinstraat, Holstraat (alle
passim).
Door de lokale of regionale schrijftraditie
‘geconsacreerde’ e- loze
adjectiefvormen mogen in zulke oude namen bewaard blijven; men vermijde
evenwel zulke vormen in nieuwe namen zonder dat daar een ernstige reden
voor is.
| |
Afd. 6: Suffigering van nederzettingsnamen.
§30 In namen van straten, wegen en pleinen die een richting
aanduiden worden de nederzettingsnamen van een suffix
-se, in Nederland en Limburg ook vaak met een suffix -er voorzien. Bij de keuze tussen -se en -er late men zich leiden door het lokale gebruik, de
traditie of de welluidendheid. Vb. Leuvenselaan (Tienen), Hasseltsestraat (Herk-de-Stad), Maastrichtersteenweg (Hasselt).
| | | |
§31 Nederzettingsnamen op -st of-sp krijgen
bij voorkeur het suffix -er of het stapelsuffix -erse (-er + -se) (Vgl. Nederl. formaties als oosterse,
westerse). In dit geval komen deze suffixen ook buiten Limburg
voor. Vb. Aalstersedreef (Meldert o. Aalst), Aalstersesteenweg (Moorsel o. Aalst),
Lispersteenweg (Boechout), Lisperstraat (Lier), Diestersedijk (Wijchmaal o. Peer), Diesterstraat (Tessenderlo, Hasselt),
Vorsterweg (Tessenderlo), Diestersesteenweg (Paal o. Beringen).
Voor Diest komt ook Diestse voor
(Diestsestraat, Leuven).
§32 In namen van straten en wegen wordt de nederzettingsnaam
enkel gesuffigeerd wanneer hij de richting naar een nabije stad of dorp
aangeeft. Richtingsnamen worden natuurlijk niet gesuffigeerd wanneer ze
de naam van een buurt of verkaveling bevatten die naar een veldnaam of
een ander gelijkaardig toponiem benoemd werd.
§33 Nederzettingsnamen die pleinen benoemen kunnen ook
gesuffigeerd worden: men kan ze als richtingsnamen beschouwen wanneer ze
op een straat of weg uitkomen die een richting aanduidt: het Leidseplein te Amsterdam sluit bij de Leidsestraat aan en het Tongerseplein te Maastricht verbindt
de Tongersestraat met de Tongerseweg.
Wanneer pleinnamen niet onrechtstreeks mede een richting aanduiden
drukken ze een toehorigheid tot de eigen nederzetting uit: Kaartseplein (plein van de wijk Hoge en Lage Kaart te Brasschaat; Widooierplein
(plein van het dorp Widooie o. Tongeren).
§34 De suffigeringsregel door middel van -se
(of -er) is niet zonder meer toepasselijk in het
gebied ten westen van Schelde en Dender (grosso modo dus West- en
Oost-Vlaanderen), waar volgens eeuwenlange traditie richtingsnamen
binnen de (middeleeuwse) stadsmuren enkel door juxtapositie gevormd
werden: in deze provincies is dus het type Gentstraat
(juxtapositie van Gent en straat)
verantwoord in namen die op -straat uitgaan; in namen
die eindigen op -steenweg, -voetweg, -heerweg,
-heerbaan komt de gesuffigeerde adjectivische vorm (van het type
‘Antwerpsesteemveg’) ook daar
uitsluitend voor. Ten oosten van Schelde en Dender is het type
‘Gentstraat’ (juxtapositie)
enkel te verantwoorden wanneer dit type 1o op de
periode van vóór de 19 de eeuw teruggaat en 2o nog in de volksmond leeft.
§35 In vele gevallen werd na de fusies de naam van een dorp
dat als gemeente in een groter geheel opging aan de vroegere Dorpsstraat of een andere belangrijke straat gegeven.
Dergelijke ‘memorienamen’ worden, om verwarring met
gesuffigeerde richtingsnamen te vermijden beter door juxtapositie
gevormd. Vb. Koninksemstraat (de vroegere Dorpsstraat te | | | |
Koninksem o. Tongeren), Widooiestraat (een belangrijke straat uit het centrum van
Widooie). Een in dit geval fictieve Widooierstraat of
Widooierweg zou enkel in een aanpalende
nederzetting mogelijk zijn en in de richting van Widooie leiden.
§36 Hetzelfde geldt voor memorienamen die de sympathie voor
een andere stad of gemeente willen uitdrukken, bv. de Luikstraat te Blankenberge (zonder suffigering van Luik).
Soms krijgen nieuwe buurten of verkavelingen verzamelingen van
gemeentelijke memorienamen als nieuwe straatnamen toegewezen. Deze mode
‘floreert’ vooral bij onze noorder- en oosterburen.
In Nederland worden deze nederzettingsnamen wel eens gesuffigeerd (bv.
in de buurt bij het Belgischeplein te Den Haag). We menen deze suffigeringen te moeten
afwijzen: straatnamen die niet zoals sommige pleinnamen (Kaartseplein, Brasschaat) de toehorigheid tot de eigen
nederzetting uitdrukken, worden als memorienamen best niet gesuffigeerd
om verdere verwarring te vermijden.
§37 Het in Limburg en sporadisch ook wel in de Antwerpse
Kempen en elders voorkomende suffix -er wordt, in
tegenstelling met Noord-Nederland (vgl. Haarlemmer-,
Arnhemmer), door een onbeklemtoonde lettergreep voorafgegaan,
zodat de aan -er voorafgaande m niet
verdubbeld wordt. Vb. Stokkemerbaan (Dilsen), Rekemerstraat (Lanaken).
Is de uitgang -um dan wordt de m
verdubbeld: dusdoende is het officiële Elsumerblok (Geel) als Elsummerblok of als Elsemerblok te
realiseren.
Na een toponiem op -l of -r
(uitzonderlijk ook op -n) wordt soms een
welluidendheids d ingevoegd: Vl. Peerderbaan (Bree), Molderdijk (Mol), Halderbos (n. Hallerbos te Halle).
§38 In principe wordt in nederzettingsnamen die op -e uitgaan deze-e weggelaten wanneer
met -se of -er wordt gesuffigeerd:
Vb. Jetsesteenweg, Ninoofsesteenweg (St.-Jans-Molenbeek) bij (St.-Pieters-) Jette en Ninove. Zodoende bv. Brugse (bij Brugge), Roeselaarse (bij Roeselare), Poperingse (bij Poperinge), Oudenaardse (bij Oudenaarde), Dendermondse (bij Dendermonde), Zelzaatse (bij Zelzate), Halse (bij Halle), Putse (bij Putte), Hernse (bij Herne), Kanner of Kanse (bij Kanne).
Twee opeenvolgende onbeklemtoonde e's zijn strijdig met
ons taalgevoel in gevallen als: Hovesesteenweg (Boechout): correcter is Hoofsesteenweg (regl. Hoofse Hoek, naam van
een gehucht van Hove, pr. Antw.).
Zo ook is Weeldsestraat correcter dan Weeldesestraat (Weelde o. | | | |
Ravels), Vremdsesteenweg
(Bochout) normaal, Vremdesesteenweg niet correct.
In enkele speciale gevallen kunnen wel problemen opduiken, zo bv. met de
namen op -rode. Vb. Nieuwenrodesesteenweg (Aarschot). Er zijn
twee uitwegen: Nieuwenroodsesteenweg of (in
aansluiting met de evolutie rode-rooi(e) in de
volkstaal: Nieuwenrooisesteenweg. (Vgl. Gruitrode n.
Stokrooie en Rooi o. Bilzen en Tongeren).
Moeilijkheden kunnen rijzen in namen waarvan het eerste bestanddeel op
-r uitgaat en het tweede -le,
-lee of -lo is: waar Veurnse en
Deurnse (bij Veurne en Deurne) geen
uitspraakproblemen opleveren kan er twijfel rijzen of in regelgetrouwe
afleidingen als Baarlse, Deurlse, Veerlse, Gierlse
(bij Baarle, Deurle, Veerle, Gierle) de opeenstapeling
van consonanten de uitspreekbaarheid niet hindert: toch is het beter te
houden aan deze vormen; men kan natuurlijk zoals dubbelvormen van het
type parel/paarl en horen/hoorn ons
suggereren deze geschreven vormen als Barelse, Deurelse,
Verelse, Gierelse uitspreken indien men wil of, zoals in de
volksmond, de r uitstoten. Wij moeten nochtans
schrijfwijzen als Veelseweg, Veelsebaan (Wolfsdonk-Langdorp o.
Aarschot) voor Veerlseweg,
Veerlsebaan niet aanbevelen.
Kasterleese, Tongerlose als -se-
afleidingen bij nederzettingsnamen als Kasterlee,
Tongerlo roepen geen problemen op (Vb. Tongerloseweg,
Tongerlosebinnenweg te Geel), maar bij wijze van uitzondering
of om verwarring te vermijden is het geoorloofd in de volksmond
gebruikelijke vormen als Tongel = Tongerlo, Westel = Westerlo, Kastel = Kasterlee, Poeiel = Poederlee te
laten voortbestaan in gevallen als Oude Tongelseweg, Oude
Kastelseweg (Geel), Kastelsebaan (Millegem o. Mol), Westelsebaan (Averbode).
Indien de nederzettingsnaam na de e- apocope op s of z uitgaat wordt
één enkele s geschreven: zulke
gevallen lijken (doordat er maar één s wordt geschreven) ondoorzichtig: suffigering en juxtapositie
hebben hier hetzelfde resultaat.
Vb. Beerse: Beers + se
> Beerse - Vb. Beersebaan
(Vosselaar). Hetzelfde resultaat in
eventuele afleidingen van Asse: As + se
> Asse, en Meise: Meis + se > Meise.
Met z: Deinze: Deins + se > Deinse - Vb. Deinsesteenweg (Gent).
In gevallen met z in de plaatsnaam wordt z dus tot s.
Zoals Waas > Wase ook Sint-Niklaas
> Sint-Niklase en Heers > Heerse. Vb. Middelheersestraat
(Heers). Bij Ronse horen de afleidingen Ronsische en
Ronsense.
| | | |
§39 In afleidingen van nederzettingsnamen die op
-en eindigen onderscheiden we twee groepen:
1. Een groep namen met oude adjectivische afleiding op -s(e) of -er, waarbij één
van deze suffixen aan de stam van de nederzettingsnaam
wordt gevoegd; de uitgang -en van de nederzettingsnaam
valt dus weg vóór -s(e) of -er. Drielettergrepigheid van de nederzettingsnaam is
een praktisch criterium dat tot weglaten van de uitgang -en vóór het suffix kan aanzetten. Meestal,
niet altijd, gaat het om nederzettingsnamen op elen, -eren,
-aarden.
Vb. Ekeren: Ekersesteenweg (Antwerpen)
Tongeren: Tongerseweg (Maastricht), Tongersesteenweg (Hoeselt)
Mechelen: Mechelsestraat (Leuven), Mechelsesteenweg (Lier), Mechelsebaan (Duffel)
Hoegaarden: Hoegaardsestraat (Boutersem), Hoegaardsesteenweg (Opvelp o. Bierbeek)
Antwerpen: Antwerpsesteenweg (Brussel).
Vgl. in Nederland: Nijmegen/Nijmeegs(e).
Maar ook andere dan drielettergrepige namen kennen deze ‘en-apocope’: meestal zijn het namen van
oudere of relatief belangrijke nederzettingen; een vaste regel is niet
te geven: men slute aan bij de in de volksmond gebruikelijke vormen of
bij historisch verantwoorde vormen.
Vb. Namen: Naamsestraat (Leuven, St.-Truiden)
Tienen: Tiensesteenweg (Leuven)
Bilzen: Bilzersteenweg (Tongeren), Bilzerlaan (Veldwezel o. Lanaken)
Vgl. in Nederland: Leiden/Leids(e), Bergen-op-Zoom/Bergs(e).
Ook in namen op -aken en -ingen valt
-en vóór -se of -er weg: Bv. Beringen: Beringersteenweg, Beringerheide (Heusden-Zolder), Beringsesteenweg (Heppen o. Leopoldsburg)
Vlijtingen: Vlijtingerstraat (Grote-Spouwen o. Bilzen)
Geldenaken: Geldenaaksevest (Leuven)
Vgl. ook in Nederland: Vlaardingen/Vlaardings(e), Scheveningen/Schevenings(e), Groningen/Groninger.
In namen op -hoven (ev. -koven,
*-inghoven) valt -er vóór -se of -er weg in sommige Limburgse
namen: Vb. Oude Ophoverbaan (Maaseik).
Bij namen op -hoven is -en-
‘wegval’ echter niet overal (meer) gebruikelijk.
Behoud van -en met eufonische inlassing van d en dialectische evolutie d > t in: Vb.
Voorshoventerweg (Neeroeteren, o. | | | |
Maaseik). - In Nederland: Roeventer Peel (top. bij Roeven o.
Weert, Nl. Limb.). Bij Eindhoven echter Eindhovense.
In Haspengouw en Zuid-Brabant komt ook juxtapositie voor: Egenhovenweg (Leuven), Mettekovenstraat
(Groot-Gelmen o. St.-Truiden). Het is moeilijk om in dit laatste geval uit te
maken of juxtapositie hier traditie is of onder Franse invloed ontstaan:
mogelijk was -er hier het gebruikelijke suffix en werd
r hier in de volksmond uitgestoten. In al deze
gevallen op -hoven (en -koven)
volgen wij best het lokale gebruik.
2. Een andere groep van namen met oude adjectivische afleiding op -se (of ev. op -er) behoudt de -en- uitgang van de nederzettingsnaam
vóór het afleidingssuffix.
Vb. Leuven: Leuvensestraat (Aarschot)
Landen: Landenseweg (Halle-Booienhoven en Halmaal, grens Zoutleeuw
en St.-Truiden)
Drongen: Drongensesteenweg (Gent)
Laken: Lakensestraat (Brussel)
Halen: Halensestraat (Zelem o.
Halen), voor dit laatste vb. vgl echter te
Ha(e)len (Nl. Limb. bij Roermond) het top. Ha(e)ler Heide.
De als vb. opgegeven plaatsen hebben hun adjectivische afleiding altijd
met behoud van de volledige nederzettingsnaam en toevoeging van -se (event. -er) gevormd. In
talrijke, meestal minder belangrijke, plaatsen met namen op -en zijn traditionele adjectivische -se of -er- afleidingen niet (meer) gebruikelijk:
in pers en administratie zijn wij in de laatste tijd getuige van een
vermenigvuldiging van -se- afleidingen zonder -en wegval ten nadele van afleidingen met -se (maar vooral met -er) bij de stam van de
nederzettingsnaam (groep 1): deze mode dient met de nodige omzichtigheid
te gemoet getreden te worden.
Vb. Hobokensevest (Antwerpen), oudere adj. afl. Hobookse-, Hoboker-, St.-Truidensesteenweg (Tienen), in de volksmond Sint-Truisesteenweg (bij St.-Truien!), in
Limburg St.-Truidersteenweg (Hasselt, Tongeren, Borgloon,
Herk-de-Stad), Truierstraat (Heers). De vorm St.-Truidense is dus een stroef- deftige nieuwkomer,
die een ouder en volkser St.-Truider, Truier met
succes beconcurreert (en verdringt).
| |
Afd. 7: Gewestelijke taalvormen en Nederlands taaleigen.
§40 Voor de woordkeus richten wij ons voor nieuw in te voeren
benamingen naar het algemeen Nederlands gebruik. Dit geldt in de eerste
plaats voor de appellativische plaatsaanduidingen, dit zijn de woorden
| | | | die als tweede lid van de samenstelling de
verschillende soorten of typen van verkeerswegen en -ruimten
onderscheiden.
In nieuwe benamingen zal men dus woorden vermijden die gewestelijk of
verouderd klinken. In aloude en ingeburgerde straatnamen kan natuurlijk
het veel voorkomende baan (:weg) behouden blijven, in
nieuwe namen krijgt ‘weg’ de voorkeur. Dit geldt ook
voor het vooral Vlaamse en Brabantse lei (: laan) en
vest (: singel), het in het Brugse en Antwerpse
veel voorkomende rei of rui (:
gracht), het Limburgse graaf (: gracht) en het vooral
in West- en Oost-Vlaanderen gebruikelijke plaats (:
dorpsplein).
Ook eeuwenoude woorden als het Gentse tragel (:
trekpad) en de in oude plaatsnamen voorkomende regionale woordtypes als
Brabants wouwer en Limburgs wijer (:
vijver) hoeven niet verwijderd te worden. Een plaatselijk woord of een
regionaal woordtype voor iets typisch plaatselijks (als bv. gebruiken,
gebouwen, voortbrengselen) is natuurlijk in alle gevallen bruikbaar.
Afwijkingen van de gebruikelijke Nederlandse vorm van de woorden, die
zich in bepaalde overgeleverde benamingen vastgezet hebben en duidelijk,
ook door de ingezetenen, als verouderd of gewestelijk gevoeld worden,
mogen behouden blijven. Vb. Torfbrug (: Turfbrug), Borzestraat (:
Beursstraat). Vgl. J. Leenen, o.c.,
pp. 47-48).
Hetzelfde geldt voor gevallen als Limburgs bamd, mv.
bemde(n) (: beemd); de vorm bemd
(enkelv.) is trouwens ook Brabants (vgl. Glabbeek-Zuurbemde) of de vervanging van vormen uit de oudere
Limburgse schrijftaal als -ald, -olt (: -oud, -out), zoals in Aldestraat (Hasselt),
te vergelijken met Aldeneik, Waltwilder, Alt-Hoeselt, Holt,
Holtissen: men vermijde in elk geval nieuwe straatnamen met
dergelijke afwijkende klankrealisaties te vormen. Ook het verouderde of
gewestelijke diminutiefsuffix -ken, als bv. in Moleken dient niet altijd en overal gewijzigd in -tje (Molentje).
Andere van de norm afwijkende vormen als leeg (: laag),
meulen (: molen), peerd (:
paard), drij (: drie), platse (:
plaats), kewit, kiewit (: kievit) vermijden wij in
nieuwe straatbenamingen en wij verbeteren ze, indien mogelijk, in
bestaande benamingen. Voor van het Nederlands afwijkende gewestelijke
woorden of woordtypes kan meer begrip opgebracht worden dan voor lokale
of regionale klankrealisaties: in twijfelgevallen richten wij ons naar
de standaardtaal of raadplegen we taalkundig bevoegde personen of
instanties.
| | | |
§41 Niet enkel van de kant van de streektalen rijzen er
problemen met betrekking tot de vorm en de zuiverheid van de taal. Er
komen ook hier en daar nog straatbenamingen voor die strijdig zijn met
het taaleigen. Als vb. van naar Frans model letterlijk vertaalde
straatnamen kan worden vewezen naar benamingen van het type Steenweg op Rozenaken (Ronse), Steenweg op Elzele (Ronse), Steenweg naar
Edingen (Halle), Steenweg
naar Nijvel (Halle), Dreef van Eigenbrakel
(Halle), Weg naar As (Genk).
Dergelijke straatnamen moeten geweerd worden en waar ze voorkomen,
gewijzigd in bv. Rozenaaksesteenweg, Elzeelsesteenweg,
Edingsesteenweg, Nijvelsesteenweg, Eigenbrakelsedreef,
Assersteenweg. De verbinding ‘appellativische
plaatsaanduiding gevolgd door een voorzetsel en een
nederzettingsnaam’ is als onnederlands af te wijzen en te
vervangen door een van de nederzettingsnaam afgeleid gesuffigeerd
adjectief op -se (event. op -er),
gevolgd door de appellativische plaatsaanduiding.
§42 Als onnederlands is ook af te wijzen de overdaad aan
straatnamen die abstracte begrippen weergeven van het type Menslievendheidsstraat, Oprechtheidsstraat, Opvoedingsstraat,
Onderrichtstraat (allemaal uit Brussel). Dergelijke namen
klinken raar en gezocht en vele daarvan zijn van Franstalige inspiratie.
§43 Wij vermelden nog een van het Algemeen Nederlands
afwijkend gebruik, dat erin bestaat vóór de naam
van een vrouwelijke heilige Sinte te gebruiken in pl.
v. Sint. Deze vooral in West-Vlaand eren voorkomende
traditie die aansluit bij het Franse onderscheid tussen Saint en Sainte, is fout en moet in nieuwe
straatnamen geweerd worden. Vb. Sinte-Christianastraat,
Sinte-Claradreef naast (correct), Sint-Annarei,
Sint-Annaplein (vb. uit Brugge).
§44 Nederlandse benamingen van plaatsen buiten ons taalgebied
dienen in straatnamen behouden te worden. Straatnamen zijn geen
wegwijzers. Sommige vereenvoudigende beschikkingen betreffende de
bewegwijzering mogen geen aanleiding zijn om traditioneel-Nederlandse
nederzettingsnamen uit de straatnamen te weren. Het is ondenkbaar van
een Luikerstraat een Liège(r)straat te
maken, van een Geldenaaksebaan een Jodoigne(r)baan of van een Borgwormseweg een
Waremme(r)weg, omdat sedert een hondertal jaren in
deze of gene streek onder vreemde invloed niet meer Borgworm maar Waremme gezegd wordt in het
lokale dialect.
| |
| | | | | |
A. Straatnaamwijziging
| |
1. Samenvallen van namen.
§45 De belangrijkste oorzaak van de wijziging van bestaande namen in het
recente verleden is ongetwijfeld het feit dat de benamingen van twee
of meer straten gelijkluidend waren geworden door de samenvoeging
van verschillende kleinere gemeenten tot een grotere. Het was (is)
uitgesloten de oude benaming voor meer dan één
straat te bewaren, zodat de andere dan wel een nieuwe naam moe(s)ten
krijgen. Het ligt natuurlijk in het belang van de bewoners van een
straat zo weinig mogelijk betrokken te worden in wijzigingen van
administratieve aard die een terugslag hebben op hun
privéleven en hun beroepsactiviteiten
(identiteitsbewijzen, adreswijzigingen, visitekaartjes,
commerciële reclame enz.), zodat gesteld kan worden dat
de bewoners van die straat die de oude benaming mag behouden
bevoorrecht worden.
| |
2. Wegwerken van homonieme benamingen.
§46 Bij de besluitvorming werd en wordt dan ook meestal rekening gehouden
met enkele criteria, zoals het aantal inwoners, de prioriteit van
een winkelstraat en historische of toponymische factoren zoals de
ouderdom en het functionele van de benamingen. Met het functionele
is het verband bedoeld tussen de naam en de topografie. Voor
uitvoeringer uitleg betr. al deze punten verwijzen we naar
M. Gysseling
o.c., p. 96.
§47 Voor de talrijke dorpsstraten werd
vaak een oplossing gezocht in een nieuwe naam die de oude dorpsnaam
bevatte zonder suffigering met -er of -se.
In een gedeelte van het Vlaamse land volgde dan -straat, in enkele andere gewesten -dorp. Vb.
Koninksemstraat, Baarledorp, Zoerseldorp (Zie
ook §§23 en 81).
§48 De kerkstraten leverden minder
moeilijkheden op, daar men ze geredelijk naar de naam van de
patroonheilige kon benoemen en homonieme benamingen van kloosterstraten konden of kunnen door de naam van het
klooster of de orde waartoe het behoort worden onderscheiden.
§49 Voor de talrijke molenstraten en
dito wegen kon (: kan) vaak een oplossing gevonden
worden in een nadere specificering van de molen (indien die een
bepaalde naam droeg) of door voorvoeging van de (liefst
gesuffigeerde) naam van de nederzetting waar de molen zich bevindt
of | | | | bevond. Deze werkwijze verdient de voorkeur boven
het vervangen door een andere, willekeurig gekozen benaming, vooral
dan indien die niet historisch verantwoord zou zijn.
§50 Namen kunnen ook gediversifieerd worden door een
bepalend woord. Bij deze constatatie van Gysseling (o.c. 107) worden als voorbeelden
Goudvinkstraat en Paasleliestraat opgegeven: een oplossing bij het voorkomen van
meer dan één Vink- en Leliestraat in een fusiegemeente.
§51 In Nederland worden gelijkluidende straatnamen soms
ook gediversifieerd door de met -se of -er gesuffigeerde naam van het gemeentedeel of de
deelgemeente aan de traditionele naam te laten voorafgaan. Vb.
(Maastricht): Maastrichter Brugstraat en Wijker Brugstraat, Maastrichter Grachtstraat en
Wijker Grachtstraat en bij ons (Hasselt) de
Hasseltse Beverzakstraat (vgl. §
12). Deze methode heeft het voordeel dat de oude benaming bewaard
blijft. In Vlaanderen werd of wordt ze echter zelden aangewend
vanwege het bezwaar tegen de ‘lengte’ van zulke
namen. Dit bezwaar weegt blijkbaar minder door bij het kiezen van
lange straatnamen met titelaanloop.
§52 Een ander, vooral in Nederland gebruikelijk
differentiërings-middel, bestaat erin de straatnaam te
laten voorafgaan door onverbuigbare adjectieven van adverbiale
oorsprong. Afgezien van elke beoordeling wat het praktische,
eufonische, ortografische of taalkundige aspect betreft, maken
dergelijke straatnamen bij ons weinig kans en laten wij ze dus best
buiten elke bespreking en navolging.
Vb. Binnen Wieringerstraat - Buiten Wieringerstraat (Amsterdam)
Oudezijds Armsteeg - Nieuwerzijds
Armsteeg (id.)
Dwars Bolwerkstraat - Bolwerkstraat (Leiden)
Dwars Havenstraat - Oost
Havenstraat - West Havenstraat (id.)
Korte Leidsedwarsstraat - Lange Leidsedwarsstraat - Leidsestraat (A'dam)
Kerkdwarsstraat - Kerkstraat (Utrecht)
Goirkezijstraat - Goirkestraat (Tilburg)
Dezelfde afwijzing geldt ook voor de nummering van gelijkluidende
namen als bv. 1ste Muntstraat en 2de Muntstraat te Breda of de 1ste tot in met de 6de
Vogelstraten te Amsterdam.
Tot op een zekere hoogte is ook de bij ons wel eens voorkomende
toevoeging van windstreken als in Kapelstraat-Noord en Kapelstraat-Zuid (Eindhoven) met de nodige omzichtigheid te
gebruiken en enkel na uitputting van alle andere mogelijkheden.
| |
| | | |
3. Sterk gelijkende namen.
§53 Gerechtigde bezwaren kunnen ingeroepen worden tegen het voorkomen in
éénzelfde gemeente van straatnamen met 1o een zeer gelijkend eerste element 2o een gelijkluidend eerste element gevolgd door
een afwijkend toponymisch appellatief (-straat, -weg, -laan ...)
In het eerste geval bewaren wij bij voorkeur de oudste of historisch
belangrijkste naam of zoeken wij een oplossing door
vóór- of achtervoeging van een
differentiëringselement. Weliswaar kan het voorkomen dat
bij straatnamen met gelijkende eerste term de oudste van beide namen
in de loop der tijden zodanige wijzigingen heeft ondergaan dat het
de voorkeur verdient de oudste straatnaam te wijzigen door hem te
herstellen in zijn oorspronkelijke vorm: hoofdzaak is dat de
mogelijkheid tot verwarring opgeheven wordt: vb. (Gent, Gysseling, o.c. 90 en 94) de
oude vormen van de Walputstraat wijzen op een
oorspronkelijke Wolfputstraat; deze vroegere vorm
wordt hersteld zodat verwarring met de Hendrik
Waelputstraat wordt uitgesloten.
In het tweede geval (differentiëring door verschillend
toponymisch appellatief) vallen de bezwaren weg indien de betrokken
straten in elkaars verlengde liggen of evenwijdig zijn met mekaar.
Vb. de Venstraat en de Venweg te
Vreren (gem. Tongeren) zijn evenwijdig met
mekaar en verbonden door een brug over een beek.
§54 Ook straatnamen die een gelijkluidende familienaam
bevatten, zodat ze enkel door de voorafgaande voornaam worden
onderscheiden situeert men best in elkaars verlengde of in de naaste
omgeving om zodoende aan postboden of andere adreszoekende personen
te grote omwegen te besparen.
Vb. (Gent, Gysseling, o.c. 92) de Alfons Braeckmanlaan
en de Victor Braeckmanlaan te St.-Amandsberg
liggen in mekaars verlengde.
| |
4. ‘Dóórtrekken’ van
straten.
§55 Ook het toekennen van een bestaande straatbenaming aan
een andere straat of weg die in het verlengde van de eerste ligt, al
dan niet over vroegere gemeentegrenzen heen, is een
procédé dat uit gemakzucht of om zijn echte of
vermeende doelmatigheid veel succes heeft gekend en nog kent.
Dit systeem biedt zeker voordelen maar mag niet leiden tot het
afschaffen van traditionele historisch verantwoorde namen in
één van beide (vroegere) entiteiten, indien
een andere oplossing mogelijk zou zijn. Het houdt daarenboven soms
ook nadelen in voor administratieve identificeringen die op
toestanden van vóór de fusie betrekking
hebben, | | | | en kan ook leiden tot hoge huisnummeringen die
bij vergissingen in het aangegeven nummer heel wat nutteloos gedraaf
kunnen veroorzaken: Hierbij denken we aan steenwegen, die over een respectabel aantal km. verschillende
deelgemeenten doorkruisen. In dit laatste geval kan, indien
wenselijk, aan het dichtst bij het gemeentecentrum gelegen gedeelte
een andere naam gegeven worden (Vb. Hasselt: een
deel van de Diestersteenweg werd Koningin Astridlaan).
| |
5. Psychologische hinder.
§56 Vaak worden straatnamen gewijzigd omdat de bewoners
van die straat aan een schaamtecomplex laboreren als gevolg van
hinderlijke associaties die terecht of ten onrechte als een
vernedering aangevoeld worden of aanleiding geven tot een glimlach
of zelfs hilariteit.
Enig begrip kan worden opgebracht, voor het feit dat bewoners van een
Dodestraat (Alken)
naar een wijziging verlangen, of dat de Ootmoedigestraat, de Hoogmoedigestraat
en de Heiligenstraat (Kumtich) naar aanleiding van de Tiense fusie verdwenen zijn
en dit om psychologisch begrijpelijke reden. In deze voorbeelden was
de betekenisinhoud van de straatnaam zelf aanleiding tot hinderende
geamuseerdheid.
Van een andere aard is de jaren terug te Hasselt ingevoerde wijziging van de benaming van de straat
die in de volksmond de Beek (officieel Beekstraat)
geheten wordt in St.-Jozefstraat. In dit geval
waren geen makabere of sarcastische associaties de aanleiding tot
wijziging, maar wel een inferioriteitscomplex dat minder te maken
had met de betekenisinhoud van de naam zelf dan met het verlangen
een odium van zich af te wentelen dat in de ogen van meer gegoeden
aan het bewonen van een (vroegere) volksbuurt kleefde(1).
Wanneer de benaming van een straat psychologische hinder verwekt bij
de bewoners is het dus aan te bevelen te onderzoeken of het gevoelen
van onbehagen in de betekenisinhoud van een van de componenten van
de naam te vinden is: dan kan een geschikte oplossing voorgesteld
worden, waarbij nochtans omzichtig te werk gegaan moet worden
wanneer het historisch waardevolle namen betreft.
§57 Ook moet men de rage intomen om zonder reden van alle
gangen en stegen, wegen of
straten en van gewone straten,
lanen te maken. Op het platteland althans wekte steeg geen bijgedachte aan een lagere status van
de bewoners, het is echter aanvaardbaar dat een vroegere steeg die
| | | | verbreed werd tot een heuse straat ook dit laatste
woord als eindterm krijgt. Een weg had (althans
oorspronkelijk) geen voortgezette vaste bebouwing over zijn gehele
lengte en een laan vereist losse bebouwing en
huizen die een tuintje aan de voorkant hebben of althans op enige
afstand van het trottoir werden gebouwd. Elk dezer woorden heeft
zijn eigen betekenisinhoud en wijzigingen zijn dus enkel te
verantwoorden wanneer het uitzicht van de betrokken plaats voldoende
veranderd is om die wijziging te verantwoorden.
| |
6. Foutieve normen.
§58 Uitzonderlijk gebeurt het wel dat foutieve vormen
aanleiding waren en zijn tot straatnaamwijziging. Foutieve vormen
ontstonden vaak door verkeerde lezing of interpretatie van oude
teksten waaruit door lokale historici met onvoldoende paleografische
vorming of ondervinding plaatsnamen werden opgediept die nuttig
konden zijn voor de straatnaamgeving. Vaak werden ook foutieve
kadastrale transcripties letterlijk overgenomen, soms ook werden
oude namen verkeerd geëtymologiseerd.
Voorbeelden allerhande hiervan zijn te vinden in Gysselings
Inl. Gent, 95: zo werd in Gent Yperstraat in 1942 gewijzigd in Iepenstraat omdat men vond dat de straat bezwaarlijk naar de
stad Ieper genoemd kon zijn. Ieper is echter een oude nevenvorm van de boomnaam iep en Ieperstraat is dus de
enige juiste vorm. Een ander door dezelfde auteur aangehaald en
verduidelijkend voorbeeld is het geval van de Gentse Persellestraat die door sommigen verkeerdelijk als Petri cella ‘cel van Petrus’
werd geïnterpreteerd met als gevolg de absurde
schrijfvorm Petercellestraat, ofschoon de oude
middeleeuwse vormen op een oorspronkelijk Poederzele wijzen. Gelukkig werden in Gent de juiste vormen
Ieperstraat en Persellestraat in overeenstemming met de uitspraak in de
volksmond hersteld. Wanneer dergelijke vergissingen geconstateerd
worden, dient de gemeentelijke overheid best na raadpleging van
terzake bevoegde personen een voorstel tot straatnaamwijziging in.
In gevallen zoals dat van de Gentse Persellestraat
is het begrijpelijk dat er twijfel rijst bij de keuze tussen de
normaal in de loop der tijden tot Perselle
geëvolueerde vorm uit de volkstaal en een
historisch-etymologische reconstructie van het type Poederzelestraat. Wanneer een correct etymologiseerbare
historische benaming zich, zoals uit de evoluerende
grafiën blijkt, tot een nog in de volksmond levende vorm
heeft ontwikkeld, heeft het meestal geen zin de oorspronkelijke vorm
in zijn herkenbare delen te herstellen.
| |
| | | |
7. Herstel van traditionele namen.
§59 In dezelfde orde van gedachten ligt ook het weer in
gebruik nemen van traditionele straatnamen die sinds de middeleeuwen
in de volksmond verder leven. De goedbedoelde
‘rationele’ benadering van onze voorouders uit
het einde van de 18de en uit de 19de eeuw heeft soms tot de
betreurenswaardige beslissing geleid sommige oude historische
straatnamen te wijzigen, omdat men in die tijd van postkoetsen en
allerlei door paarden getrokken wagens dacht dat een straatnaam
tevens als wegwijzer kon dienen. De door de toenmalige
gemeenteoverheden uitgedachte richtingsnaam zou functioneler zijn
dan de traditionele: bewogen door die gedachtengang wijzigde de
overheid toentertijd bv. te Tongeren de Kruisstraat in St.-Truiderstraat
en de Hemelingenstraat in Hasseltsestraat, terwijl men te St.-Truiden de Stapelstraat in Tiensestraat veranderde. Wanneer oude straatnamen
dan soms nog moeten sneuvelen om plaats te maken voor de naam van
een lokale personaliteit is dit nog meer te betreuren. Ook in deze
en dergelijke gevallen waarin de oude benamingen nog in de volksmond
verder leven zou een initiatief van de gemeenten om deze
traditionele straatnamen te herstellen met goedkeuring en
genoegdoening begroet worden.
| |
8. Verkeerde lokaliseringen.
§60 Een ander betreurenswaardig verschijnsel, dat zowel
bij straatnaamwijziging als bij het geven van nieuwe benamingen
voorkomt, is het verkeerd lokaliseren van een verdwenen toponiem,
dat niet meer kadastraal geregistreerd is en ook niet in de
volksmond verder leeft. Met goede bedoelingen wil men een uit de
geschiedenis van de gemeente bekende oude plaatsnaam die niet meer
juist gelokaliseerd kon worden als element bij de naamgeving aan een
nieuwe straat toekennen.
M. Gysseling
(o.c. 94-95) geeft voor Gent verschillende frappante voorbeelden van
20ste-eeuwse straatnaamgeving en -wijziging, waarbij een lokale
historische benaming die niet meer juist gelokaliseerd kon worden,
bij vergissing zomaar lukraak aan een andere straat werd gegeven die
zich soms op grote afstand bevindt van de plaats die in het verleden
zo heette.
Om zulke vergissingen te herstellen zou weer eens een nieuwe
wijziging nodig zijn, wat in de praktijk niet altijd haalbaar is of
gewenst wordt.
| |
B. Keuze van nieuwe namen (Straatnaamgeving)
| |
1. Namen uit de volksmond.
§61 Bij het kiezen van een naam voor nieuwe straten (ook
wel eens bij wijziging van namen), bestaat bij sommige
verantwoordelijken nog wel | | | | enigszins een door een
verkeerd opgevat ‘deftigheidsgevoel’ of
status-bewustzijn ingegeven afkeer voor een benaming die
‘ook’ in het plaatselijk dialect gebruikt wordt.
Er is echter geen enkel bezwaar om een in de volksmond al gebruikte
benaming te honoreren, voor zover ze de welvoeglijkheid niet te
buiten gaat, ze correct in het Algemeen Nederlands omgezet wordt en
geen aanleiding geeft tot verwarring of geamuseerde reacties.
| |
2. Namen van kadastrale oorsprong.
§62 Het verdient aanbeveling bij het geven van namen aan
nieuwe wegen en straten een beroep te doen op benamingen van het
Kadaster en de Atlassen van Buurtwegen en Waterlopen. Aangezien nu
algemeen erkend wordt dat de spelling in deze documenten aan een
dringende herziening en modernisering toe is dient de spelling van
deze in straatnamen overgenomen namen aan de vigerende Nederlandse
spelling aangepast te worden. De op het kadaster en in de beide
‘Atlassen’ voorkomende spelling is dus geen
‘heilige koe’ die
‘onaantastbaar’ is in haar schrijfwijze. Vb.
Kad. Overhaem (Tongeren): echter Overhaam (industrie-terrein) en Overhaamlaan.
§63 Een probleem dat naar aanleiding van het overnemen van
een kadastrale benaming kan opduiken, betreft het al dan niet
toevoegen van het element straat of weg bij het overgenomen toponiem.
a) Wanneer het om een weg of straat gaat die leidt naar een te
bebouwen veld, akker of weide die een bepaalde over te nemen
kadastrale benaming dragen, is het duidelijk dat een toevoeging van
weg of straat noodzakelijk
is. Vb. Ganzenpoelweg (weg die leidt naar de Ganzenpoel: kad. benaming)
b) Leidt diezelfde weg echter ook dwars over de oppervlakte van het
betrokken veld, zijn twee oplossingen mogelijk:
| 1o | men behoudt dezelfde benaming (met -weg,
-straat) voor de weg naar en de weg over het bewuste veld. (Vb. Ganzenpoelweg). |
| 2o | men geeft twee verschillende benamingen; voor de weg naar het
betrokken veld: het kadastrale toponiem gevolgd door -weg, -straat, -laan (Ganzenpoelweg); voor de
weg over het kadastraal zo geregistreerde veld: het kadastrale
toponiem zonder toevoeging (Ganzenpoel) indien dit de enige weg
of straat is die op het door de kadastrale benaming bestreken
terrein aangelegd wordt. Men kan zich bij het kiezen van
één der beide werkwijzen richten naar wat
op dat gebied regionaal gebruikelijk is. Indien geen enkele
weg die naar het betrokken te bebouwen terrein |
| | | |
|
leidt, de kadastrale benaming draagt of krijgt, staat men voor
dezelfde keuze van het al dan niet toevoegen van een toponymisch
appellatief aan de kadastrale benaming. Wanneer het toponiem nog
in de volksmond leeft is het aangewezen hiermee rekening te
houden. In bebouwde buurten zal men de in de volksmond nog
levende straatnamen die niet op een toponymisch appellatief
eindigen natuurlijk ongewijzigd laten en niet van -plein of -straat voorzien (vb. Vrijthof, Piepelpoel (Tongeren). |
| 3o | Wordt een grotere oppervlakte verkaveld, met als gevolg de
aanleg van meer dan één straat is het aan
te raden de door -weg, -straat of -laan gevolgde kadastrale benaming aan de
belangrijkste straat toe te kennen en andere namen te bedenken
voor de overige nieuwe straten; de kadastrale vorm zonder
toevoeging van een toponymisch appellatief kan dan verder
gebezigd worden als benaming van de buurt of wijk. |
| |
3. Invoeren van oude verdwenen benamingen.
§64 Oude historisch verantwoorde maar buiten gebruik
geraakte benamingen die niet meer in het kadaster voorkomen of in de
volksmond verder leven kunnen zoals al onder IV, A 5 is gezegd, voor
het geven van nieuwe benamingen slechts aanvaard worden wanneer ze
op grond van een historisch overtuigende bewijsvoering nog
lokaliseerbaar zijn.
§65 Oude nog in de volksmond levende en historisch
belangrijke traditionele straatnamen mogen, indien ze vroeger ten
onrechte door een gemeentebestuur werden gewijzigd, eventueel in
aanmerking komen voor een voorstel tot herstel van de traditionele
benaming. (Zie IV A 7)
| |
4. Naamgroepen met semantisch verwante inhoud.
§66 Het is sedert tientallen jaren een gewoonte geworden
voor nieuwe buurten in verkavelingen aan de nieuwe straten namen met
dezelfde begripsinhoud toe te kennen, waarbij namen van schrijvers,
kunstenaars, staatslieden, geleerden, bloemen, bomen, vogels enz.
groepsgewijze de namenvoorraad van een buurt
stofferen en karakteriseren. Op deze wijze in groepsverband
toegekende straatbenamingen verdienen aanbeveling, vooral wanneer
geen traditionele, historische of kadastrale benamingen voorhanden
zijn. (Zie M. Gysseling, o.c.
97-98).
| |
5. Memorienamen.
§67 Met memorienamen zijn die
plaatsnamen bedoeld die als herinnering aan een gemeentenaam, een
historisch feit, een verdienstelijke instelling of persoon werden of
worden toegekend. Ze kunnen desgeval- | | | | lend ook gedachtenis- of mementonamen
geheten worden. Het is, vooral in de jongste tijd, een bijzonder
geliefde vorm van naamgeving die terecht of ten onrechte alle andere
mogelijkheden dreigt te overwoekeren: iets meer matiging op dat
gebied is misschien wel wenselijk.
| |
α. Namen van personen.
§68 Uit het decreet van 1977 vermelden we:
‘De naam van een nog levende persoon mag niet worden
gebruikt. In aanmerking komen enkel de namen van uit historisch,
wetenschappelijk of algemeen-maatschappelijk oogpunt belangrijke
figuren. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan figuren die voor
de gemeente of voor de onmiddellijke omgeving van betekenis zijn
geweest’.
Dit voorschrift is een tot een minimum teruggebrachte voorwaarde:
vroegere schikkingen schreven voor dat de betrokken persoon 50
jaar overleden moest zijn, om zó meer afstand te
kunnen nemen en om de juiste verdiensten van de bewuste figuur
beter te kunnen beoordelen. Het beste houden wij ook rekening
met een bij Gysseling (o.c.
p. 97) te vinden raadgeving ‘bij straten genoemd naar
een personaliteit, de straatnaam te behouden in die deelgemeente
waar die persoon gewoond of begraven werd’, waarbij
die gevallen bedoeld worden waar in een fusie twee straten van
verschillende deelgemeenten dezelfde naam van een
verdienstelijke personaliteit zouden voeren’.
§69 Wanneer de straatnaam bestaat uit een persoonsnaam
gevolgd door een appellativische plaatsaanduiding, als bv. -straat, -weg, -laan, -plein, ondergaat de
persoonsnaam geen wijziging en behoudt hij zijn afwijkende,
verouderde spelling.
Vb. Bampslaan (Hasselt), Gilainstraat (Tienen), Van den
Tymplestraat (Leuven), De Beriotstraat (Leuven), Raeymaeckersvest (Tienen), Staessensstraat (Oostende),
Pycke de ten Aerdelaan (Oostende), de Schaetzengaarde (Tongeren), Schoytestraat (Antwerpen).
§70 Er is echter geen bezwaar tegen modernisering van
de spelling van zeer oude familienamen, wanneer ze niet
verwijzen naar een nog bekende verdienstelijke persoon of
familie: zo steekt in de Gentse Koningstraat
vermoedelijk een familienaam en zou de Tongerse Corversstraat ook gevoeglijk Korverstraat gespeld kunnen worden. In dubieuze gevallen
is het aan te raden modern te spellen.
§71 Bij nieuwe naamgeving is het gebruikelijk ook de
vóórnaam op te nemen en die aan de
familienaam te laten voorafgaan, de voornaam
wordt principieel voluit geschreven en niet verkort, zoals in de J.P.
Minckelersstraat (Leuven), A.
Mouquéstraat (Oostende).
| | | |
§72 Wanneer een persoon algemeen bekend is met zijn
tweede voornaam en hij die zelf steeds gebruikte, verdient het
aanbeveling hem te noemen zoals hij het zelf wenste en zoals hij
algemeen genoemd wordt. Vb. Oscar de
Gruyterstraat (Naar M. Gysseling, o.c., p. 106).
§73 Voornamen in vreemde talen vertalen wij liever
niet als de drager van de naam het zelf niet gedaan heeft. Vb.
Georges Rodenbachstraat (Gent); natuurlijk niet Joris
Rodenbachstraat! Deze maatstaf geldt niet voor
internationale beroemdheden of historische personages (bv.
vorstelijke personen), waarvan de naam al in het gewone gebruik
vertaald was: Karel van Lotharingenstraat
(Leuven), Diederik van den Elzasstraat (Brugge).
§74 Het aangeven van titel of functie
vóór de persoonsnaam wordt overbodig
geacht. Die kunnen samen met het geboortejaar en het jaar van
overlijden en eventueel een korte vermelding van de
verdienste(n) onderaan op de straatnaamplaat worden aangebracht.
Indien in een straatnaam vóór de
persoonsnaam toch een titelaanloop gewenst zou worden, houden
wij rekening met de volgende raadgevingen (M.
Gysseling, o.c., p. 106).
Het gebruik van titels wordt afgeraden en mag (moet
niet!) alleen aangewend:
a) als de persoon algemeen bekend is met zijn titel en met
vóór- of achternaam: Vb. Pater Damiaanstraat, eventueel van Damiaan Deveusterstraat;
b) wanneer bij weglating het twijfelachtig wordt welke persoon
bedoeld wordt: Vb. Graaf Arnulfstraat, Gravin
Johannastraat, Prinses Lydialaan.
§75 In zulke gevallen beperken wij ons dan nog tot de
titels die in het Nederlands werkelijk gebruikt worden, o.a.
vorstelijke en adellijke titels (Koning, Prins,
Graaf), namen van zekere waardigheden en ambten (Minister, Burgemeester, Goeverneur, Generaal,
Kardinaal, Pastoor, Kapelaan).
Als ongeschikt moeten worden beschouwd: Priester, Advokaat, Hoogleraar,
Volksvertegenwoordiger, Apotheker, enz., die als ze
vóór de naam komen, het lidwoord krijgen.
Zo goed als steeds in verkorte vorm komen voor: Jhr. (Jonkheer), Mgr. (Monseigneur), Prof. (Professor), Mr.
(Meester), Dr. (Doctor), Ir. (Ingenieur). Het wordt
echter afgeraden deze verkortingen als titelaanloop te
gebruiken. In andere gevallen en op andere wijzen dan de door
het gebruik erkende, verkorten wij geen titels (J.
Leenen, o.c., p. 51).
| | | |
§76 De naam van een lid van de koninklijke familie,
overleden of nog in leven, mag enkel worden gebruikt indien,
door bemiddeling van de minister van Binnenlandse Zaken, vooraf
de instemming van de koning werd verkregen (Hfdst. I,
§ 3, Dekreet tot bescherming van de
namen van de openbare wegen en pleinen, Belgisch Staatsblad d.d. 7 april 1977).
Ook ‘dynastieke namen hoeven niet noodzakelijk door een
titel voorafgegaan te worden’ (J.
Leenen, o.c., p. 53) Vb. Emmaplein, Astridlaan.
§77 Voor historische geslachtsnamen, afgeleid uit de
plaats of het land van herkomst, laat men wanneer het verband
nog duidelijk gevoeld wordt, van best weg
wanneer er geen vóórnaam of titel
voorafgaat. Vb. Willem van Oranjestraat, maar:
Egmontstraat (eventueel Graaf
van Egmontstraat), Arteveldestraat,
Maerlantstraat, Saksen-Koburgstraat (Naar J. Leenen, o.c., p. 51).
§78 Voor namen van historische personages gebruikt men
de door de Nederlandse traditie bekrachtigde vorm, eerder dan de
door vreemde talen beïvloede schrijfwijze. Vb. Boudewijn (niet: Baudewijn).
Filips (niet: Philip),
Pippijn (beter dan: Pepijn), Lotharingen
(liever niet: Lorreinen).
Voor het eventueel gebruik van koppeltekens, zie
§§ 19 en 20.
| |
β. Namen van Groeperingen.
§79 Bepaalde namen van groeperingen, zoals namen van
verenigingen, organisaties, legereenheden, oudstrijdersbonden en
verzetsgroepen komen in haast alle gemeenten voor als
constituerend element in straatnamen. Voorbeelden als Rodekruislaan, Unolaan, Oudstrijdersstraat,
Elf(de)liniestraat liggen voor het grijpen. Sommige
gevallen kunnen eventueel een glimlach oproepen door het
verrassende van het compositum (als bv. te Leuven de Rijdende-Artillerielaan), maar voor de
naamgevers, de begunstigden en de bewoners van dergelijke
straten als de in het laatste vb. genoemde, vormt dat
klaarblijkelijk geen bezwaar.
| |
γ. Namen van gebeurtenissen en data.
§80 Ook namen van gebeurtenissen en historische data
zijn zeer geliefd (Vb. Guldensporenlaan,
11de-Novemberlaan, 1ste-Meistraat, Sacramentstraat,
Achturenstraat). Ze ondergaan doorgaans sterk allerlei
patriottische, etnische, sociale, godsdienstige en ideologische
invloeden en zijn zeer dikwijls afhankelijk van de overheersende
tijdstroming en de lokale politieke meerderheid. Gelukkig is er
meestal een minimum aan verdraagzaamheid en een verlangen naar
een consensus aanwezig, zoniet | | | | zouden ze kunnen
leiden tot betwistingen of rancunes bij een deel van de
bevolking.
| |
δ. Namen van nederzettingen.
§81 Memorienamen die met nederzettingsnamen gevormd
worden verschillen van richtingsnamen door het feit dat de
nederzettingsnaam niet met -se (of -er) gesuffigeerd wordt. We onderscheiden twee
groepen: 1ste groep: A. Men wil de historische verdiensten van
een andere stad of gemeente memoreren. Vb. Luikstraat (te Blankenberge:
eerbewijs aan de ‘Vurige Stede’ voor het
heldhaftige verzet van de forten bij de Duitse inval in 1914)
B. Men wil een vriendschappelijke binding op internationaal of
Europees vlak met een gemeente uit een ander land beklemtonen
(zgn. ‘verzusterde’ gemeenten).
2de groep: Men wil de naam van een vroeger zelfstandige gemeente
die door de samenvoeging met andere gemeenten tot een grotere
eenheid is versmolten bestendigen door die naam aan de
hoofdstraat of een andere belangrijke straat van de vroeger
zelfstandige gemeente toe te kennen. Als tweede element fungeert
meestal dorp of straat. Vb.
Mendonkdorp - Neremstraat (hoofdstraten van Mendonk
(gem. Gent) en Nerem (gem. Tongeren).
| |
V. Alfabetisering
§82 Bij het alfabetiseren in administratieve en
commerciële naamlijsten kan in enkele gevallen twijfel rijzen.
‘De alfabetisering dient te geschieden volgens het eerste
belangrijke woord ... Een lidwoord is geen belangrijk
woord, ... een voorzetzel wel’ (M.
Gysseling, o.c. § 13 p. 117).
| A. | Straatnamen die met een lidwoord beginnen worden
onder het substantief gealfabetiseerd, dus Het Torentje, De Dries, De Locht, 't Veer, 't Speelhof
onder Torentje (Het), Dries (De) enz. Uitzonderingen: Straatnamen die een gemeentenaam bevatten die
met een lidwoord begint worden onder het lidwoord gealfabetiseerd, omdat
lidwoord en substantief in die gevallen een hechter eenheid vormen. Vb.
De Pintelaan onder De... |
| B. | Straatnamen die met een voorzetsel of met een met een lidwoord versmolten voorzetsel (ter, ten)
beginnen worden onder het voorzetsel gealfabetiseerd.
Vb. Aan de Bocht, Onder de Toren, Ter Beke, Ten Berg, Ten
Bogaardeplein onder de inleidende voorzetsels aan,
onder, ter, ten. |
| | | |
| C. | Straatnamen die met een persoonsnaam zijn gevormd:
| 1o | Straatnamen die met een voornaam beginnen:
daar de voornaam in de omgangstaal vaak weggelaten wordt dienen
deze straatnamen in commerciële
naamlijsten zowel onder de voornaam als onder
de familienaam opgenomen te worden. Vb. Maurice Maeterlinckstraat zowel onder Maurice als onder Maeterlinck (Gysseling, o.c. § 13 p. 117). |
| 2o | Familienamen die met De of
Van beginnen worden in
Vlaams-België overeenkomstig het levend taalgebruik
onder De resp. Van
ondergebracht (M. Gysseling, ibid. Vb. De Waillystraat, de
Vrièrestraat, De Herdtstraat, Desmedtlaan, Van
Havrelei, Van Gistelstraat (onder De,
de en Van, van). |
| 3o | Namen van vorsten en adellijke namen met voornaam- of
tilelaanloop worden onder de voorafgaande voornaam of titel
gealfabetiseerd. Vb. Koning Albertlaan onder
Koning; Prins de
Merodestraat onder Prins; Monseigneur van Bommellaan onder Monseigneur; Jan van Genklaan onder
Jan.
Opm.: Een supplementaire
alfabetisering op de familienaam komt ook nog wel voor, waarbij
dan de bij de familienaam horende voorzetsels van, de (Fr.) in
België de familienaam inleiden, wat in Nederland niet
het geval is. |
|
| D. | Straatnamen met een voorafgaand
differentiërend bijvoeglijk woord dat los wordt geschreven van het bepaalde straatnaamdeel worden
onder het inleidende bijvoeglijke woord
gealfabetiseerd. Vb. Grote Markt onder Grote; Oude Beurs onder Oude; Grote Bruulstraat onder Grote. Opm.: 1) In Nederland komt ook nog supplementaire
alfabetisering onder het hoofdwoord voor. Vb. Grote
Markt onder Grote, maar ook onder Markt (Grote ~) met toevoeging
van het inleidende verbogen woord tussen haakjes. 2) Van een
koppelteken voorziene verbindingen als Onze-Lieve-Vrouw(e)straat worden natuurlijk enkel onder Onze-... gealfabetiseerd. |
Tongeren.
A. Stevens
Secretaris van de Subcommisie
|
(1)Nu de laatste eenvoudige woningen haast alle
verdwenen zijn kan mischien binnen afzienbare tijd aan een terug
invoeren van de traditionele benaming gedacht worden?
|
|